Back

Artikel

Home

Academisch economieonderwijs en de zoektocht naar relevantie

5 okt 2015
Onderwerpen: Economieonderwijs, Economisch denken
Er is de laatste tijd door studenten herhaaldelijk kritiek geuit op het academische economische curriculum. Voorbeelden van kritische (studenten)bewegingen zijn Rethinking Economics, de Post-Crash Economic Society en de Post-Autistic Economics Movement. Volgens David Hollanders is die kritiek terecht. De methodologische eenvormigheid en maatschappelijke irrelevantie van het economieonderwijs staan direct in verband met de mathematisering van de economische wetenschap. Economie dient dan ook minder wiskundig te zijn wil het relevanter en pluriformer worden.

Wiskunde domineert

In de economische wetenschap is wiskunde steeds belangrijker geworden; het vakgebied is steeds verder gemathematiseerd. Zo laten Espinoza et al. (2012) zien dat het aantal vergelijkingen per artikel al decennia stijgt. Dat leidt ertoe dat artikelen zelden gepubliceerd worden als ze niet een (theoretisch) wiskundig of een (empirisch) econometrisch model bevatten. Hiermee samenhangend wordt bij economieopleidingen - in het bijzonder bij zogenaamde onderzoekmasters - vooral wiskunde en statistiek gedoceerd. Wiskunde die voor wiskundigen gedateerd is: de gebruikte wiskunde reikt zelden verder dan wat in  - afgaande op de studiegidsen - in eerstejaars colleges wiskunde onderwezen wordt. Evengoed is de beste voorbereiding voor een onderzoekmaster economie inmiddels een bachelor wis- of natuurkunde. Zo is mij gebleken dat bij het Tinbergen Instituut (ook goede) studenten met een bachelor economie meer moeite te hebben met de wiskunde dan studenten natuur- of wiskunde hebben met de economie. Bovendien wordt economie nauwelijks getentamineerd. Dit is een surrealistische situatie. Het is lastig voor te stellen dat dit bij andere studies lang geaccepteerd zou worden.

De afruil in economieonderwijs

Het voordeel van wiskunde is dat de gedachtenuitwisseling gestructureerd en gedisciplineerd wordt door het opleggen van interne consistentie. Een argument moet geformaliseerd worden voordat ze tot de discussie toegelaten wordt. Dat is zeker een voordeel. Maar het is tegelijkertijd de keerzijde van een medaille. Het gaat ten koste van de externe validiteit. Er is een afruil. Wiskundige modellen, hoe complex ook, zijn alleen oplosbaar als van veel zaken wordt aangenomen dat ze er niet toe doen (dat ze exogeen zijn). Neem bijvoorbeeld het standaard macro-model met een Cobb-Douglas productiefunctie. Dit model vooronderstelt dat het deel van het nationaal inkomen dat arbeid en kapitaal ontvangt, constant is. Het model impliceert verder dat rendement daalt in de kapitaalhoeveelheid. Piketty (2014) heeft laten zien dat geen van beide het geval is en ook zelden het geval geweest is. Ongelijkheid kan in veel andere standaardmodellen evenmin geproblematiseerd worden, omdat er gebruik gemaakt wordt van zogenaamde representative-agent modellen. Daar wordt één agent representatief geacht voor de hele bevolking. Daarmee is ongelijkheid al niet meer aan de analytische orde.

Wat buiten beeld blijft

Ongelijkheid, geopolitiek, zeepbellen, schuldopbouw, financiële crises en vraaguitval worden genegeerd in de dominante macro-modellen. Toegegeven, deze zaken worden niet in alle modellen genegeerd, maar ze worden enkel geadresseerd als speciaal geval, modificatie of een uitbreiding. Daar komt nog eens bij dat om de modellen overzichtelijk te houden deze zaken nooit in samenhang kunnen worden besproken. Dat is evenwel van groot belang. Ongelijkheid gaat hand in hand met afbouw van de verzorgingsstaat. Die afbouw wordt gelegitimeerd - of zo men wil: verklaard - door overheidsschulden. De schulden zijn deels het gevolg de impotentie van de staat om kapitaal te belasten; Van Os (2015, zie figuur 1) toont dat de belasting op kapitaal daalt en op arbeid (en consumptie) stijgt. Dit laatste kan worden verklaard door de toegenomen mobiliteit van kapitaal (globalisering) dat hand in hand gaat met financialisering. Financialisering - de toename van omvang, bezoldiging en invloed van de financiële sector - kwam op toen de VS na de kostbare Vietnamoorlog een nieuw verdienmodel nodig had en de goudstandaard los liet (Varoufakis, 2012). En zo kunnen we doorgaan. De euro was bijvoorbeeld niet aan de orde geweest als Bretton Woods nog van kracht was geweest ten tijde van het verdrag van Maastricht in 1992,

Toch ontgaat deze mogelijke systeem-samenhang de meeste economen, of in elk geval wordt het niet onderwezen. Geopolitiek, klassieke economie (Ricardo, Marx), de Oostenrijkse school (Hayek, Schumpeter), feministische economie of Keynes worden tenslotte niet onderwezen. Economische geschiedenis (kapitalisme als historisch fenomeen) wordt genegeerd en ook van Polanyi of Foucault heeft geen econoom ooit hoeven horen. Dat arbeidseconomie onderwezen wordt zonder naar Polanyi te verwijzen is bizar. Dat in macro-economisch onderwijs Keynes nauwelijks aan de orde wordt gesteld is onwijs. En dat kapitalisme met evenwichtsmodellen bestudeerd wordt zonder van Marx zijn kapitalismekritiek kennis te nemen, is bevreemdend.

Werking van wiskunde

Het is echter geen toeval. Mathematisering van de economie is een performatieve daad. Modellering is niet alleen beschrijvend, maar is een gevolgrijke handeling: modellering verandert dat  - in casu de economische wetenschap -  waar het onderdeel van is. Wiskunde sluit namelijk een groot publiek uit, terwijl het bij datzelfde publiek de indruk vergroot dat economie wetenschappelijk is. Het werpt een toetredingsbarrière op voor nieuwe (academische) economen, die - als zij die barrière eenmaal genomen hebben - daarna zelf een geïnstitutionaliseerd belang hebben bij het in stand houden van die barrière. Vanwege de grote inspanningen om toe te treden is er tijd noch energie om gedachten - laat staan woorden - te wijden aan geschiedenis, politiek, methodologie of sociologie.

Een model is een metafoor, dikwijls een inzichtelijke. Maar waarvoor het een metafoor is, dient met natuurlijke taal beschreven te worden. Wiskunde is precies, natuurlijke taal is wijd omvattend. Het eerste is nuttig, het tweede noodzakelijk om de wereld te begrijpen.

Referenties:

Espinoza, M., C. Rondon en M. Romero (2012) The use of Mathematics in economics and it's effect on a scholar's academic career, MPRA Paper No. 41363.

Os, R. van (2015), Nederland pretpark voor het grootkapitaal, Socialisme en Democratie 75(3), pp. 25-31.

Piketty, T. (2014) Capital in the Twenty-first Century, Harvard University Press, Cambridge MA.

Varoufakis, Y. (2012), The Global Minitour, Zed Books, London.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik