Back

Artikel

Home

Geschiedenis is betere gids voor economen dan complexe modellen

28 okt 2011
Dossiers: Woningmarkt
Illustratie van economen in een spreadsheet fort De huidige crisis is een complexe crisis die zich maar moeizaam laat vangen in wiskundige modellen, aldus Eduard Bomhoff. De crisis is dan ook les in nederigheid voor economen. Eenvoud en een gevoel voor realiteit en geschiedenis zijn van meer waarde dan hogere wiskunde van Nobelprijswinnaar Lucas en zijn volgelingen. Met deze blik beziet Bomhoff de crisis en komt hij tot een nuchtere analyse en twee lessen.

Doffe glans Tinbergen

Dertig jaar geleden, toen ik begon als hoogleraar aan de Erasmus Universiteit, had de economie nog aanzien. Dat kwam in Nederland natuurlijk vooral door Jan Tinbergen, de eerste winnaar van de Nobelprijs voor economie, briljant econometrist en begaan met armoede in wat toen de 'Derde Wereld' heette.

In de jaren zeventig, toen Tinbergen zijn Nobelprijs won, luisterde Nederland aandachtig naar hem en naar professor Jan Pen over 'grenzen aan de groei' . Economie-professor Johannes Witteveen werd managing director van het Internationaal Monetair Fonds. Premier Den Uyl hechtte aan zijn titel van doctorandus in de economie. Maar toen prins Claus tien jaar later bij ons aan de Erasmus Universiteit op werkbezoek kwam, vroeg hij. ,,Waarom is de glans van Tinbergen verdwenen?"

Daar hadden wij nog wel een antwoord op. Tinbergen was een held op het brede terrein van 'ontwikkelingseconomie', maar geleidelijk was de landkaart van het vakgebied veranderd. In de landbouweconomie waren er specialisten die onderzoek deden naar landbouw in de tropen; onderwijseconomen keken naar scholen in arme landen; demografen brachten wereldwijd trends in kaart in kindertal en levensverwachting. Dus leerden we veel meer over arme landen, niet van één genie maar door het parallelle werk van landbouweconomen, onderwijsspecialisten en demografen. Een tweede Tinbergen met rekenmodellen op al die terreinen kwam er niet meer.

Economie in diskrediet

Nu is er veel meer aan de hand dan het heimwee naar Tinbergen. De Britse koningin bezocht vorig jaar de London School of Economics en wilde weten waarom economen er tegenwoordig zo vaak naast zitten. Het vakgebied is in diskrediet geraakt. Zelf zag ik dat voor het eerst toen ik in 1988 een paar maanden bij het Internationaal Monetair Fonds werkte. De landenspecialisten vlogen voorin het vliegtuig van Washington DC naar hoofdsteden van de 180 lidstaten voor de jaarlijkse consultatie en - zonodig - voor advies aan de lokale regering in tijden van crisis. Op het hoofdkantoor werkten collega's in de onderzoeksafdeling overuren om artikelen geplaatst te krijgen in wetenschappelijke tijdschriften van hun vrienden aan MIT of Harvard. Dat lijkt een gezonde taakverdeling, maar dat was het niet. De landenspecialisten lazen niet wat de onderzoekers schreven, want dat was veel te wiskundig en geabstraheerd van de realiteit. Omgekeerd hadden de researchers geen tijd voor verhalen uit de wijde wereld, want die waren maar anekdotisch en pasten niet in hun wiskundig denkraam.

Vier maanden kon ik er werken en nooit zag ik enige zinvolle interactie tussen beide kampen. Intussen hebben de theoretici veel wetenschappelijke tijdschriften overgenomen. Maar helaas kunnen ze ons niet betrouwbaar voorspellen of Engeland er wijs aan doet om nu zwaar te bezuinigen of dat de VS beter af zijn met nog niet concreet ingevulde bezuinigingen voor ná de presidentsverkiezingen van 2012. De Nobelprijswinnaars zijn het niet met elkaar eens. Lucas en Becker zijn stellig over de noodzaak om snel en hard te bezuinigen; Krugman en Stiglitz willen liever vooralsnog een groter tekort op de begroting.

Zinloze strenge wiskunde

In de wetenschappelijke tijdschriften hebben Lucas en zijn volgelingen het meeste gezag, omdat hun wiskundige aanpak voor de theoretici overtuigender is dan de meer essayistische, historische benadering van Krugman en Stiglitz. Artikelen in toptijdschriften proberen vooral met strenge logica de dynamiek van de economie in kaart te krijgen. Daarover schrijven twee vooraanstaande Europese economen, Demeulemeester en Diebolt, terecht dat zulke wiskundige constructies ,,help us to think about a complex issue, but are not true representations of the complexity itself". Wiskundige economen koken heel precies maar in kleine pannetjes met een minimum aan ingrediënten omdat anders de dynamiek te gecompliceerd wordt.

Terug naar eenvoud

Er komt al een reactie. Van een van die zeldzame Amerikaanse economen die reputatie heeft verworven in de huidige crisis, Ken Rogoff van Harvard. Hij voorspelde in 2009 het moeizame herstel uit de crisis door het gemiddelde historische patroon uit te rekenen van eerdere crises mét en zonder een bijkomende financiële implosie. Zijn conclusie: een crisis die meer is dan een recessie in het bedrijfsleven maar die ook het bankwezen verwondt, duurt langer, is dieper en kan niet snel worden aangepakt met een lage rente en een tijdelijk hoog begrotingstekort.

Hier zien we 's werelds topexpert voor internationale crises aan het werk en hij presenteert - net als Milton Friedman veertig jaar geleden in zijn baanbrekend werk over geld en inflatie - eenvoudige gemiddelden en gebruikt die om een paar vuistregels te formuleren. Geen delicate theorieën met hogere wiskunde, maar een simpele analyse van de lessen uit het verleden.

De complexe crisis

Bescheidenheid is altijd goed, zeker voor economen, en nog eens extra in deze crisis die om drie redenen moeilijker is in te schatten dan eerdere recessies. Eerdere prijsdalingen in onroerend goed troffen vooral de commerciële sector: winkelcentra en kantoren. De commerciële sector is in omvang ongeveer drie keer kleiner dan de woningbouw. De financiering daarvan is in de rijke landen ook veel meer sophisticated geworden. Beleggingsfondsen en private investeerders hebben voor een deel de rol van commerciële banken overgenomen. Als die failliet gaan, is dat jammer voor de investeerders, maar hebben we nog geen financiële ramp.

Onze crisis treft niet alleen de kantoren en de winkelcentra, maar de veel grotere woningmarkt met financiering door banken. Dat betekent meer werkloze bouwvakkers en grote risico's voor de bankensector. Huizenbezitters moeten hun schulden saneren, terwijl de huizenprijzen dalen, ze kunnen moeilijker verhuizen voor een nieuwe baan en gebruiken geld van een tijdelijke belastingverlaging (Obama's voorstel) waarschijnlijk niet in de supermarkt om de economie aan te zwengelen, maar om schuld af te lossen.

Ten tweede is in deze crisis cruciaal dat banken als ING en Fortis niet tevreden waren met groei door meer rekeninghouders, maar enorme bedragen leenden op de kapitaalmarkt. Het was altijd al onlogisch dat een bank veilig geld kon verdienen door geld te lenen van andere professionele beleggers en dat geld dan tegen een hoger rendement uit te zetten. Waarom hadden die professionele geldschieters niet zelf die kansen gegrepen en zo de bonussen van de bankierstussenpersonen uitgespaard? Hadden we nog maar de oude Postgiro. Die werkte met het geld van de rekeninghouders zonder er riskant bij te lenen om sneller te groeien!

Oud-president Wellink van De Nederlandsche Bank draagt hier een zware schuld door destijds ABN Amro en ING aan te moedigen om na te denken over een fusie - dat zette de bankiers aan om maximaal te gaan lenen, sneller te groeien dan de concurrent, om dan jager te kunnen zijn in plaats van prooi.

Ten slotte is - vooral door misinformatie van bankiers - het normale recept om een bancaire crisis op te lossen in twijfel geraakt. Wat is de correcte volgorde waarin de overheid partijen moet beschermen als een bank failliet gaat? Allereerst de gewone rekeninghouders, dan de belastingbetalers, daarna de professionele partijen die aan zo'n bank geld hebben geleend en ten slotte de aandeelhouders. We weten door schade en schande van eerdere crises dat het niet alleen billijker maar ook goedkoper is om Griekenland failliet te laten gaan dan om eindeloos geld bij te plempen bij Franse banken met belangen in Griekenland - geld van Europese belastingbetalers. Die regel volgt zonneklaar uit historische analyses van eerdere ongelukken. Academische specialisten - zie bij voorbeeld ook de website van professor Zingales uit Chicago - benadrukken om de standaard receptuur bij faillissementen toe te passen. Maar de financiële macro-economie is zo in diskrediet, dat de 24-uurs lobby van de bankiers het oor heeft van de politici.

Franse bankiers probeerden tot vorige week de politici ervan te overtuigen dat er niets aan de hand is - ze zijn bang voor verwatering van de aandelenkoers wanneer de Franse overheid medeaandeelhouder wordt. Elders, helaas ook in Nederland, vragen bankiers schaamteloos om langdurige bijdragen van de belastingbetalers, omdat anders grote Europese banken kunnen omvallen. Eigenbelang van de bankiers, maar opnieuw een bron van politieke onzekerheid. Onzekerheid die geen plaats heeft in de theoretische modellen (en evenmin in de rekenmodellen van het IMF).

De kennis van economen

Wat weten economen dan nog wel, behalve dat deze financiële crisis ernstiger is dan een gewone recessie? Op enkele praktische deelgebieden als onderwijseconomie en landbouweconomie is er gestage vooruitgang, vooral door steeds beter cijfermateriaal. Maar de macro-economie is ernstig ziek. Ik verwacht een reactie wég van subtiel ronddraaien in kleine theoretische cirkels naar meer historische en internationaal vergelijkende research. Waarschijnlijk ook met meer ruimte voor inzichten uit de sociale psychologie.

"Gemiddelde lessen uit het verleden, zowel over de oorzaak van een crisis als over de beste aanpak van failliete landen en banken" - het is minder dan een theoretisch wiskundig model van de economie, maar zou in oktober 2011 ten minste genoeg moeten zijn om de botte dreigementen van de bankiers met scepsis te bezien en vast te houden aan twee inzichten die in de monetaire economie al 150 jaar bekend zijn en nauwelijks omstreden - tot de bankiers in 2008 hun lobby begonnen:

  • Les 1: tijdelijke nationalisatie van failliete banken is goedkoper, billijker en brengt de economische groei sneller terug dan doormodderen; en
  • Les 2: belastinggeld moet er zijn om werkloze burgers te helpen en onderwijs en innovatie te bevorderen - niet om bonussen van bankiers veilig te stellen.

* Dit artikel verscheen eerder in NRC Handelsblad van 21 oktober 2011.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik