Back

Artikel

Home

Het gekantelde wereldbeeld van economen

16 mrt 2015
Onderwerpen: Economisch denken
D66 gaat de komende verkiezingen groots winnen; de PvdA en de VVD verliezen flink. Althans als het aan economen ligt. Zo blijkt uit een recente enquête van Van Dalen, Klamer en Koedijk. Daarmee wordt duidelijk dat de afgelopen twintig jaar het wereldbeeld van economen fundamenteel is veranderd.

De oude blik op economie

Om te begrijpen hoe ingrijpend de resultaten van onze enquête zijn, is het goed om het verleden op te halen. Dan wordt duidelijk dat economen van tijd tot tijd hun blik op de wereld drastisch veranderen.

In de negentiende eeuw toen economie in Nederland nog door deftige heren en juristen werd beoefend noemde men zichzelf politiek econoom en was men in hoge mate liberaal. Liberaal maar wel begaan met het lot van de armen en het welvaren van de natie. Volgens Alfred Marshall had het economisch beleid “Cool heads but warm hearts” nodig. De bril van economen was dat van een stabiel evenwicht. De invloed van politiek economen was beperkt en de staat had in vergelijking met de hedendaagse overheid eveneens een beperkte rol. De staatsmannen en bankiers gebruikten hun eigen gezonde verstand en lieten economen met rust (zie voor een overzicht, Vermaat et al.. 1987).

De invloed van economen werd pas zichtbaar in de twintigste eeuw. De eerste professionele economen opgeleid aan Nederlandse universiteiten en economische hogescholen vonden hun weg in de maatschappij. En hun invloed werd pas echt duidelijk tijdens de Grote Depressie in de jaren dertig. De zelfcorrigerende werking van markten was niet meer vanzelfsprekend en met John Maynard Keynes als belangrijke inspirator veranderde de blik. Steeds meer benadrukten de economen de beperkingen van de markt en keken naar overheidsingrijpen als de oplossing. In Nederland begonnen economen zich Keynesianen te noemen. De bekendste namen waren die van Jan Pen, Jelle Zijlstra, Johan Witteveen en Dick Schouten. Maar stilletjes waren we allemaal een beetje Keynesiaan en als we het niet waren dan werden wel grootgebracht tot Keyensiaan met de leerboeken uit die tijd.

Telgen van Tinbergen

Het is echter de vraag of Nederlandse economen Keynes uiteindelijk echt navolgden. Er is veel voor te zeggen dat Nederlandse economen vooral Tinbergen als lichtend voorbeeld hadden. Want Keynes had wellicht in naam de wereld van economen veroverd, Jan Tinbergen en zijn discipelen zetten hun stempel op de werkwijze van economen met hun modelmatige visie op beleid en economie. Daarbij kwam dat Tinbergen radicaler in zijn blik was dan Keynes. Jan Tinbergen omarmde de economie omdat hij vond dat hij daar een nuttiger rol kon vervullen dan met zijn natuurkunde. Wiskunde was een machtig wapen en daarmee zou de wereld verbeterd kunnen worden. Keynes wilde met zijn visie op economie ‘slechts’ het kapitalisme redden. Tinbergen had uitgesproken socialistische ideeën over hoe de economie en de wereld bestuurd konden worden. Het debat over welk systeem beter was voor de economie – het socialisme of het kapitalisme – woedde al veel langer, maar voor Tinbergen was socialisme niet een vies woord. Jan Tinbergen had vooral in het kleine Nederland een grote en langdurige invloed. Zijn Centraal Planbureau werd gezichtsbepalend voor de reputatie van academisch Nederland. Nederlandse economen toonden zich ware Telgen van Tinbergen tot ver in de jaren negentig. In een enquête gehouden in 1995 gaf het merendeel van Nederlandse economen aan Tinbergen als lichtend voorbeeld te hebben (Van Dalen en Klamer, 1996).

Internationalisering

In die tijd zagen we evenwel ook de barsten in het Nederlandse bolwerk te voorschijn komen (zie ook Van Dalen en Klamer, 2009). De Angelsaksische invloed was al duidelijk merkbaar. Die werd zichtbaar met de invoering van de AIO’s en de oprichting van CentER, het Tinbergen [sec] Instituut en promovendi konden aan grote economen snuffelen die masterclasses kwamen geven georganiseerd door onder andere het NAKE (Netwerk voor Algemene en Kwantitatieve Economie). Daarnaast profiteerde Nederland van een 'reverse brain drain' van toonaangevende economen die in het buitenland waren opgeleid en die door de Nederlandse AIO-scholen werden aangetrokken. Denk hierbij aan namen als Rick van der Ploeg, Eric van Damme, Sweder van Wijnbergen, en iets later Lans Bovenberg en Arnoud Boot. Stilletjes werd gedroomd van een universiteitsmodel à la Chicago of een MIT aan de Maas. Met die internationalisering kwam ook een verwijdering van de wereld van de toegepaste economie. Publiceren in het Nederlands was aardig maar leverde geen punten op binnen de muren van de academie.

De politieke kleur van economen

Het idee dat je met economie de wereld kunt verbeteren werd altijd sterk uitgedragen door Jan Tinbergen. En voor Jan Tinbergen betekende dat een rechtvaardiger en groenere wereld. Zijn leven lang was hij een overtuigd sociaal democraat, eerst als SDAP-er en later PvdA-er. Zijn telgen volgden hem ook in dit opzicht. Het merendeel van economen bleven de PvdA trouw: Jan Pronk, Jo Ritzen, Flip de Kam, Jan Pen, Hans van den Doel en in de jaren negentig Rick van der Ploeg, en later ook Coen Teulings. De PvdA was ook in de jaren negentig de grootste partij onder economen met als goede tweede de VVD. De reden waarom dit van belang is dat de politieke kleur, bewust dan wel onbewust, van invloed is op de wijze waarop beleid gevormd wordt.

We wilden daarom wel eens weten welke politieke kleur de Nederlandse economen vandaag de dag hebben. In de enquête gehouden onder economen in de maanden november 2014-februari 2015 hebben wij gevraagd op welke partij zij zouden stemmen indien er nu verkiezingen zouden zijn. De uitslag is weergegeven in tabel 1. De meest in het oog springende conclusie is dat D66 de dominante partij is onder economen. Engelsen zouden deze overwinning als een ‘landslide’ typeren. Daarmee lijkt op sluipende wijze het wereldbeeld gekanteld naar een waarin de zelfredzame burger centraal staat. Op grote afstand van D66 komen  in onze peiling partijen als de PvdA, het CDA, de VVD en Groen Links. Zou deze peiling richtinggevend zijn voor de landelijke zetelverdeling dan kan in ieder geval niemand om D66 heen en valt er met een van de vier genoemde ‘kleinere’ partijen een coalitie te sluiten.

Tabel 1: Stemgedrag van Nederlandse economen, 1994-2015

Stemgedrag in 1994 % Stemgedrag 2015 %
1 PvdA 33,0 D66 40,7
2 VVD 22,6 PvdA 13,7
3 D66 19,1 GroenLinks 13,1
4 CDA 13,6 VVD 12,2
5 GroenLinks 7,6 CDA 10,7
6 SGP/GPV/RPF 2,0 Christen Unie 3,9
7 AOV 0,5 SP 3,2
8 Andere partijen 1,6 Partij voor de Dieren 1,5
9     SGP 0,6
      PVV 0,4
Totaal   100   100

(a) Bij de berekening van deze percentages zijn mensen weggelaten die niet willen stemmen, niet stemgerechtigd zijn en nog niet weten waarop zij willen stemmen in geval van de peiling van 2014.

Behalve de dominantie van D66 onder economen vallen ook nog een aantal andere zaken op, vooral als je deze peiling zet naast de reguliere peilingen onder de Nederlandse bevolking. Economen zijn wars van populisme zoals verwoord door de PVV (onder academische economen kunnen zijn op geen enkele stem rekenen), een one-issue partij als 50Plus telt helemaal geen stem en de socialistische visie van de SP kan ook maar weinig economen bekoren.

Conclusie

We kunnen niet anders concluderen dat het wereldbeeld van de economen sterk afwijkt van het beeld dat we twintig jaar geleden noteerden. Blijkbaar laten onze collega’s Jan Tinbergen steeds meer los en verschuift hun blik naar een Angelsaksisch, en dus liberaler wereldbeeld. Centraal daarin staat zelfredzaamheid, oftewel de burger die verantwoordelijk is voor het eigen doen en laten. Economen geven evenwel het sociale gezichtspunt niet geheel op en kiezen daarom voor het liberaal-sociale wereldbeeld dat men eerder met D66 dan met de VVD associeert. De SP, dat geassocieerd zou kunnen worden met de SDAP of het vroegere PvdA van Tinbergen, kan maar weinig economen bekoren. Alleen Groen Links doet het redelijk goed. Economen verlaten dus massaal de linkerflank en zoeken het politieke midden op; ze kiezen voor de partij van de redelijkheid en de zelfredzaamheid. Ligt het aan hen, dan wordt D66 de grote winnaar van de aankomende verkiezing en worden de PvdA en VVD sterk teruggedrongen.

* Dit is de eerste bijdrage op basis van een enquête die wij in november 2014 – februari 2015 hebben gehouden onder economen verbonden aan Nederlandse universiteiten (N = 450) en leden van de Koninklijke Vereniging voor de Staathuishoudkunde (N = 403).Dit onderzoek is mede mogelijk gemaakt door Stichting Steunfonds tbv katholiek hoger onderwijs van TIlburg University.

Referenties

Blokker, B., 2015, Verplicht zelfdredzaam, NRC Handesblad, 3 januari 2015.

Dalen, H. van, en A. Klamer, 1996, Telgen van Tinbergen - Het verhaal van de Nederlandse economen, Uitgeverij Balans, Amsterdam.

Dalen, H. van en A. Klamer, 2009, De globalisering van de economische wetenschap, of het verdwijnen van de Nederlandse econoom TPEdigitaal, jaargang 3(4): 101-118.

Vermaat, A.J., J.J. Klant en J.R. Zuidema, 1987, Van liberalisten tot instrumentalisten - Anderhalve eeuw economisch denken in Nederland, Stenfert Kroese, Leiden.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik