Back

Artikel

Home

Gedragscode voor economen is naïef

15 jul 2014
Onderwerpen: Economisch denken
Onlangs kwam de Tilburgse econoom Eric van Damme met het voorstel om een gedragscode voor economen in te stellen. De reputatie van de beroepsgroep is volgens hem in het geding. Volgens de Groningse econoom Dirk Bezemer getuigt de visie en onderbouwing van Van Damme van een adembenemende naïviteit. De economie heeft ernstig gefaald in het organiseren van tegenspraak, maar dat is nog geen reden om economen te muilkorven, vindt hij.

Goede en slechte economen

De Amerikaanse en Europese beroepsorganisaties van economen bespreken gedragscodes voor hun leden. Hoogleraar Eric van Damme wil nu dat onze Koninklijke Vereniging voor Staathuishoudkunde dat voorbeeld volgt (Trouw, 26 juni). Sommige economen dikken hun onderzoeksresultaten aan in de media en spreken buiten hun expertise. Hij schaamt zich voor hen.

Zo'n gedragscode past in het rijtje van de bankierseed en het convenant voor woningcorporaties - goedbedoelde regels tegen wangedrag, die niet werken. Een code zou bovendien pretenderen dat er één meetlat is, waarlangs de economie gelegd kan worden. Maar wie kiest de meetlat? Van Damme's toelichting is wat dat betreft weinig geruststellend. In een interview op economensite Me Judice stelt hij dat er goede en slechte economen zijn. Gedragsregels moeten de goede van de slechte scheiden, meent hij. Ik vind dat van een adembenemende naïviteit.

Naïeve gedachten

Van Damme illustreert onbedoeld het probleem als hij econoom Jean Tirole noemt, volgens hem 'de beste econoom van Europa'. Nu denk ik dat Tirole in zijn analyse van bankregulering systeemfouten en de rol van onzekerheid over het hoofd ziet, dus de beste econoom van Europa?

Hoe kan Tirole, of wie dan ook, 'de beste' econoom van Europa zijn? Tirole kiest voor de zogeheten neoklassieke analyse van economische vraagstukken. Daarin is veel aandacht voor evenwicht, het marktmechanisme en optimaal keuzegedrag van individuen. Er is weinig aandacht voor instabiliteit en crisis, ongelijkheid en groepsgedrag. Iemand anders zal misschien voor een post-Keynesiaanse benadering kiezen, waarin veel aandacht is voor de laatste factoren, en weinig aandacht voor individueel, rationeel keuzegedrag. We hebben waarschijnlijk beide nodig. Wetenschap leeft van verscheidenheid. Wat we niet nodig hebben, is dat een vertegenwoordiger van één school gaat vaststellen wie de beste econoom van Europa is, of wie er wel en niet in de media mag praten, en hoe dat moet.

Tegenspraak is nuttiger

Onverantwoorde uitspraken in de media door economen zijn niet zozeer een probleem van overdrijving of buiten je boekje spreken, maar van eenzijdig gebruik van de wetenschap. Daar helpt geen code tegen. Alan Greenspan, toen nog de alom geprezen 'maestro', beweerde tot 2007 met droge ogen dat de Amerikaanse huizenmarkt gezond en stabiel was (en gaf later ruiterlijk zijn ongelijk toe). Hij sprak keurig binnen zijn expertise. Het probleem was dat hij niet genoeg werd tegengesproken.

Iedere wetenschap moet zijn eigen tegenspraak organiseren, zeker maatschappijwetenschappen. De economie heeft daarin ernstig gefaald, en dat heeft veel vragen opgeroepen. Is de Queen of Social Sciences eigenlijk niet een keizerin zonder kleren, als in het sprookje? 'How did economists get it so wrong?' kopte ster-econoom Paul Krugman in 2009 in The New York Times. In Parijs, Harvard, Manchester en inmiddels ook Nederland zijn studentenbewegingen ontstaan die om vernieuwing van het economie-onderwijs vragen. Een Institute for New Economic Thinking (jawel!) werd opgericht, dat inmiddels aan een nieuw online curriculum werkt. De Amerikaanse Senaat hoorde in 2010 vooraanstaande economen in een enquête onder de intrigerende titel 'Building a Science of Economicsfor the Real World'. Blijkbaar hebben we die nog niet, vonden ze.

Keizer zonder kleren

Heel levendig allemaal dus. Ik stel me zo voor dat er ook in het sprookje van Andersen discussie ontstond over de vraag hoe de blote keizer zijn waardigheid en nut kon hervinden, na door een kleine jongen ontmaskerd te zijn. Ik denk ook dat de kleermakers daar niet aan meededen. Die bleven eerst heel lang stil en stelden toen een gedragscode voor kleine jongens in. Die zijn immers niet ter zake kundig.

* Dit artikel verscheen eerder in Trouw van 10 juli 2014.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik