Back

Artikel

Home

Inflatie in Nooitgedachtland

13 mei 2009
Onderwerpen: Monetair beleid
Om de angst voor deflatie in te dammen heeft de Amerikaanse Fed een expansief monetair beleid gevoerd. Vroeg of laat zal dit korte termijn beleid zijn weerslag vinden in een opwaartse prijsdruk, volgens de Groningse econoom Elmer Sterken. Het wordt tijd dat Bernanke, de voorzitter van de Fed, weer terugkeert naar de realiteit en ook aan de lange termijn gaat denken.

Angst voor deflatie

Middenin de meest serieuze recessie sinds de roemruchte jaren dertig van de vorige eeuw doemt de angst voor deflatie op. In de Verenigde States is de angst voor deflatie aangewakkerd door de daling van de consumentenprijsindex op jaarbasis in de maand maart van 2009 en de geruchten over bevriezing van nominale lonen of zelfs loonverminderingen. De groeivoet van de loonkosten per werker zijn op het laagste niveau sinds 1982. Ook in Europa en vooral in Japan lijkt inflatie zich in deflatie om te zetten.

Duivels dilemma

Als beleidsmakers een keuze hebben uit een te hoge inflatie of deflatie, lijkt een te hoge inflatievoet het meestal te winnen. Zeker in een tijd waarin nominale schulden zwaar wegen en banken, bedrijven en gezinnen op zoek zijn naar geringere schulden, doemen de gedachten van Irving Fisher over schulddeflatie snel op. Schulden nemen in nominale termen toe, maar door de deflatie in reële bedragen nog meer, waardoor de bestedingen onder druk komen te staan en schulden wederom verzwaard worden. Centrale banken hebben grote problemen om monetair beleid te voeren, omdat de nominale rentetarieven dicht in de buurt van nul komen. Consumenten hebben voornamelijk problemen, omdat uitstel van consumptie aantrekkelijk is. En bedrijven komen in de problemen door bestedingsuitval en oplopende reële financiële verplichtingen.

Fed gaat voor monetaire expansie

Bernanke heeft de gevaren van deflatie onderkend en een buitengewoon expansief monetair beleid gevoerd. Sterker nog, hij heeft de zorgvuldig ongebouwde onafhankelijkheid van de Federal Reserve overboord gezet door de in problemen gekomen zijnde bedrijven AIG en Bear Stearns te steunen en moeilijke leningen uit de markt te kopen (zie ook de column Inflation Nation van Alan Meltzer in de New York Times van 4 mei 2009). Bernanke lijkt als Peter Pan naar zijn eigen Nooitgedachtland gevlogen te zijn om de reële wereld te ontvluchten. Maar, zoals Milton Fiedman meer dan eens gezegd heeft, is inflatie altijd een monetair fenomeen. De mate waarin de Verenigde Staten nu monetair financieren is louter op de korte termijn gericht en lijkt de blik op toekomstige monetaire ontwrichting te ontberen.

Wat is van belang?

In de echte economie is het van belang hoe de productiviteit zich verder ontwikkelt. De groei van de arbeidsproductiviteit is de motor van economische groei. De invloed van de meeste noodsubsidiemaatregelen (vergroening, gezondheidszorg) op de groei van de productiviteit zijn op zijn minst onduidelijk en zelfs contraproductief (hogere lasten op het gebruik van energiedragers). Uitgebreide steun aan bedrijven die inefficiënt produceren dragen ook niet bij aan de inrichting van een productievere economie. Bestrijding van de werkloosheid door werknemers in banen te houden die niet productief zijn levert minder op dan herscholing.

Hoe lang gaat dit goed?

Bernanke lijkt in zijn eigen Nooitgedachtland als Peter Pan uit de realiteit gestapt te zijn. Op de korte termijn maakt hij vrienden met een antideflatie beleid, maar op de lange termijn wacht de terugkeer naar de realiteit. In de grote boze wereld wacht de angst voor een te sterk oplopende inflatie. De enorme toename van de basisgeldhoeveelheid zal ooit een keer leiden tot een vergroting van andere geldhoeveelheidindicatoren. Als de economie aantrekt en de kredietverlening op gang komt, beschikken banken over ruime kassen. Omdat de productiviteitsgroei niet meegegroeid zal zijn, leidt de grotere vraag naar producten tot een opwaartse prijsdruk. Met de zorgen over de Amerikaanse inflatie zullen ook de zorgen over de dollar verder toenemen. De eerste tekenen lijken zich in de maand mei van 2009 al te tonen. Indien de Amerikaanse consumentenprijsindex voor seizoenseffecten geschoond wordt, of men bijvoorbeeld de meer stabiele GDP deflator benut, is er al geen deflatie meer, maar een groei van de prijsindex van rond de 3%. Inflatieverwachtingen in de markt, zoals in het Michigan panel voor inkomensontwikkelingen, blijven onverminderd positief.

Tijd om terug te keren naar de realiteit

In 2003 heerste er ook een angst voor deflatie. Greenspan maakte destijds een oefenvlucht naar Nooitgedachtland, bleef er te lang en hield de rentevoet te laag. Inflatie bleef uit, althans gemeten naar traditionele maatstaven, maar de prijzen van vermogenscomponenten vertoonden een zeepbel. De opmaat van de huidige financiële crisis werd geboren. Het is te hopen dat Bernanke niet te lang met de zeemeerminnen, piraten en andere sprookjesfiguren in Nooitgedachtland blijft stoeien en op tijd terugkeert naar de werkelijkheid. Dat betekent dat enige terughoudendheid in het gebruik van het monetaire instrumentarium als redmiddel voor alle economische ongemakken op zijn plaats is. Maar nog belangrijker is dat de beleidsmakers zich buigen over de langetermijngevolgen van de voorgestelde uitgaven.

Referenties:

Alan H. Meltzer, Inflation Nation, New York Times, 4 May 2009.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik