Back

Artikel

Home

Het WTO akkoord: te weinig en te laat

27 dec 2013
Onderwerpen: Globalisering, Internationale handel

De WTO-onderhandelaars waren begin december in Bali tot tranen toe beroerd over het nieuwe akkoord. Volgens de Groningse economen Brakman en Garretsen is dat enthousiasme moeilijk te plaatsen. Men bereikt akkoorden over kleine posten, het aantal vage en mooie beloften is niet te tellen en het echte probleem - hoe kan de WTO nog van nut zijn in de 21ste eeuw? - wordt niet aangeroerd. De WTO leeft nog in de vorige eeuw en niemand heeft de kracht en de moed om het bij de tijd te brengen.

Een historisch handelsakkoord?

Het in december 2013 op Bali bereikte handelsakkoord werd door de aanwezige politici met gejuich ontvangen, maar zal ondanks alle mooie woorden de wereldeconomie weinig opleveren. Naar verluidt was Roberto Azevedo, de hoogste baas van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), zelfs tot tranen toe geroerd toen hij het in zijn woorden historische akkoord aankondigde. Ook onze eigen minister Ploumen toonde zich opgetogen.

Op het eerste gezicht is het akkoord inderdaad een succes. Weliswaar is het niet de eerste handelsronde die met een akkoord wordt afgesloten – er zijn er vele geweest na de Tweede Wereldoorlog – maar deze ronde duurde veruit het langste en na meer dan een decennium moeizaam vergaderen kan er dan eindelijk een handtekening worden gezet onder een verdrag. En hiermee is meteen het grootste succes van 'Bali' vastgesteld, namelijk dat er na jarenlang onderhandelen en soebatten toch een akkoord ligt.

Aanpak bureaucratie

De gemaakte afspraken kunnen echter moeilijk historisch worden genoemd. Zo wil men de bureaucratie bij de douane ‘verminderen.’ In de dagelijkse handelspraktijk is dit niet onbelangrijk. Veel bedrijven hebben te maken met onnodige vertragingen en een eindeloze stroom van formulieren en in sommige landen lopen bedrijven tegen ambtenaren aan die plotseling geld voor een stempel willen ontvangen, maar op het totaal van de handelskosten waarmee bedrijven te maken hebben is de red tape niet de grootste kostenpost. De raming van de WTO dat ‘minder papier’ aan de grens maar liefst 0.5%-1% extra aan wereld BNP gaat opleveren, is vrijwel zeker een overschatting. Hoe de bureaucratie en corruptie moeten worden verminderd is overigens onduidelijk.

Vage beloften

Daarnaast is onder meer afgesproken dat de leden hun ‘uiterste’ best gaan doen om exportsubsidies te vermijden. Dit zijn concurrentievervalsende subsidies en het beëindigen hiervan is een goede zaak, maar afspreken dat landen hun uiterste best gaat doen is nauwelijks een resultaat te noemen. Daarnaast moet er meer ‘commitment’ komen om de ontwikkelingslanden zoveel mogelijk vrije toegang te geven tot de markten in de rijke landen. Het akkoord wordt helaas gekenmerkt door dit soort vage bewoordingen. Men is vol goede intenties, maar concrete, afdwingbare en controleerbare maatregelen ontbreken goeddeels.

Geen diepe gedachten

Los van de vaagheid van het akkoord, ligt het belangrijkste gemis van ‘Bali’ echter op een ander en veel fundamenteler vlak, namelijk de toekomst van de WTO zelf. Nergens blijkt helaas dat de onderhandelaars geleerd hebben van deze moeizame en taaie handelsronde die in 2001 begon. Na twaalf jaar vergaderen met 156 landen en veel mooie woorden als belangrijkste eindresultaat zou men zich toch eens achter de oren moeten krabben. Is dit nog wel de goede manier om protectionisme in de wereld tegen te gaan en de internationale handel te bevorderen? Een nieuwe multilaterale handelsronde om landen te binden aan minder handelsbeperking en meer vrijhandel lijkt bij voorbaat kansloos. De wereld van de internationale handel is in sneltreinvaart aan het veranderen en de tijd van grote multilaterale bijeenkomsten lijkt voorbij te zijn. Landen gaan steeds meer over tot het sluiten van bilaterale handelsovereenkomsten. Op de website van de WTO staan inmiddels honderden van dit soort verdragen beschreven. Vooral de laatste 15 jaar heeft dit type verdrag een enorme vlucht genomen. Ze hebben het grote voordeel dat er niet met 156 landen tegelijk moet worden onderhandeld en dat er maatwerk geleverd kan worden. Door de trend van wereldwijde outsourcing is het voor veel landen anno 2013 interessanter om direct met de toeleveranciers een handelsverdrag af te sluiten dan met de gehele wereld jarenlang om de tafel te gaan zitten. De WTO heeft hierop geen goed antwoord, zoals impliciet blijkt uit de 12 jarige aanloop naar het non-resultaat van Bali.

Wat staat de WTO te doen?

De WTO zou zich kunnen ontmantelen en slechts nog scheidsrechter zijn waar landen hun handelsgeschillen kunnen voorleggen. Denk aan het recente conflict tussen China en de EU over zonnepanelen. Op zichzelf is dit een nuttige en noodzakelijke taak. Meer wezenlijk zouden de WTO en de aangesloten landen zich moeten herbezinnen op de wijze waarop onderhandelingen over het internationale handelsbeleid dienen plaats te vinden om te voorkomen dat we over 12 jaar weer slechts een akkoord met mooie bedoelingen hebben. Het besef dat de WTO in de huidige opzet haar langste tijd heeft gehad ontbreekt helaas echter bij politici. De blijheid over het ‘Bali’ akkoord is hierbij een verontrustend teken aan de wand. Het is een akkoord over de overzichtelijke wereldeconomie van gisteren die niet meer past bij de huidige wereldeconomie waarbij landen steeds meer direct zaken met elkaar willen doen.

* Dit artikel verscheen eerder in het Financieele Dagblad van 24 december 2013.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik