Back

Artikel

Home

Beschermen van eigen economie kost uiteindelijk alleen maar geld

2 dec 2009
Onderwerpen: Globalisering, Internationale handel
Veel landen werpen de laatste jaren handelsbelemmeringen op. De hierdoor misgelopen voordelen van internationale handel bedragen tot nog toe 100 euro per Nederlander, becijferen economen Harold Creusen en Arjan Lejour. De economische schade loopt verder op nu de economische crisis over de hele wereld tot nieuwe protectionistische maatregelen leidt.

Eigen economie eerst

Met de duur van de crisis neemt de roep toe om overheidsmaatregelen om de eigen industrie en werkgelegenheid te beschermen. Het recente rapport van de Global Trade Alert groep, waarin gerenommeerde economen als Richard Baldwin en Simon Evenett deelnemen, laat zien dat landen veel maatregelen hebben genomen om de eigen economie te ondersteunen ten koste van andere economieën.Bekende voorbeelden zijn de “Buy American” clausules in het Amerikaanse reddingsplan en de plannen van Europese regeringsleiders hun nationale autoindustrie te ondersteunen als dat niet ten koste gaat van werkgelegenheid in eigen land. Deze maatregelen beperken de mogelijkheden voor vrijhandel, terwijl vrijhandel zo belangrijk in tijden van crisis, zoals Frank Heemskerk en Bas ter Weel op dit discussieforum betogen.

Handelsbelemmeringen nemen toe

Nog zorgwekkender is echter dat deze protectionistische trend niet alleen geïnitieerd is door de crisis, maar al enige tijd voortduurt. Deze protectionistische ontwikkeling is niet te zien aan hogere importtarieven, maar wel aan meer non-tarifaire handelsbelemmeringen en meer beperkingen voor internationaal kapitaalverkeer, sinds het begin van dit millennium. De handel is nog wel hard gegroeid de laatste tien jaar, maar dit komt vooral door de hoge economische groei in Azië, en niet door minder handelsbarrières.

Een maatstaf om handelsbelemmeringen te illustreren is de KOF index. Deze index is geconstrueerd voor 158 landen door het Zwitsers economische instituut in Zürich. Deze index laat zien dat globalisering nog steeds doorzet, vooral door de politieke en economische dimensie van globalisering in de periode 2000 tot 2006 (meeste recente cijfers), maar niet meer voor de rijke landen. Globalisering zet vooral door in Azië. Een onderdeel van de index is de economic restrictions index, die specifiek ingaat op handelsbelemmeringen. De index bestaat uit vier onderdelen: belastingen op internationale handel (vooral de opbrengsten van import tarieven), het gemiddelde import tarief, non-tarifaire handelsbelemmeringen en een index voor internationale kapitaalcontroles. Figuur 1 laat de ontwikkeling voor Nederland zien.

Figuur 1. Ontwikkeling in (onderdelen van) Nederlandse KOF index op handelsrestricties

Ontwikkeling in (onderdelen van) Nederlandse KOF index op handelsrestricties

De index laat een dalend verloop tussen 1970 en 2000 zien, vooral door het verwijderen van beperkingen op het vrije kapitaalverkeer. Ook is het gemiddelde importtarief, de importbelastingen en de non-tarifaire barrières gedaald. Na 2000 is deze trend gekeerd van 81 naar 86 punten. De importtarieven zijn niet toegenomen, de non-tarifaire barrières en kapitaalrestricties wel. Dit is niet een puur Nederlands fenomeen. Ook in andere landen zien we ditzelfde patroon: in de EU 15 neemt de index van 81 tot 85 punten toe en in de VS van 92 naar 97 punten.

De index voor non tarifaire belemmeringen wordt deels gebaseerd op het grootschalige Doing Business project van de Wereld Bank. Hier worden het aantal procedures, de benodigde tijd en de kosten van het exporteren en importeren van een container goederen naast elkaar gezet. Het blijkt dat de laatste jaren voor de meeste OESO landen deze kosten en tijd toenemen. Een van de redenen zijn extra veiligheidvereisten die tijd en geld kosten. Zo moeten goederen ladingen naar de VS vooraf bij de autoriteiten aangemeld worden. Deze eisen zijn nog strenger voor de voedselimport en alle voedselverwerkende bedrijven en distributeurs moeten zich bij de Amerikaanse autoriteiten registeren om voor markttoegang in aanmerking te komen (WTO). Ook in de Europese Unie zijn de veiligheidseisen voor voedselimport strenger geworden.

Toename handelsbelemmeringen kost elke Nederlander 100 euro

Wat zou er zijn gebeurd als het handelsbeleid niet restrictiever zou zijn geworden? Om dit te bepalen, maken wij gebruik van dezelfde methodologie als in een recent CPB-onderzoek. In dit onderzoek tonen wij aan dat een vrijer handelsbeleid sinds 1970 significant heeft bijgedragen aan de toename van openheid in Nederland en onze integratie met de wereldeconomie. Met een graviteitsanalyse waar marktomvang en handelsbeleid de meeste belangrijke verklarende variabelen zijn, wordt vastgesteld dat een liberaler handelsbeleid significant bijdraagt aan een grotere openheid van de economie. Deze statistische relatie wordt ook gebruikt om het effect van de stijging van de KOF index voor het Nederlandse handelsbeleid tussen 2000 en 2005 op openheid te bepalen. Als het handelsbeleid in 2005 even vrij als in 2000 zou zijn dan zou de openheid van de Nederlandse economie 4 procent punt hoger zijn geweest. Dat had ons geld opgeleverd. Op dit moment gemiddeld 100 euro per persoon. Dat is nog niet heel veel, veel minder dan de inkomenswinst van een vrijer handelsbeleid sinds 1970, maar dit is vooralsnog klein, omdat het een recente trend is. De effecten cumuleren over de tijd en dan wordt de inkomensschade van een restrictiever handelsbeleid ook groter.

Groei wereldhandel niet te danken aan handelsbeleid

Analyses van de handelsontwikkeling laten zien dat de groei van de wereldhandel de laatste tien jaar vooral het gevolg is van de economische groei, vooral in Azië. Het handelsbeleid heeft hier niet aan bijgedragen. Integendeel, de niet tarifaire belemmeringen zijn toegenomen, volgens de mening van veel experts en de uitkomsten van de Doing Business studie van de Wereldbank. Daardoor is de integratie van de economieën minder groot dat anders het geval geweest zou zijn. Dat leidt tot minder import, minder concurrentie en productiviteitsgroei, hogere prijzen en minder variatie van het aanbod. Daarnaast hebben Nederlandse bedrijven minder mogelijkheden voor expansie vanwege dezelfde trend in andere OESO landen. Hier hangt een prijskaartje aan in de vorm van minder economische groei. Een trendbreuk is nodig om deze toename van handelsbarrières te keren. Een nieuw wereldwijd handelsakkoord dat lagere importtarieven en minder non tarifaire barrières omvat zou hierbij behulpzaam kunnen zijn.

Referentie:

Harold Creusen en Arjan Lejour, 2009, The contribution of trade policy to the openness of the Dutch economy, CPB document 194, The Hague, 2009.

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik