Back

Artikel

Home

Drie voorstellen om starters op de woningmarkt te helpen

10 mei 2013
Onderwerpen: Woningmarkt
Starters op de woningmarkt zijn op drie concrete manieren te helpen, stellen Raymond Gradus en Willem Stevens. Dat kan door aflossing van de woninghypotheek flexibeler en aantrekkelijker te maken en tegelijk schenkingen fiscaal minder te belasten. Het huidige beleid verdient aanpassing om het voor starters aantrekkelijker te maken.

Tegenwind

Volgens het economisch bureau van de ABN-AMRO zal de werkloosheid in 2014 pieken rond 9%. Daarmee is dit bureau in het laatste economische bericht aanzienlijk somberder dan het Centraal Planbureau in het Centraal Economisch Plan. Men is in het bijzonder somber over de omzetontwikkelingen in de bouw. Het woonakkoord heeft nog geen ommekeer op de woningmarkt bewerkstelligd. Daarvoor is meer nodig. De vertrekkend CPB-directeur Coen Teulings beet de spits af. Hij suggereerde de afbouw van de maximale hypotheek uit te stellen tot de woningmarkt weer is aangetrokken. Volgens het Financieele Dagblad van maandag wil minister Blok ook opnieuw ingrijpen in de woningmarkt. Zo wil hij de NHG-woningbezitters de mogelijkheid geven de restschuld mee te laten financieren bij verhuizing. Een verstandige maatregel, waarvan echter alleen de bestaande hypotheekgevers profiteren.

Er is een duidelijke beweging richting meer souplesse bij de uitvoering van het Woonakkoord om de doorstroming op de woningmarkt te stimuleren. In onze ogen zijn verdere maatregelen nodig, die met name starters op de woningmarkt in een betere positie brengen. Met drie relatief eenvoudige ingrepen kan in het bestaande bestel een verdere versoepeling worden aangebracht.

1. Meer flexibiliteit dan Blokhypotheek 

Op de eerste plaats kan een belangrijke stap worden gezet door de uitvoering van Eerste Kamermotie-Essers (CDA). Door bijna de gehele kamer werd daarin gevraagd dat nieuwe hypotheekgevers voortaan kunnen volstaan met 50 % aflossen. De regering doet alsof de door haar voorgestelde ‘Blokhypotheek’ daarin voorziet, maar inmiddels is duidelijk dat deze ingewikkelde constructie niet van de grond komt en meer flexibiliteit nodig is.

In onze ogen is het aanzienlijk eenvoudiger en minder duur voor de woningkoper als de voorgestane aftrekbeperking wordt vormgegeven door geen aflossing voor te schrijven maar wel de aftrek gedurende de looptijd van de lening volgens een annuïtair schema te laten afnemen. Die aanpak kent nog steeds de beoogde stimulans tot aflossen. En dat zonder de ingewikkeldheid en de kosten van de ‘Blokhypotheek’, waarbij enerzijds gedwongen annuïtair moet worden afgelost, maar anderzijds tot 50% van de actuele waarde van de woning – met extra kosten en tegen een hogere rente – niet aftrekbaar mag worden bijgeleend.

De eenvoud en lagere kosten van het voorstel van Essers versterkt de positie van starters op de woningmarkt en zal de vraag naar starterswoningen de noodzakelijke ‘boost’ geven. Door een dertigjarig aftrekschema te hanteren vervalt de wettelijke noodzaak de aflossingsduur tot 30 jaar te beperken en kan aan starters meer flexibiliteit worden gegeven. Uiteraard kan de fiscale aftrek niet groter zijn dan de daadwerkelijk betaalde rente. Het bestaande stelsel blijft op deze manier in stand en toch wordt meer flexibiliteit gecreëerd.

2. Goedkoper schenken

In de tweede plaats zou de huidige schenkingsfaciliteit voor schuldaflossing van het eigen huis, verhoogd moeten worden van € 51.407 naar € 100.000 en de leeftijdsgrens voor de begiftigde naar 45 jaar. Ook zou de regeling moeten gelden voor kleinkinderen en voor neven en nichten die een schenking krijgen van hun (kinderloze) tante of oom. Immers ook in die verwantschappen doet zich de wens voor een jong gezin bij te staan bij het dragen van de woonlasten. In aanvulling daarop zou gedacht kunnen worden aan een vrijstelling van erfbelasting voor zover de schenkingsfaciliteit niet is benut en de erfgenaam zijn woningschuld aflost uit de erfenis. Uiteraard zal dit tot een beperkte budgettaire derving leiden, maar de spin-off voor de economie en de werkgelegenheid is veel groter. Doordat er meer wordt afgelost, houdt de staat meer over als gevolg van minder hypotheekrenteaftrek.

3. Aflossing stimuleren

Een derde versneller is de aanpassing van de huidige bijleenregeling. Deze complexe regeling zorgt er voor dat bestaande woningeigenaren hun schuld niet willen aflossen en overigens ook minder neigen door stromen omdat dit bij doorstroming naar een ander (duurder) huis leidt tot beperking van het bedrag waarover hypotheekrenteaftrek kan worden verkregen. Dit lijkt contrair aan sommige berichten dat hypotheekhouders massaal aflossen, maar dit hangt louter af van de huidige situatie op de woonmarkt. Als straks of de rente op spaargeld toeneemt of de huizenprijzen weer stijgen, zal men veel minder geneigd zijn tot aflossing op bestaande hypotheken. Wij stellen daarom voor dat bestaande hypotheekgevers die aflossen dat bedrag in mindering kunnen brengen bij de berekening van de eigen woning reserve (de overwaarde van de woning). Dit zal de doorstroming bevorderen en daarmee ook de mogelijkheden voor starters vergroten.

Tot slot

Nieuwe ingrepen in de vastzittende woningmarkt lijken onontkoombaar. Uitbreiding van de NHG-regeling voor hypotheekhouders met een restschuld is daarbij denkbaar. Dit heeft wel als consequentie dat de premie voor nieuw af te sluiten gevallen omhoog gaat, waardoor de door Blok voorgestelde maatregel geen stimulans betekent voor starters. Die stimulans en tegelijk een stimulans voor de gehele woningmarkt is te vinden in de hierboven voorgestelde drietrapsraket. Als daarnaast de banken wat meer ruimte krijgen én nemen om maatwerk te leveren, kunnen we wat optimistischer worden over het herstel van de woningmarkt.

Dit artikel is tevens verschenen in het Financieele Dagblad van 10 mei j.l.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik