Back

Artikel

Home

Banken en accountants zijn onverbeterlijk

20 okt 2014
Onderwerpen: Corporate governance

De crisis zou ons geleerd moeten hebben dat er grote publieke belangen schuil gaan achter private partijen als banken en accountants. Toch weten deze partijen zich keer op keer te onttrekken aan structurele hervormingen in wet- en regelgeving, aldus Dik Degenkamp. Zij zoeken hun heil in zelfregulering en rituelen als eedaflegging. Adequaat beleid dat het publieke belang dient komt er maar niet.

Publieke belangen

Publieke belangen, dat zijn volgens de WRR maatschappelijke belangen die de overheid behartigt op grond van de overtuiging dat deze belangen anders niet goed tot hun recht komen (rapport ‘Het borgen van publiek belang’, 2000). Ietwat vereenvoudigd vertaald: belangen die niet aan de markt kunnen worden overgelaten. Het definiëren van publieke belangen is één, bepalen wat onder die definitie valt is twee en hoe dat niet-overlaten aan de markt wordt georganiseerd is drie. Beperken wij ons tot de financieel-economische sfeer, dan komen al snel twee branches in het oog: de banken en de accountants. Beide liggen niet zonder reden al een tijdje onder maatschappelijk vuur. En beide verrichten belangrijke maatschappelijke functies, maar zowel de structuur als het functioneren van deze bedrijfstakken voldoen niet aan daaraan te stellen minimale maatschappelijke eisen. Banken verzorgen betalingsverkeer en krediettransformaties, accountants zijn volgens eigen zeggen ‘vertrouwenslieden van het maatschappelijk verkeer’. Zacht gezegd valt op het functioneren van deze branches wel het een en ander aan te merken en dat is ook wel van verschillende zijden gedaan. Interessant is nu waar te nemen hoe op het disfunctioneren zowel door de branches zelf als door de politiek – als hoeder van het algemeen belang – is gereageerd.

Falen banken en accountants

Bij de banken ontbreekt het aan de top aan het vermogen om het eigen gedrag onder ogen te zien (zelfreflectie) volgens een recente DNB-publicatie Leading by example. Het vermogen om de eigen portemonnee te spekken ontbreekt niet, datzelfde geldt voor de accountancy-sector, die volgens Amerikaans onderzoek in de VS de meest winstgevende sector is en dat zal in Nederland hoogstwaarschijnlijk niet anders zijn. Het zou interessant zijn eens te onderzoeken hoe excessieve beloningen in de praktijk samenhangen met mankerende zelfkennis omtrent eigen bekwaamheid en mogelijk bijbehorend gebrek aan minimaal noodzakelijk ethisch besef. Een rijk onderzoekgebied ligt nog open. De bankensector kan worden gekarakteriseerd als een dominant oligopolie met een aantal rafelrandjes. Datzelfde geldt ook weer voor de accountancy-sector waar de zogenaamde ‘grote vier’ domineren op de verplichte accountantscontrole-markt. Opvallende overeenkomsten derhalve. Opvallende overeenkomsten vind men ook terug in de wijze waarop gereageerd wordt op de maatschappelijke kritiek. Alhoewel in beide sectoren sprake is van een ernstig structureel probleem, wordt in beide sectoren de structuur met hand en tand verdedigd. U merkt wel, ik ben een ‘aanhanger’ van het 'structure-conduct-performance' analyse-model. De banken hebben weliswaar een stortvloed van wetgeving over zich heen gekregen om structurele veranderingen aan te brengen, maar daar weten zij wel raad mee. Voor een groot deel blijft die vloed ‘black letter law’ en ‘ontwijken’ is heel wat anders dan ‘ontduiken’. Ontwijken mag juridisch en rechtsfilosofische naïevelingen hebben de overtuiging dat wat juridisch mag ook ethisch is toegestaan omdat er naar hun inzicht een noodzakelijke relatie is tussen recht en ethiek; dus als het juridisch mag zit het ethisch ook wel goed.

Zelfregulering en rituelen

De vluchtwegen voor de iets hardere wetgeving die is vastgesteld zijn zelfs voor juridische leken niet moeilijk te bedenken, laat staan voor de jongens en meisjes van de Zuidas. Maar in beide sectoren vond men toch wel dat er iets moest gebeuren. De ‘oplossingen’ werden gevonden in zelfregulering en rituelen. ‘Zelfregulering’ is een woord met een zeer hoge positieve emotionele lading voor een verschijnsel, dat op zeer kleine schaal en in kleine kring goed kan werken, maar dat ik in mogelijk conflictueuze situaties eerder een kwaadaardige nieuwvorming in het recht zou willen noemen. Vooral als zelfregulering gepaard gaat met het toepassen van het ‘comply or explain’-beginsel. Kort gezegd komt dit laatste neer op: ‘je hoeft niet te doen wat je moet doen, als je maar uitlegt waarom je niet doet wat je moet doen’. Dit hele gedoe was gebaseerd op de gedachte dat ‘one size doesn’t fit all’ en dat gewone wetgeving altijd te strak (not fit) zou zijn en niet afgestemd op individuele gevallen. Dat in gewone wetgeving ook vage en fuzzy normen voorkomen, werd voor het gemak vergeten.

Er is een stortvloed van codes over ons heen gekomen en het is niet verbazingwekkend dat de nalevingspercentages DDR-achtige hoogten hebben bereikt (zie Bier e.a, 2013); niet-naleven is bij 'comply or explain' haast niet mogelijk! Dit soort regelgeving schuurt niet, maar aait. Daarnaast is een soort eeds-epidemie ontstaan. Vooral in bedrijfstakken die terecht onder zware maatschappelijke kritiek staan is het twee vingers opsteken uitermate populair Begrijpelijk is het wel dat vanuit deze betrekkelijk gesloten clubs geprobeerd wordt structurele ingrepen van buiten te pareren; onbegrijpelijk dat de politiek zich zo makkelijk de gelegenheid laat ontgaan structurele maatregelen te treffen. Structureel wordt de bankensector niet gereorganiseerd; universele banken – in de praktijk in Nederland een klein oligopolistisch clubje van grootbanken – kunnen betrekkelijk ongehinderd hun ‘zegenrijke’ werk voortzetten. De zo noodzakelijke splitsing van nuts- en zakenbanken zal er niet van komen; de universele banken hebben het pleit gewonnen. “De overheid is geen bankier” hoor je Dijsselbloem voortdurend toeteren; dat is in het verleden wel anders geweest. Tot betrekkelijk ver in de 20e eeuw is de overheid nauw betrokken geweest bij de grote banken en ook nu zou het niet onverstandig zijn na te denken over overheids-nutsbanken, of over stimulering van coöperatieve nuts-spaarbanken (zie hierover Huijgen en Nijland, 2014)).

Dan nu de ritualia. Ge-eed wordt nu al op grote schaal en als het aan Dijsselbloem ligt, wordt dit vingersopsteken uitgebreid naar alle bankmedewerkers. Zou ik bankmedewerker zijn, dan zou ik een beroep doen op een (nog niet bestaande) wet op gewetensbezwaren. Het is toch schandelijk dat je als normaal mens moet verklaren dat je je netjes zult gedragen. De uiterste consequentie van dit gedoe is dat het hele Nederlandse volk moet verklaren dat het zich netjes zal gedragen; de waanzin ten top. Dan de accountants. Accountants hebben in Nederland een wettelijk monopolie; ondernemingen moeten voldoen aan een controleplicht en het geheel zit verpakt in een goudgerand gilde-systeem. De gecontroleerde betaalt de controleur; een simpeler uitnodiging tot disfunctioneren bestaat niet. Maar ook hier weer; structurele maatregelen worden uiteraard door de beroepsgroep niet voorgesteld, en de overheid zal ook hier bakzeil halen. Dus niet het doorbreken van de ‘gouden banden’ tussen gecontroleerde en controleur en ook niet het afschaffen van de wettelijke controleplicht waar die verplichting helemaal niet nodig is.

Onverbeterlijk

Voor OOB’s (organisaties van openbaar belang), denk aan banken, beursondernemingen, door de overheid gefinancierde instellingen, et cetera, is wettelijk verplichte controle zinvol. Maar die controle kan alleen goed worden uitgevoerd als de controleur niet wordt betaald door de gecontroleerde. Optimaal zou hiervoor een zelfstandig bestuursorgaan (zbo) moeten worden opgetuigd en de financiering van de controle zou door middel van een heffingensysteem kunnen worden gewaarborgd. Maar de eedsafleggingen komen eraan en zelfregulering tiert welig. Treurig allemaal, het grote geld regeert. Lang leve de (geld)democratie, banken en accountants kunnen het in hun zak blijven steken.

Referenties:

DNB, 2013, 'Leading by example; Gedrag in de bestuurskamers van financiële instellingen' De Nederlandsche Bank, Amsterdam.

Bier, B., P. Frentrop, M. Luckerath-Rovers, D. Melis 2013, 'Overzicht Corporate Governance in Nederland 2003-2013' Nyenrode business universiteit, Breukelen.

Huijgen, W.G. en J. Nijland 2014, 'Banken als hoeders van het publiek belang?', Weekblad voor Privaat en Notarieel Recht, 22-04-2014, nr. 7007, blz. 173-178.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik