Back

Artikel

Home

Wonen in een krimpregio: hoe voelt dat nou?

10 feb 2011
Onderwerpen: Ruimtelijke ordening
Ondanks dat Nederland tot een van de dichtstbevolkte landen van de wereld behoort, staat bevolkingskrimp hoog op de politieke agenda. De komende decennia zullen naar verwachting Limburg, Groningen en Zeeuws-Vlaanderen te maken krijgen met bevolkingskrimp. Bevolkingsdaling hangt vaak samen met een zwakke economische situatie van een regio, maar kan vervolgens ook weer leiden tot verdere verzwakking van de regionale economie. Ook komen voorzieningen, sociale cohesie en verkoopbaarheid van woningen onder druk te staan. De overheid heeft recentelijk 90 miljoen euro uitgetrokken voor het tegengaan van leegstand en verloedering van krimpregio’s.

De discussie over de bevolkingskrimp kan bevreemdend overkomen. Hoe erg is het om in een ontvolkte regio te wonen in een land dat binnen een uur of vier van de ene uithoek naar de andere per auto kan worden bereikt? Vanuit iedere krimpregio zijn binnen, zeg, twee uur diverse steden in meer bevolkte gebieden te bereiken. Forenzen tussen Limburg en zeg Eindhoven, Nijmegen, Tilburg en Duitse steden is goed mogelijk en gebeurt op grote schaal. En het platteland biedt rust, ruimte en vrije natuur. Veel Nederlanders blijken het ook prima te vinden als de Nederlandse bevolking wat zou krimpen (Van Dalen en Henkens, 2009). Enigszins kort door de bocht zou je als econoom kunnen stellen dat als de huizenprijzen maar voldoende dalen, er vanzelf weer mensen in de ontvolkte gebieden gaan wonen. Maar dat gaat natuurlijk voorbij aan het feit dat als de winkels, scholen en dorpshuizen eenmaal gesloten zijn, het tij moeilijk te keren is.

De inschatting van bewoners

Waar een groot deel van de discussie ook aan voorbij lijkt te gaan, is de consument in de economische krimpregio. Wat vindt, denkt en voelt de consument wonend in de periferie van Nederland over de economische situatie? En in hoeverre verschilt dat van de rest van Nederland? TILCOM (Tilburg Consumer Outlook Monitor) peilt iedere drie maanden hoe Nederlanders tegenover de economie, hun eigen persoonlijke financiële situatie en kernaspecten van hun leven staan. De steekproef van circa 2.500 ondervraagde Nederlanders is representatief voor de Nederlandse bevolking en bevat ook grote deel-steekproeven, zoals bewoners uit de krimpregio’s: Groningen, Limburg en Zeeuws-Vlaanderen (in totaal 310 respondenten).

Bewoners van krimpregio’s staan er economisch niet slechter voor

Uit resultaten van de meest recente peiling (december 2010), blijkt voor het eerst dat er verschillen bestaan tussen inwoners van de krimpregio’s en de rest van Nederland, niet zo zeer in hun evaluaties van de economische situatie als wel de emoties die ze daar over hebben: 11% van de inwoners van krimpregio’s vindt dat de financiële situatie van het eigen huishouden is verbeterd, 16% denkt dat het verbetert in de komende 12 maanden (voor Nederland als geheel: resp. 11% en 15%). In de krimpregio’s vindt 11% dat de ontwikkeling van de Nederlandse economie is verbeterd (Nederlands gemiddelde: 19%) en 26% denkt dat het gaat verbeteren in het komende jaar (gemiddeld: 30%). Uit de onderstaande tabel blijkt aldus dat het consumentenvertrouwen op een schaal van 1 tot 5 in deze regio’s op hetzelfde niveau ligt als voor de rest van Nederland (Tabel 1).Verder schatten bewoners van de krimpregio’s de kans op baanverlies (15,5%) nauwelijks hoger in dan Randstedelingen. Ook over het huishoudinkomen, sociale contacten, gezondheid en het leven als geheel zijn bewoners van krimpregio’s net zo tevreden als Randstedelingen en overige Nederlanders. Een score tussen 3 (niet tevreden en ontevreden) en 4 (tevreden) op al deze aspecten duidt zeker niet op slechte leefbaarheid. In vorige kwartalen was dit beeld nagenoeg hetzelfde.

Tabel 1: Economische vertrouwen en tevredenheid naar regio


Schaal Krimpregio’s+ Randstad++ Rest van Nederland
Consumentenvertrouwen: 1-5 2,67 2,64 2,68
Nationale economie



Consumentenvertrouwen: 1-5 2,67 2,70 2,70
Persoonlijke financiën



Kans op baanverlies 0-100 15,5% 16,3% 13,4%
Tevredenheid met inkomen 1-5 3,42 3,49 3,53
Tevredenheid met sociale contacten 1-5 3,76 3,77 3,80
Tevredenheid met gezondheid 1-5 3,61 3,67 3,69
Tevredenheid met leven als geheel 1-5 3,80 3,88 3,86
N
302 1153 1212

*: p<.05; **: p<.01; (Geen van de variabelen in de tabel is significant verschillend tussen de regio’s) + Oost-Groningen, Zeeuws-Vlaanderen, Zuid-Limburg; ++ Zuid-Holland, Noord-Holland, Utrecht, Flevoland

Maar het voelt wel heel anders…

TILCOM onderscheidt zich van andere consumentenstudies door de expliciete aandacht voor emotionele reacties die mensen hebben op economische situaties. Respondenten wordt gevraagd in hoeverre zij bepaalde emoties ervaren als zij denken aan de financiële toekomst van hun huishouden in de komende 12 maanden. Op basis daarvan wordt de Ecomotion-index uitgerekend die kan variëren tussen -100 (de consument ervaart alleen maar negatieve emoties) en +100 (de consument ervaart alleen maar positieve emoties). (zie ook Box 1)

En hieruit blijkt dat de bewoners van krimpregio’s zich duidelijk negatiever voelen over hun financiële toekomst (Tabel 2). Bewoners van de krimpregio’s scoren significant lager op de Ecomotion-index (22,6) dan bewoners van de Randstad (35,2) en de overige delen van Nederland (37,3). Dit verschil is aanzienlijk en opmerkelijk. Immers, de Ecomotion-index varieerde tussen september 2009 en december 2010 voor Nederland als geheel maar tussen 27,1 en 35,2. Met andere woorden, bewoners van krimpregio’s zijn emotioneel meer aangedaan op het dieptepunt van de crisis dan de rest van Nederland, terwijl ze in hun economische oordelen en voorspellingen helemaal niet verschillen. Dit grote verschil in de economische impact van de huidige economische situatie op bewoners van krimpregio’s versus de rest van Nederland komt niet door verschillen in sociaal-demografische kenmerken; de verschillen in emotionele impact blijven overeind als gecorrigeerd voor verschillen in leeftijd, geslacht, opleidingsniveau en gezinssamenstelling.

De emotionele verschillen bestaan vooral voor de positieve emoties: optimisme, blijheid, zekerheid en ontspannenheid. Deze emoties ervaren inwoners van de krimpregio’s veel minder dan andere Nederlanders. Voor de negatieve emoties bestaan er echter nauwelijks verschillen. Bewoners van krimpregio’s lijden dus niet aan grootschalig pessimisme, maar zijn wel minder blij en ontspannen over hun financiële toekomst.

Tabel 2: Economische emoties naar regio


Schaal Krimpregio’s+ Randstad++ Rest van Nederland
TILCOM-index** -100; +100 22,6 35,2 37,3
Optimistisch* 1-7 3,06 3,32 3,29
Blij** 1-7 2,94 3,25 3,20
Zeker** 1-7 3,15 3,50 3,43
Ontspannen** 1-7 3,25 3,57 3,57
Pessimistisch 1-7 2,12 2,07 1,98
Bedroefd 1-7 1,94 1,82 1,77
Onzeker 1-7 2,31 2,16 2,11
Bezorgd 1-7 2,41 2,30 2,29
N
302 1153 1212

*: p<.05; **: p<.01; (t-testen) + Oost-Groningen, Zeeuws-Vlaanderen, Zuid-Limburg; ++ Zuid-Holland, Noord-Holland, Utrecht, Flevoland

De scores van consumenten op de Ecomotion-index voorspellen hun aankoopplannen voor duurzame goederen (Leenheer en Pieters, 2010). Voor 2011 hebben inwoners van krimpregio’s echter niet minder plannen voor het kopen van huizen, auto’s, interieur en apparaten dan gemiddeld. Maar er bestaan weer wel significante verschillen in vakantieplannen, ook in 2010 gingen de bewoners van krimpregio’s iets minder vaak op vakantie dan bewoners van andere delen van Nederland.

Conclusies

Ondanks alle ophef over bevolkingskrimp in de periferie van Nederland lijkt het de inwoners van krimpregio’s in Nederland op dit moment nog niet zo slecht te gaan. Ze zijn tevreden burgers met een zekere mate van vertrouwen in de economie en baanzekerheid. Toch zijn er tekenen van verandering te bespeuren. Voor het eerst blijkt uit het driemaandelijkse onderzoek TILCOM dat Nederlanders in Limburg, Groningen en Zeeuws-Vlaanderen zich minder positief te voelen over hun financiële toekomst dan andere Nederlanders.

Het is opmerkelijk dat inwoners van krimpregio’s de economische situatie niet anders beoordelen dan de rest van Nederland, maar dat ze zich er wel anders over voelen. Dat kan een voorteken zijn van een belangrijke kentering. Emoties lopen vaak voor op de veranderingen in plannen en gedrag. Eerst voelen mensen zich minder gelukkig onder de huidige economische situatie. Een gevoel dat niet helemaal gebaseerd is op hun economische verwachtingen. En dan, besluiten ze misschien om toch maar eens te solliciteren op een baan in een andere regio. Of besluiten de kinderen die elders studeren niet terug te keren naar de ouders en familie die wel dezelfde verwachtingen hebben als zijzelf, maar er zich toch anders, grijzer wellicht, onder voelen. De toenemende aandacht voor de problemen in krimpregio’s, zowel politiek als in de media helpen dan niet. In tegendeel, advertenties in landelijke dagbladen dat het goedkoop in alle rust wonen is in Limburg of dat er geen files zijn in Oost-Groningen, en dat je ver kunt kijken in Zeeland, bevestigen dan juist dat de gebieden leeg zijn. Dat “leeg”, “te leeg,” of “vol” en “te vol” in Nederland nogal relatieve begrippen zijn, weten we maar al te goed. Maar de media-aandacht gekoppeld aan de economische gevoelens van de inwoners van deze regio’s, kan leiden tot een zichzelf vervullende voorspelling. Aandacht over de terugloop doet dan de kans stijgen dat er terugloop ontstaat, die versterkt wordt door de aandacht ervoor, en door de emotionele reacties van consumenten op hun economische situatie. Van de boodschap dat je bij de “verliezers” hoort, wordt niemand vrolijk. Het dramatiseren van de werkelijkheid kan zo de problemen wel eens in de hand werken. Hoe dit zich ontwikkelt, zal in de komende peilingen van het TILCOM-onderzoek zichtbaar gaan worden.

Referenties

Harry van Dalen en Kène Henkens, 2009, Wie is er bang voor bevolkingskrimp?, Me Judice, jaargang 2, 24 september 2009.

Jorna Leenheer en Rik Pieters, 2010, Rationele emoties van consumenten in economie en economen, Economische Statistische Berichten, 19 augustus 2010, p.505-507.

Box 1: De Ecomotion-index

De Ecomotion-index geeft het nettoverschil aan tussen de positieve en negatieve emoties die consumenten ervaren als zij denken aan hun financiële toekomst in de komende 12 maanden. Een waarde van -100 weerspiegelt dat de consument alleen negatieve en geen positieve emoties ervaart bij de gedachte aan de eigen financiële toekomst, bij een waarde van 100 ervaart de consument uitsluitend positieve en geen negatieve emoties.

Om de Ecomotion-index te kunnen berekenen, wordt aan iedere consument gevraagd in hoeverre hij een bepaalde emotie ervaart als hij denkt aan de financiële toekomst van zijn huishouden, op een schaal van 1 tot 7 (1: helemaal niet – 7: uiterst). Dit wordt de consument voor 12 verschillende emoties gevraagd. De volgorde van de verschillende emoties wordt gevarieerd tussen de verschillende respondenten. De index wordt als volgt berekend:

Ecomotion-index = ((emop -1)-(emon -1))/((emop -1)+(emon -1))*100.

emop = gemiddelde score op de positieve emoties

emon = gemiddelde score op de negatieve emoties

Ieder kwartaal wordt de Ecomotion-index per consument berekend en vervolgens wordt de gemiddelde score voor Nederland vastgesteld. Ook berekenen we het percentage Nederlanders dat negatief scoort op de index.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik