Back

Artikel

Home

Werken anno 2009: vast contract en een baas

20 nov 2009
Onderwerpen: Arbeidsmarkt
De meeste Nederlanders hebben een vaste baan en een baas die hen vertelt wat te doen. Het Baliemanifest dat oproept regelingen voor arbeid en sociale zekerheid aan te passen op de zelfstandige, flexibele werknemer van nu is gebaseerd op een mythe, stelt econoom Ronald Dekker. Bovendien zijn ook voor kleine zelfstandigen risico’s van werkloosheid en arbeidsongeschiktheid moeilijk individueel verzekerbaar. Collectieve regelingen blijven daarom voor de hand liggen.

Baliemanifest ziet omwenteling op arbeidsmarkt

`De arbeidsmarkt van nu, met zijn uitzendkrachten, deeltijdwerknemers en zelfstandigen zonder personeel, vraagt om nieuwe arbeidsverhoudingen'. En: 'De manier waarop mensen vormgeven aan hun werkzame leven verandert snel'. Deze twee zinnen komen uit het recente ´Baliemanifest´, opgesteld door prominente vertegenwoordigers en voormalige vertegenwoordigers van vakbonden, werkgeversorganisaties en andere polderinstituties (Volkskrant, 11 november 2009). Doel van het manifest is aan te geven dat alles anders moet, omdat werken anno 2009 niet meer gekarakteriseerd wordt door een vast contract bij een baas.

Deze claim van een Copernicaanse wending op de Nederlandse arbeidsmarkt wordt wel vaker gedaan en is meestal gebaseerd op de oppervlakkige observatie dat er meer zelfstandigen zonder personeel en flexibele banen zijn gekomen en dat de verhoudingen minder hiërarchisch zijn geworden. De empirische onderbouwing van deze beweringen is nogal mager.

Aandeel flexibele werknemers en zelfstandigen stabiel

Om met de ‘verzelfstandingstrend’ te beginnen: CBS cijfers over de afgelopen 12 jaar laten een buitengewoon stabiel beeld zien van de verhouding tussen vaste werknemers (80 procent van de werkenden) flexibele werknemers (8 procent van de werkenden) en zelfstandigen (12 procent van de werkenden). Achter deze percentages gaat een behoorlijk dynamische arbeidsmarkt schuil, maar de verhoudingen tussen vaste, flexibele werknemers en zelfstandigen blijven dus vrijwel constant. De stijging van het aantal zzp’ers en flexibele banen bestaat vooral in absolute aantallen. Maar het aantal vaste werknemers is in dezelfde periode net zo hard gegroeid. Bij de flexibele banen moet ook nog worden opgemerkt dat deze voor de meeste werkenden vooral optreden bij het begin van de arbeidscarrière. Met andere woorden: er is behoorlijk wat doorstroom tussen het flexibele en het vaste segment en de tegenstelling tussen vaste ‘insiders’ en flexibele ‘outsiders’ is dus minder scherp dan vaak wordt aangenomen.

Hiërarchie domineert de werkvloer

Daarnaast zou sprake zijn van egaliserende gezagsverhoudingen op de Nederlandse arbeidsmarkt. Ook dit wordt meestal niet empirisch onderbouwd. Meestal zijn het beweringen van arbeidsmarktdeskundigen die de vergissing maken te denken dat hun eigen werk representatief is voor de gehele arbeidsmarkt. Hoogopgeleide professionals zien hun eigen baas als gelijke, en gaan ook als zodanig met hem of haar om. Voor vuilnismannen, postbodes, bordenwassers, assistent-koks, voedingsassistenten in ziekenhuizen, oogstmedewerkers in de tuinbouw, caissières, vakkenvullers, etc. bestaan er nog wel degelijk hiërarchische (soms zelfs feodale) verhoudingen op de werkvloer. De emancipatie van werkenden is een loffelijk streven, maar het is een illusie om te denken dat deze in alle sectoren van de arbeidsmarkt op hetzelfde niveau ligt.

Vast arbeidscontract blijft grote rol spelen

De afgelopen 10, 15 jaar heeft dus geen Copernicaanse wending op de Nederlandse plaatsgevonden, anders dan dat de arbeidsmarktparticipatie (in personen) fors is toegenomen. Mensen geven wellicht anders vorm aan hun werkzame leven, maar doen dat grotendeels nog in de traditionele contractvormen. Wat er de komende decennia gaat gebeuren, is niet te voorspellen, maar het ligt in de rede dat het vaste arbeidscontract een belangrijke rol zal blijven spelen. Wellicht dat het percentage vaste contracten wat terug zal lopen, maar gezien de hoge waardering voor (baan)zekerheid bij de meeste werkenden, incl. zzp’ers ligt niet voor de hand dat deze daling substantieel zal zijn. Bovendien hebben werkgevers ook behoefte aan zekerheid en is het aantal organisaties dat volledig is geflexibiliseerd op de vingers van één hand te tellen. Dat is logisch vanuit een transactiekostenperspectief en in veel sectoren zal continuïteit een belangrijke doelstelling van de bedrijfsvoering blijven. Ook is het belangrijk om onder ogen te zien dat de meeste (bij)scholing plaats binnen een vast arbeidscontract, omdat werkgever en werknemer daar een wederzijds belang hebben.

Zelfstandigen kunnen prima meedoen met collectieve regelingen

Het uitgangspunt van de Balie groep om de zelfstandig werkende als norm en uitgangspunt te nemen voor toekomstige sociale zekerheidsarrangementen schiet dus haar doel voorbij. Daarmee is niet gezegd dat er niets moet gebeuren om de grote groep zelfstandigen meer binnen de sfeer van sociale bescherming te trekken. Arbeidsmarktrisico’s als werkloosheid en arbeidsongeschiktheid zijn voor hen nu slechts moeizaam (en duur) individueel te verzekeren. Maar uitgaande van de bestaande diversiteit aan contractvormen op de Nederlandse arbeidsmarkt zijn diverse arrangementen denkbaar waarbij zelfstandigen zonder personeel deelnemen in collectieve verzekeringen en/of pensioenfondsen.

In het Balie manifest wordt ook betoogd dat de bestaande arrangementen op de arbeidsmarkt ‘onvoldoende bescherming’ bieden, doordat hun bereik beperkt is en de werkingssfeer te gesloten. Dat is een opmerkelijke conclusie wanneer je ziet dat de sociale gevolgen van de grootste naoorlogse recessie in Nederland vooralsnog meevallen. Het valt niet te ontkennen dat tijdelijke en uitzendkrachten eerder hun baan verliezen, maar vaak hebben deze wel degelijk sociale zekerheidsrechten opgebouwd. Datzelfde geldt ook, naar rato, voor deeltijders. Het huidige sociale stelsel ‘bereikt’ ruim 80 procent van de werkenden, het ontslagrecht is van toepassing op ongeveer 80 procent van de werkenden, en er is dus weinig aanleiding om te denken dat dit percentage snel daalt. De bewering dat het ontslagrecht bevoogdend zou zijn en nauwelijks reële zekerheid zou bieden is door hoogleraar Europees arbeidsrecht Ferdinand Grapperhaus (Volkskrant, 12 november 2009) al vakkundig gedemonteerd. Mensen kiezen altijd en overal in overgrote meerderheid voor baanzekerheid. Wanneer ze dat niet doen, is de belangrijkste factor een gebrek aan autonomie in een werknemersrelatie en wordt als zelfstandigen zonder personeel het resulterende gebrek aan baanzekerheid als problematisch ervaren.

Collectieve regelingen voor arbeid en sociale zekerheid liggen meest voor de hand

Er is wel degelijk aanleiding om na te denken over robuuste instituties voor de arbeidsmarkt van morgen. Mocht de trend van 'verzelfstandiging' zich bestendigen of zelfs uitbreiden, is er aanleiding om daarvoor arrangementen te ontwikkelen. Gegeven de ongefundeerde claims over de arbeidsmarkt en de daaruit voortkomende rammelende analyse van de problemen op die arbeidsmarkt is het opmerkelijk dat er op dit terrein nog zoveel verstandige voorstellen door de Balie groep worden gedaan. Vooral op het terrein van een leven lang leren, employability en werkzekerheid zien we interessante voorstellen. Wanneer we bij deze voorstellen minder uitgaan van de ‘verzelfstandigingsmythe’ en wat meer aandacht geven aan collectieve arrangementen, dan bied het Baliemanifest voldoende aanknopingspunten voor modernisering van het Nederlandse arbeidsbestel zonder dat alles op de schop moet. Of collectieve of individuele arrangementen de voorkeur verdienen, is een open vraag maar veel arbeidsmarktrisico's zijn en blijven moeilijk individueel verzekerbaar, dus collectieve oplossingen liggen eerder voor de hand. Een eventueel nieuw ‘sociaal contract’ zal dus veel overeenkomsten hebben met het oude.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik