Back

Artikel

Home

Wat is er eerlijk aan de Eerlijke Bankwijzer?

20 sep 2014
Onderwerpen: Duurzaamheid, Bedrijfsethiek
In Nederland leven wij in een stakeholder-economie. Die stakeholders hebben een mening over het te voeren beleid van ondernemingen en hun financiers, de banken. Die laatsten worden aangesproken door de Eerlijke Bankwijzer. Maar hoe eerlijk en effectief is die Bankwijzer? Volgens bedrijfsethicus Harry Hummels heeft de Bankwijzer alle schijn van een marketinginstrument voor de organisaties achter de Bankwijzer en is het vooralsnog niet een bewezen pressiemiddel dat bedrijven en consumenten aanzet tot goed gedrag.

De markt van vrije meningsvorming

De samenleving is al eeuwen bekend met het verschijnsel ‘markt’. De Grieken kenden de agora, de Romeinen een forum mercatum. Op de Griekse agora werd handel gedreven, maar ook politiek bedreven. Er werd gehandeld in maatschappelijke acceptatie. Ook vandaag de dag kennen we een markt van maatschappelijke acceptatie, al zijn de plaats van handeling en de spelers veranderd. De handel in meningen vindt plaats in en tussen het bedrijfsleven, het parlement, (sociale) media, of de wetenschap. De spelers zijn politici, ambtenaren, ondernemers, financiers, managers, werknemers(organisaties), journalisten, wetenschappers en maatschappelijke organisaties. Zij interacteren met het oog op de gewenste inrichting en werking van de samenleving. De maatschappij kent diverse institutionele mechanismen, waaronder wetgeving, regelgeving en rechtspraak, waarin de richtinggevende handelingskaders worden vastgesteld. Daarbuiten hebben de spelers relatief vrij spel en wordt er 24/7 gehandeld en onderhandeld. Neem het voorbeeld van Wakker Dier. In radiospotjes maakt de organisatie duidelijk dat de Nederlandse supermarkten graag van de plofkip af willen, “maar alleen als kiloknaller”. De spot is een heldere aanbieding om supermarkten – en consumenten – bewust te laten worden van het leed van de plofkip en het lot van de kip te verbeteren.

De Eerlijke Bankwijzer

Minder overtuigend is de poging van maatschappelijke organisaties om onder de vlag van de Eerlijke Bankwijzer de Nederlandse banken tot handelen aan te zetten. De reden is simpel. De Bankwijzer tracht het leed in de wereld te verzachten op terreinen als arbeidsrechten, wapens, klimaatverandering, gezondheidszorg, of dierenwelzijn. Daartoe spreekt zij de Nederlandse banken aan – niet omdat die banken zelf in wapens handelen of mensenrechten schenden, maar omdat hun klanten dat mogelijk doen. Even voor de duidelijkheid: niet de wapenfabrikanten, de kledingindustrie, de energiemaatschappijen, de mijnbouwindustrie, of de agrarische producenten worden door de Bankwijzer aangesproken, maar hun Nederlandse financiers.

Laat ik voorop stellen dat het de maatschappelijke organisaties vrij staat de banken aan te spreken. Op de markt van maatschappelijke acceptatie heeft iedereen het recht om aan te bieden wat hij of zij wil. Daarbij bekruipt mij echter wel het gevoel dat de verschillende campagnes ineffectief zijn om het lot van de (verworpenen der) aarde te verbeteren. Zeker waar het om het gebruik van publieke middelen gaat, mag meer transparantie worden verwacht omtrent de impact van de campagnes. In een tijd waarin de aan de Bankwijzer verbonden organisaties heel hard roepen om transparantie, zijn ze echter zelf oorverdovend stil als het gaat om de effectiviteit van hun campagnes. Zelf beschik ik niet over de middelen en mogelijkheden om deze impact vast te stellen, terwijl de Bankwijzer geen onafhankelijke partij in staat stelt de effectiviteit te evalueren. Als ik het heb over impact bedoel ik natuurlijk niet of de banken hun beleid hebben aangepast als gevolg van de verschillende campagnes van de Bankwijzer. Waar het om gaat is of het lot van de uitgebuite arbeiders, de slachtoffers van de wapenwedloop of het milieu verbetert doordat Nederlandse banken hun beleid aanscherpen op deze terreinen. Wellicht zie ik het verkeerd, maar er is weinig ‘eerlijks’ aan de Bankwijzer. Er is sprake van ‘cliëntelisme’ en selectiviteit in de aanpak van de maatschappelijke organisaties, waarbij de indruk ontstaat dat het vooral gaat om aandacht trekken en ledenwerving. Misschien ben ik nu te cynisch. Dat wordt dan veroorzaakt door de organisaties zelf die geen informatie geven over het nut en de effectiviteit van de door de Bankwijzer gevoerde campagnes. Van de Bankwijzer mag worden verwacht dat zij aangeeft wat de effectiviteit is van haar campagnes op de relevante maatschappelijke problemen die zij adresseert. Blijkbaar heeft de Bankwijzer daar geen zin in want ze blijft argumenteren dat als de banken maar transparanter worden en hun klanten aanspreken op door de Bankwijzer aangedragen thema’s, de wereld er een stuk mooier gaat uitzien. Dat is wel een erg naïeve kijk op de wereld.

Een tweede reden om sceptisch te zijn betreft het internationale karakter van de kapitaalmarkt. Nederlandse financiers aanspreken op hun handelen is zinvol, als dat gebeurt in het kader van een internationaal programma waarbij ook Britse, Franse, Duitse, Amerikaanse, Chinese of Japanse banken worden aangesproken. De Bankwijzer opereert hier als een actievoerder die de wereldwijde uitstoot van CO2 wil terugdringen en zich daarbij beperkt het Nederlandse bedrijfsleven. Het gevolg is vooral een verslechtering van de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven. Het klimaat verbetert niet door eenzijdige acties. Dit aspect komt nog pregnanter naar voren als wordt bedacht dat het vooral institutionele beleggers zijn die de economie financieren. Het is dus niet voldoende dat internationaal opererende banken onderling samenwerken. Ook institutionele beleggers, waaronder pensioenfondsen, verzekeraars en sovereign wealth funds, dienen wereldwijd te worden aangesproken.

Mijn derde twijfel betreft de (impliciete) verwachtingen van de organisaties omtrent de acties van de banken om de maatschappelijke vraagstukken te adresseren. Allereerst dienen de banken beleid te ontwikkelen, om vervolgens dat beleid toe te passen op hun handelen. Als in de ogen van de Bankwijzer een onderneming betrokken is bij, onder meer, kinderarbeid, schending van mensenrechten, milieuvervuiling, dan is het prima om eerst te proberen die onderneming op andere gedachten te brengen. Is dat overleg niet effectief in de zin dat de onderneming het gewraakte handelen staakt, dan is de onderliggende verwachting dat de bank haar relatie met de onderneming beëindigt. In een internationale economie is dat echter het verplaatsen van het probleem. Dat zien we bijvoorbeeld bij het verbod op de productie van en handel in clustermunitie. Nederlandse financiële instellingen beleggen niet meer in de producenten van deze wapens. Dat leidt echter niet tot een verminderde productie van deze wapens en geeft al helemaal geen garantie dat clustermunitie niet wordt ingezet bij gewapende conflicten. Voorkomen dient te worden dat ons geweten wordt gesust, door het probleem te verplaatsen naar internationale beleggers met minder morele scrupules.

Inerte banken?

Mijn kanttekeningen bij de Bankwijzer vormen geen erkenning van de positieve bijdrage van de banken aan de verbetering van verantwoord ondernemen in een mondiale wereld. Samen met pensioenfondsen, verzekeraars en overheden zouden banken een grotere en effectievere rol kunnen spelen in de wording van een mens- en milieugerichte economie. Gezamenlijk kunnen zij ondernemingen aanspreken op negatieve milieueffecten, op verantwoorde groei in opkomende economieën, de (impliciete) ondersteuning van regimes die mensenrechten schenden of corrupt zijn en de transparantie ten overstaan van de stakeholders. Weliswaar zijn er internationale kaders en structuren, zoals de UN Global Compact, de Equator Principles, of de Principles for Responsible Investing (PRI). Van gecoördineerde actie is maar beperkt sprake. Een goed voorbeeld vormt de coördinatie die plaats vindt op het gebied van palmolieproductie, waarbij producenten, afnemers, banken en beleggers met elkaar overleggen over een duurzame productie van palmolie en de bescherming van de oerbossen. De in 2003 gestarte Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO) is een initiatief van, onder andere, het Wereldnatuurfonds, Unilever, Migros, AAK en de Malaysian Palm Oil Association en vormt een goed voorbeeld van hoe het ook kan. Gezamenlijk trachten alle betrokken tot een aanpak te komen die zoden aan de dijk zet. Die aanpak gaat overigens niet snel, maar wel gestaag vooruit. Het is tekenend van de maatschappelijke organisaties achter de Bankwijzer alleen Oxfam Novib deel uitmaakt van de ronde tafel.

Op zoek naar effectieve interventies

De vraagstukken waarvoor de Bankwijzer opkomt zijn belangrijk. De banken waarop de Bankwijzer zich richt hebben echter, anders dan de bedrijven die de problemen veroorzaken, een afgeleide rol. Het is dan ook zaak voor de maatschappelijke organisaties om samen met de banken te kijken hoe daadwerkelijk duurzame bedrijven kunnen worden gefinancierd en hoe minder duurzame bedrijven op het goede spoor kunnen worden gezet. De zorg voor het milieu, transparantie, mensenrechten en arbeidsrechten zijn een integraal deel van de bedrijfsvoering en moeten dan ook in het kader van een verantwoorde bedrijfsvoering worden geagendeerd. Dat is veel te belangrijk om dat aan de Bankwijzer over te laten. Beleggers en financiers van de ondernemingen kunnen en willen hier een belangrijke rol in spelen. De RSPO is hiervan een goed voorbeeld. Maar dan wel vanuit een integrale kijk op de rol van de onderneming in de economie en de samenleving. Een Bankwijzer die bereid is de financiële sector te ondersteunen kan niet alleen binnen die sector rekenen op meer acceptatie, maar ook in de samenleving vanwege de toenemende effectiviteit van haar interventies.

* Een verkorte versie is van dit artikel is eerder verschenen in Trouw van 4 september 2014.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik