Back

Artikel

Home

Waardevolle gedachten

30 mei 2016
Onderwerpen: Economisch denken

Bas Haring wil u stimuleren om na te denken over economie. Om dat te bereiken presenteert hij een project waarin mensen vragen kunnen beantwoorden over economie die eenvoudig lijken omdat we ze elke dag horen maar in de praktijk moeilijk te beantwoorden zijn.

U heeft al een tijdje niks van me gehoord. Het economiemuseum ligt niet op zijn gat. Zeker niet! Maar er is iets tussendoor gekomen. Iets dat met economie te maken heeft en dat ik graag met u deel. Om te beginnen een boek: "Waarom cola duurder is dan melk?" Een boek met een lijst van vragen over economie. Vragen als:

  • Wat is een markt? En moet-ie vrij zijn?
  • Moet groei? En wat groeit er dan eigenlijk?
  • Zijn wij rijk dankzij de armoe van anderen?
  • Proberen bedrijven werkelijk zoveel mogelijk winst te maken?
  • Wat is geld? En waar komt 't vandaan?
  • Kunnen economen zo'n recessie nou echt niet voorspellen?
  • En waarom is cola duurder dan melk?

Maar dat boek zat er al een hele tijd aan te komen, dus dat kan de stilte niet hebben veroorzaakt.

Een boek is ook maar boek, bedacht ik me toen het al bijna af was. Ik schrijf boeken voor mezelf. Om zaken op een rijtje te krijgen en grip te krijgen op onderwerpen waar ik nog geen grip op heb. Maar het kan heel goed dat zo'n boek voor anderen helemaal geen optimale vorm is. Bovendien is kennis over economie wat minder relevant in een leunstoel, of wat voor leeslocatie dan ook. Economie is relevant daar waar we handelen – waarmee ik "dingen doen" bedoel. Op het werk, in een winkel, op straat. Vandaar dat ik me afvroeg of het niet mogelijk zou zijn economische nieuwsgierigheid te prikkelen in de openbare ruimte. Op straat. En het project dat daar op volgde is de oorzaak van de vertraging van het economiemuseum. Maar het is een mooi project geworden.

Op ruim duizend locaties komen posters te hangen zoals die hiernaast. Als het goed is hangen ze zelfs al. Het zijn mooie locaties waar grotere bedrijven en overheden hun informatie- en reclameposters hangen, zoals bushokjes en treinstations. Er zijn vijf posters met ieder hun eigen kreet:

  • Loop nodig risico.
  • Geen geld.
  • Eigen dom?
  • Zoek het uit!
  • Spaar ons niet.

Ik heb die kreten niet verzonnen. Dat heeft kunstenaar Martijn Engelbregt gedaan met wie ik dit project gemaakt heb.

U vraagt zich misschien af waarom het Ministerie van Economische Zaken zich inlaat met dit soort kunstprojecten, maar het Ministerie heeft geen enkele rol in dit project. De site www.economischezaken.nl is niet van hen maar van ons, en het logo bovenaan de poster heeft konijntjes in plaats van leeuwen. De hoop is dat mensen zich verbaasd afvragen wat een kreet als "Spaar ons niet" in hemelsnaam betekent en uit nieuwsgierigheid naar www.economischezaken.nl gaan. Op die site staan zes korte lesjes economie: één voor iedere poster, en één voor het eerder genoemde boek. Als je zo'n lesje volgt, dat kost niet meer dan drie minuten, en de vragen nadien goed beantwoordt krijg je 25 cent. Dat is niet veel, maar met zes lesjes is er toch 1,50 euro te verdienen.

Dat betalen doen we vanwege twee redenen – en die redenen vertellen ook weer wat over economie: (i) om mensen aan te sporen zo'n lesje te volgen; en (ii) om boter bij de vis te doen. Het is nogal vrijblijvend wanneer je beweert dat het goed is wanneer mensen wat meer over economie zouden begrijpen. Pas als je iets betaalt laat je zien dat het menens is.

De lesjes gaan waarschijnlijk niet over de meest relevante onderwerpen die een econoom over het vakgebied kwijt wil. De posters waren leidend. Bovendien hoop ik dat ze iedere jan-en-alleman iets leren. Iets waarvan ik dacht dat het relevant zou zijn. Een voorbeeldlesje is de volgende opdracht:

Loop nodig risico

Wat betekent het wanneer er "voor een miljard euro aan waarde op de beurs is verdampt"? Het klinkt even rampzalig als "Er zijn vierduizend huizen in brand gevlogen" (vierduizend gemiddelde huizen is ook ongeveer een miljard). Maar er is een flink verschil tussen het verdampen van waarde en het verbranden van huizen.

Stelt u zich voor dat u een huis heeft. Inclusief een hypotheek die lager is dan het bedrag dat u denkt te krijgen wanneer u uw huis zou verkopen. Dan heeft u overwaarde. De gemiddelde overwaarde van een Nederlands koophuis is zo'n anderhalve ton. U rekent zich rijk. U kunt een auto kopen of ruim op vakantie. Maar het kan prima dat u zich vergist. Wat nou als uw buurvrouw haar huis, dat lijkt op het uwe, slechts kan verkopen voor een veel lagere prijs dan u in gedachten had? Dan moet u uw verwachtingen bijstellen. U heeft minder overwaarde dan u dacht. Er is waarde verdampt!

Als er in de kranten staat dat er een drama is gebeurd omdat er voor een miljard aan waarde is verdampt, dan kunt u dat ook als volgt lezen: "Men heeft zich in het verleden vreselijk vergist. Het is gebleken dat bezittingen een miljard minder waard zijn dan men dacht." Dat is toch een ander soort ramp dan het afbranden van vierduizend huizen.

Iedereen met bezittingen loopt een risico. Het risico dat die bezittingen bij verkoop minder waard zijn dan gedacht. De werkelijke waarde van uw huis, eventuele aandelen en uw pensioen, blijkt pas in de toekomst. En de toekomst is ongewis.

Vraag 1) Er zijn ruim viermiljoen koopwoningen in Nederland, en de schuld van de Nederlandse overheid – de staatsschuld – bedraagt bijna 500 miljard euro. Is de overwaarde van alle Nederlandse koopwoningen bij elkaar meer of minder dan de staatsschuld?

  1. Meer
  2. Minder.
  3. Het is evenveel.

Vraag 2) Wat is de gemiddelde waarde van een Nederlands koophuis:

  1. Ongeveer 250.000 euro.
  2. Minder dan 200.000 euro.
  3. Ongeveer 350.000 euro.

Vraag 3) Als er een huis verbrandt, verdwijnt er dan waarde?

  1. Ja.
  2. Nee.

De eerste twee vragen zijn misschien een beetje flauw en controleren feitelijk slechts of iemand het lesje gelezen heeft. "Maar dat is precies wat we beogen," aldus Martijn Engelbregt. En daar heeft-ie wel een punt. Zelf hou ik meer van lesjes die mensen aansporen ergens over na te denken. Zoals de volgende:

Zoek het uit

Waar is uw spaargeld? Bij de bank. In totaal staat er ruim 300 miljard euro op Nederlandse spaarrekeningen. Maar waar is het bij die bank? Het ligt niet in een kluis op u te wachten. In briefjes van vijftig zou het een stapel van zeventig kilometer hoog zijn. Dat geld is uitgeleend. De meeste mensen weten dat wel. Maar aan wie? Dat weten de meesten niet.

Het kan uitgeleend zijn aan een bakker die er een oven van heeft gekocht. Prima. Aan de overheid die er spoorrails mee financiert. Ook prima. Maar ook aan chemische fabriek in India die de boel aldaar vervuilt. Minder prima. Moet u uitzoeken aan wie uw spaargeld is uitgeleend?

Mocht u een betonschaar hebben, zou u deze dan aan iedere jan-en-alleman uitlenen? Vermoedelijk niet. Van betonscharen is bekend dat ze gebruikt kunnen worden om er fietsen mee te stelen. Wanneer u uw betonschaar aan een fietsendief leent loopt u het risico medeverantwoordelijk te zijn voor diefstal. Ingewikkelder wordt het wanneer iemand geld van u wilt lenen om er een betonschaar van te kopen. Nog ingewikkelder wanneer iemand het van u leent, om het aan een ander uit te lenen, die er op zijn beurt een betonschaar van koopt.

Als u de plicht voelt te achterhalen wat er met uw betonschaar gebeurt, zou u dan ook niet de plicht moeten voelen om uit te zoeken wat er met het geld gebeurt dat u heeft uitgeleend? En heeft degene die het van u leent niet de plicht u te vertellen waarvoor-ie het gebruikt?

Vraag 1) Hoeveel spaargeld hebben Nederlanders gemiddeld?

  1. Minder dan 10.000 euro.
  2. Minder dan 1000 euro.
  3. Meer dan 10.000 euro.

Vraag 2) Vindt u dat u zou moeten uitzoeken wat er met uw spaargeld gebeurt?

  1. Ja, omdat...
  2. Nee, omdat...

Vraag 3) En vindt u dat uw spaarbank u daarbij moet helpen?

  1. Ja, omdat...
  2. Nee, omdat...

U mag de lesjes allicht zelf doen, en u mag iedereen naar de lesjes verwijzen. Er is een budget van 5000 euro, dus we kunnen wel een paar duizend mensen hebben.

Terug naar het museum

En ten slotte ga ik echt verder met het virtuele economiemuseum. Ik begon ooit met een overzicht van een economie als een machine. In die machine kun je inzoomen op de kleinste, voor economen relevante details. Die van het individu. De volgende stap gaat die van twee individuen worden. Twee individuen is heel iets anders dan één. Als buitenstaander, zoals ik me nog steeds voel, heb ik altijd het idee gehad dat de winst van de één het verlies van de ander zou moeten zijn. Dat blijkt een vergissing. Twee individuen kunnen beiden winnen.

Daarover later meer, doet u vooral wat van die lesjes, en nodig anderen uit. Ik weet van een economieleraar die ze al zijn leerlingen laat doen. Die 5000 euro moet op.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik