Back

Artikel

Home

Voorkom Oost-Duitse toestanden in de Baltische staten

6 jul 2009
Onderwerpen: Europese integratie, Monetair beleid
De Baltische staten worden hard getroffen door de kredietcrisis. De vaste wisselkoers ten opzichte van de euro is een belangrijke oorzaak van deze slechte prestaties. In plaats van de munten te devalueren proberen nationale en internationale autoriteiten de wisselkoersen te verdedigen. Volgens de Nijmeegse econoom De Jong valt dat op korte termijn te begrijpen, maar zullen deze munten op langere termijn moeten devalueren. Anders ontstaat een nieuwe crisis binnen Europa.

Baltische staten hard getroffen

Binnen Europa zijn het vooral de voormalig communistische landen die hard worden getroffen door de economische crisis. Met name geldt dit voor de Baltische staten. Binnen deze groep is Letland het meest ernstig getroffen. Sommigen verwachten dat in 2009 de productie in Letland met 18 procent zal dalen. Zowel het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de Europese Unie (EU), Europese Centrale Bank (ECB) als de centrale bank van Zweden hebben geld beschikbaar gesteld om de gevolgen van de crisis op te vangen. Om aan de eisen van deze geldschieters te voldoen heeft de Letse overheid begin juni een extra pakket bezuinigingsmaatregelen afgekondigd. Het is zeer de vraag of al deze maatregelen uiteindelijk voldoende zullen zijn. Bovendien betwijfel ik of dit de goede weg is.

Vaste wisselkoers kern van probleem

Wat is er namelijk aan de hand? Centraal in de hele redenering staat de vaste wisselkoers van de Letse lat ten opzichte van de euro. Net als een aantal andere voormalig communistische landen heeft Letland vanaf haar onafhankelijkheid van de Sovjet Unie een vaste wisselkoers gehad. Men wilde hiermee monetaire stabiliteit verkrijgen. Dit is ook gelukt. De inflatie is zeker voor dergelijke landen laag geweest. Het land kon tot de Europese Unie toetreden en door deze twee ontwikkelingen heeft het veel buitenlandse investeringen aangetrokken. Hierdoor ontstond een redelijk hoge economische groei. Hoewel de inflatie niet erg hoog was, was ze wel hoger dan in het eurogebied. Hierdoor werden de Letse producten te duur en verslechterde de concurrentiepositie. Volgens cijfers van de Letse centrale bank is sinds 1995 de reële wisselkoers ten opzichte van alle concurrenten met 60 procent verslechterd. Ten opzichte van de belangrijkste ontwikkelde economieën is de situatie nog slechter: de reële wisselkoers verslechterde met 90 procent. Dit is niet zonder gevolgen gebleven: het aandeel van de industriële productie daalde van 35 procent van het bruto binnenlands product in het begin van de jaren negentig naar 10 procent nu.

Voorkomen devaluatie

Gegeven deze cijfers zou het voor de hand liggen dat de Letse munteenheid wordt gedevalueerd. Toch gebeurt dit niet. In tegendeel, de hiervoor genoemde steunmaatregelen van internationale organisaties en de Zweedse centrale bank zijn alle gericht op het voorkomen van een devaluatie van de lat.

Waarom wel

Waarom richt men zich dan zo sterk op het voorkomen van een devaluatie van de Letse munt? Hiervoor zijn verschuillende redenen. Allereerst, Letland wil in 2012 de euro invoeren. De Europese Unie ondersteunt dit streven. Een eis is dan dat Letland en aantal jaren aan het zogenaamde Exchange Rate Mechanism II meedoet. Men moet hiervoor aan de criteria van Maastricht voldoen met betrekking tot het tekort van de overheid, de overheidsschuld en de inflatie. Daarnaast mag men de eigen munt in de twee jaar voor de toetreding niet devalueren.

Waarom niet

Een ander probleem is dat een groot deel (bijna 60 procent) van het Letse bankwezen in handen is van buitenlandse (vooral Zweedse) banken. Wordt de lat gedevalueerd, dan betekent dat een waardevermindering van hun bezittingen. Hierdoor verslechtert de vermogenspositie van deze banken, die net als andere banken toch al zwaar getroffen zijn door de crisis.

Bovendien heeft de vaste wisselkoers van de lat ertoe geleid dat Letse particulieren schulden in euro's zijn aangegaan. De rente op de euro is lager dan die op schulden in eigen valuta. Zolang de wisselkoers vast is, is het aantrekkelijk om schulden in euro's aan te houden,een verschijnsel dat zich regelmatig bij vaste wisselkoersen voordoet. Hierdoor luidt ongeveer 90 procent van de particuliere schuld in Letland in euro's. Deze schulden worden bij een devaluatie van de lat veel hoger en kunnen dan moeilijker afgelost worden, waardoor de Zweedse banken nog eens extra in moeilijkheden komen.

Ten slotte zouden bij een devaluatie van de lat de buurlanden waarschijnlijk ook hun munt moeten laten devalueren. Ten opzichte van deze munten zijn de prijzen van Letse producten veel minder sterk gestegen. Een devaluatie van de lat verslechtert de concurrentiepositie van landen als Estland, Litouwen, Polen en Hongarije. Als deze landen ook hun munt devalueren dan worden de eerder genoemde problemen voor Westerse banken nog groter. Buitenlandse banken bezitten bijna alle banken in Estland en ruim 90 procent van de banken in Litouwen. Ook hier zijn de Zweedse banken oververtegenwoordigd. Door politieke tegenstellingen heeft Hongarije het afgelopen decennium niet altijd een verstandig beleid gevoerd. De overheidsschuld is hierdoor sterk opgelopen. De Hongaarse economie is daardoor kwetsbaar geworden. Oostenrijkse banken bezitten een groot deel van het bankwezen in Hongarije. Dus als Hongarije haar munt moet devalueren dan slaan de problemen via de banken naar Oostenrijk over. Polen tenslotte wordt minder erg getroffen door de kredietcrisis dan de eerder genoemde landen. De internationale autoriteiten vrezen echter dat devaluaties van de andere munten Polen kunnen besmetten: omdat het in de andere Centraal Europese landen zo moeilijk gaat, zou het ook wel eens met Polen niet goed kunnen komen. Waarom zou het dan bij Polen moeten stoppen? Kortom men vreest voor een escalatie van de problemen in Midden Europa.

Angst voor domino-effect

Al de hierboven genoemde redenen verklaren waarom regeringen van de afzonderlijk landen, die van de buurlanden (zowel binnen als buiten her eurogebied), de Europese Unie, als het IMF door leningen proberen een devaluatie van de Letse lat te voorkomen. Deze devaluatie zou wel eens een domino-effect kunnen hebben, waardor de economische en politieke situatie in Midden Europa op korte termijn sterk verslechtert.

Oost-Duitse toestanden

Is deze politiek om nu devaluaties te voorkomen op langere termijn verstandig? Ik denk van niet. Als dit beleid succesvol blijkt te zijn, dan zal Letland uiteindelijk met een sterk overgewaardeerde munt het eurogebied binnentreden. Het gevolg is dat het niet kan concurreren met de andere landen. De Europese Unie zal dan met grote bedragen de economische ontwikkeling in Letland en andere Baltische staten moeten stimuleren. Hierdoor wordt onnodig een tweedeling in de EU ingevoerd tussen de ontvangende en de gevende landen. Dit is precies het scenario zoals dat zich bij de vereniging van de voormalige Duitse Democratische Republiek met de Bondsrepubliek Duitsland heeft voorgedaan. Ook toen is de DDR met een sterk overgewaardeerde munt de unie ingegaan met als gevolg dat het onmogelijk kon concurreren met de rest van Duitsland en de EU. Veel subsidies waren nodig om er nog iets van te maken; vaak met beperkt succes. Ook toen was het voor de economische ontwikkeling op lange termijn veel beter geweest wanneer de Ost mark tegen een economisch realistische verhouding met de West mark was geruild.

Wat is wijsheid?

Voor de toetreding van een land tot het eurogebied lijkt het beter om niet altijd vast te houden aan de eis dat de munt de afgelopen twee jaar niet mag zijn gedevalueerd. In ruil daarvoor zou men wat strenger kunnen zijn met de eis dat de desbetreffende overheid heeft laten zien bereid en in staat te zijn de overheidsfinanciën op orde te houden. Ook de inflatie moet, nadat de effecten van de devaluatie grotendeels zijn uitgewerkt, weer aan de Maastricht-criteria voldoen. Op zich is dit voorstel - om niet onverkort aan alle eisen vast te houden - niet uniek. Ook bij andere (met name Zuid-Europese) landen die tot het eurogebied zijn toegetreden heeft men de oorspronkelijke criteria soms soepel toegepast. Mij lijkt het op lange termijn een veel beter traject dan nu veel geld te besteden aan het voorkomen van devaluaties en straks aan het opkrikken van de concurrentiekracht. Dit is twee keer weggegooid geld en creëert ook nog eens een onnodige tweedeling tussen ‘gevers’ en ‘ontvangers’ in de EU.

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik