Back

Artikel

Home

Voor hoeveel telt een gewaarschuwde WRR?

29 jun 2012
Onderwerpen: Marktwerking
Op deze site woedt al enige tijd een debat over het recente WRR-rapport Publieke zaken in de Marktsamenleving. Martin Fase pleit voor opheffing van de WRR. Bart Nooteboom, voormalig WRR lid, vindt dat één slecht rapport geen reden mag zijn om deze publieke tent op te doeken.Had de WRR deze kritiek kunnen voorzien? Ik laat de lezer oordelen op basis van commentaren die ik de afgelopen jaren als toenmalig Raadslid heb mogen geven op eerdere versies van dit rapport. Het is binnen de WRR gebruik dat elk stapje op weg naar een Rapport uitgebreid wordt besproken in de Raad en de Staf. Daarbij horen ook schriftelijke commentaren. Ik heb die van mij bewaard en deel ze graag.

Over het gebrek aan diepgang schreef ik in 2009 het volgende: “Als WRR hebben we de ambitie om uit te stijgen boven discussies in de media en politiek. De Projectgroep Markt Staat Samenleving (De Vries en stafleden, HP) heeft die ambitie en dat juich ik zeer toe. Het Plan van Aanpak heeft mij er niet van overtuigd dat dit gaat lukken. Zo meent de projectgroep dat Keynes moet worden afgestoft, terwijl onze samenleving (gelukkig!) doordrenkt is van de ideeën van Keynes (automatische stabilisatoren als werkloosheidsuitkeringen…….), en Keynesiaans beleid overigens de kredietcrisis noch had kunnen voorkomen, noch zou kunnen oplossen. Ook lijkt de Projectgroep bij voorbaat van mening dat de aandeelhouder het slechter voor heeft met het bedrijf dan de Raad van Bestuur, en al helemaal wanneer die aandeelhouder een hedge fund is, dat financiële derivaten schadelijk zijn, dat de crisis laat zien dat het Rijnlands model zo slecht nog niet is. Zeker: dit is wat we in de krant lezen, maar dat staat dus al in de krant en het zou mooi zijn als de WRR diepgang biedt.” (uit commentaar op Plan van Aanpak, 2009).

Economische modellen

In 2010 verscheen een herziene versie, die uitgebreid inging op de nadelen van economische modellen. Ook werd er, zoals bij de WRR gebruikelijk, gewezen op de complexe werkelijkheid – al dan niet met als functie om geen concrete uitspraken te hoeven doen. In mijn commentaar schreef ik onder andere (geïnspireerd door onder andere socioloog Robert K. Merton, vader van – leve de interdisciplinariteit):

“Over modellen zou ik bladzijden vol kunnen schrijven maar ik beperk me tot de kern in relatie tot dit stuk. Modellen leggen bloot wat de a priori veronderstellingen van de wetenschapper zijn en dwingen hem om aan te geven welke verbanden hij veronderstelt. Zo wordt discursiviteit voorkomen en daarmee het verschijnsel dat de lezer de impliciete veronderstellingen van de wetenschapper moet zien te ontdekken. Verder maken formules het mogelijk om multipele relaties en de gevolgen daarvan in kaart te brengen. Dat markt en overheid complexere instituties zijn dan vaak wordt verondersteld is een open deur (alle modellen zijn vereenvoudigingen van de werkelijkheid) maar bovendien wordt niet gezegd op welke punten de vereenvoudiging te ver gaat, maar er wordt plomp verloren gesteld dat het hele model niet voldoet. Door iets complex te noemen, voeg je slechts mystiek toe aan de analyse die verhullend kan werken ten aanzien van scherpe, vereenvoudigde gedachtelijnen, en die geen verheldering brengen in de discussie/afweging markt/overheid.”

Geen analyse

Ook ontbrak in mijn ogen een zinnige definitie van publiek belang en tevens een analytisch kader:

“Maar goed: stel nu eens dat dit allemaal gerepareerd zou worden, of wellicht helemaal weggelaten: kan wat er dan resteert de toets der kritiek doorstaan? In mijn ogen niet. Dat begint al bij een centraal thema: publiek belang: Als ik het goed begrijp wordt publiek belang in aansluiting op WRR 2000 gedefinieerd als: een maatschappelijk belang dat de overheid zich dient aan te trekken”. Dit is toch geen definitie maar een tautologie? Wanneer dient de overheid zich dan een belang aan te trekken, wanneer is een belang maatschappelijk? Zijn er maatschappelijke belangen die de overheid zich niet dient aan te trekken?” (..)…(het) wordt in passages als deze in mijn ogen duidelijk hoezeer dit stuk een analytisch kader ontbeert. Dat komt ook steeds weer naar voren zodra de auteurs de werkelijkheid tegenkomen en die dan van geval tot geval proberen te duiden.”

“Er is veel kritiek op de werking en de uitkomsten van de markt en op het marktwerkingbeleid. Dat mag, we leven in een vrij land, en iedereen is vrij zijn mening te hebben, of het nu is dat de financiële crisis aantoont dat markten niet werken, dan wel dat het Griekenland debâcle aantoont dat de overheid niet werkt. Maar het gaat in een WRR-rapport wat mij betreft niet om het ventileren van een opinie, maar het op basis van een wetenschappelijk gefundeerde redenering aangeven welke alternatieven er zijn en wat daarvan de voor- en nadelen zijn, al dan niet uitmondend in een concrete aanbeveling voor het een of het ander.”

Kritiek marktwerking

Om aan te geven dat ik geen moeite had met kritiek op marktwerking op zichzelf (als econoom ben je nu eenmaal verdacht in sommige kringen), maar met de gebrekkige onderbouwing ervan:

“Om misverstanden te voorkomen: in mijn ogen is marktwerking ondoordacht geweest (niet gebaseerd op grondige analyse), is er soms halve marktwerking geïntroduceerd die niet anders dan funest kan uitpakken (in de gezondheidszorg, bijvoorbeeld enerzijds maximale budgetten en dwang tot kruissubsidies, anderzijds concurrentie met ziekenhuizen die alleen de meest renderende eenvoudige operaties doen bijvoorbeeld), verwacht men veel te veel van marktdiscipline, is het scheppen van voorwaarden om het individu tot weloverwogen keuzes te brengen onvoldoende, en is op een aantal terreinen marktwerking ongewenst. "

Het beoogde Rapport had volgens de auteurs “als doel om “een meer realistische visie op de relaties van overheid en markt te schetsen.” Mijn reactie daarop luidde als volgt:

“Het rapport beoogt dus een visie, maar dat zonder analyse. Er ontbreekt een wetenschappelijk kader van waaruit wordt gewerkt. Wat er aan wetenschap wordt gepresenteerd is aantoonbaar onjuist. Het was prachtig geweest als de huidige WRR zich zou revancheren gezien de diskwalificatie van WRR 2000 (door Sweder van Wijnbergen in NRC, WRR begrijpt niets van marktwerking, HP). Ik vrees voor “WRR begrijpt niets van marktwerking, publiek belang, en (economische) wetenschap”…….“Het zou wel eens in het publieke belang (optimale aanwending van belastinggeld) en het microbelang (reputatie WRR als instituut en individuele WRR-leden) kunnen zijn om ten halve te keren. Helaas: leuker maken kan ik het niet.”

Toekomst WRR

Martin Fase wil de WRR wegbezuinigen. Bart Nooteboom denkt dat de WRR nu eens te weinig wetenschappelijk is, zoals met dit Rapport, en dan weer te weinig beleidsrelevant en toegankelijk, zoals twee Raadsperioden terug. Hij wijt dat deels aan het moeilijke van interdisciplinariteit. Als dat zo is, dan heeft Martin Fase gelijk. Immers, de meerwaarde van de WRR zou hem nu juist moeten zitten in interdisciplinariteit, en in wetenschappelijk gefundeerde en voor beleid relevante en toegankelijke analyses. Interdisciplinariteit kan heel goed, maar vergt dat mensen ruimdenkende creatieve wetenschappers zijn, en dat ze bereid en in staat, ja zelfs hongerig zijn om over de rand van hun eigen vakgebied respectvol te kijken naar wat andere disciplines te bieden hebben. Een WRR waarin dat ontbreekt is ten dode opgeschreven.

* Henriëtte Prast heeft ruim voor het verschijnen van het rapport Publieke zaken in de marktsamenleving (april 2012) haar WRR-lidmaatschap neergelegd.

Bron foto: Flickr

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik