Back

Artikel

Home

Vitaliteitsregeling zal vooral gebruikt worden voor deeltijdpensioen

30 nov 2011
Dossiers: Pensioen
Onderwerpen: Pensioen, Sociale zekerheid
De spaarloon- en levensloopregeling gaan op in de zogenaamde vitaliteitsregeling. De Tilburgse economen Knoef, Adriaens en Nelissen onderzochten of de vitaliteitsregeling kans van slagen heeft. De regeling lijkt vooral benut te gaan worden voor deeltijdpensioen.

Wat gebeurt er met het spaarloon en de vitaliteitsregeling?

Het belastingplan 2012 stelt voor de spaarloonregeling en de levensloopregeling in te ruilen voor een vitaliteitsregeling, welke een bijdrage moet leveren aan het vinden van een balans tussen betaald werk, zorgtaken, vrijwilligerswerk, scholing en vrije tijd. De spaarloonregeling houdt per 1 januari 2012 op te bestaan en iedereen kan dan over zijn spaarloonsaldo beschikken. De vraag is wat er met dat spaarsaldo gebeurt? Wordt dat direct besteed, of gaat men het sparen? Kent men de vitaliteitsregeling? En met welk motief neemt men daar eventueel aan deel?

Onderzoeksopzet

CentERdata heeft in samenwerking met de Federatie Financieel Planners (beroepsorganisatie van gecertificeerde financieel planners) onderzocht wat Nederlanders met hun vrijkomende spaarloon gaan doen en of zij van plan zijn gebruik te maken van de vitaliteitsregeling. Daarvoor is gebruik gemaakt van het CentERpanel . Het CentERpanel bestaat uit Nederlandstalige huishoudens die iedere week thuis een vragenlijst invullen via internet. Het gaat om een representatieve steekproef, die geheel is opgebouwd uit een kanssteekproef. Dit betekent dat de steekproef is samengesteld door willekeurige trekkingen van huishoudens in Nederland en zelfselectie geen rol speelt. Huishoudens zonder internet krijgen een SimPC (een simpele computer met basisfunctionaliteit op het gebied van e-mail en internet) in bruikleen, waarmee zij de vragenlijsten kunnen beantwoorden.

Sparen populair

De vragenlijst is in het weekend van 29 november 2011 voorgelegd aan alle personen in het panel tussen twintig en vijfenzestig jaar. In totaal hebben 1327 personen de vragenlijst ingevuld. Van die respondenten hebben er 499 spaarloon opgebouwd. Voor 410 personen komt het spaarloon in januari 2012 vrij (zij hebben het spaarloon niet al eerder opgenomen of gebruikt als premie voor bijvoorbeeld een kapitaalverzekering). Van deze groep is 59% van plan het vrijgekomen spaarloon niet te consumeren, maar te sparen. Daarmee is sparen nog populairder dan vorig jaar, toen het spaarloon dat gespaard werd vanaf 2006 tot en met 2009 door het kabinet vrijgegeven werd met het doel de Nederlandse economie te stimuleren. Destijds wilde 50% van de Nederlanders het op de bank laten staan (Adriaens et al., 2010). Vorig jaar werd 16% van het geld gebruikt voor consumptieve bestedingen, nu nog maar 11%. Ook is het percentage personen dat het geld wil besteden aan de woning (een nieuwe keuken, verbouwing, of meubels) flink gedaald, van 18% naar 7%. Nu is vrijwel niemand nog van plan het geld in een auto te steken, vorig jaar was dat nog 7%. Een opvallend verschil met vorig jaar is dat het aantal mensen dat zegt nog niet te weten waaraan ze het spaarloon gaat besteden, is verdubbeld, mogelijk vanwege de onzekere tijd vanwege de financiële crisis.

Vitaliteitsregeling

Het kabinet heeft besloten de spaarloon- en levensloopregeling op te heffen en te vervangen door een vitaliteitsregeling. Het Belastingplan 2012 stelt een vitaliteitspaarregeling voor, waarbij jaarlijks maximaal 5.000 euro fiscaal voordelig gespaard kan worden tot een maximum van 20.000 euro, om in latere jaren eventuele inkomensdalingen op te kunnen vangen. Het doel van de regeling is met name om zelfstandigen en werknemers de mogelijkheid te bieden te sparen voor onder meer scholings- en zorgverlof. Hierbij wordt uitgegaan van een gedeelde verantwoordelijkheid, waarbij de overheid via fiscale faciliteiten werknemers extra motiveert. De nieuwe vitaliteitsregeling blijkt bij 35% van de respondenten bekend te zijn. 15% van alle respondenten zegt gebruik te willen gaan maken van de regeling. Deze deelname is hoger dan bij de levensloopregeling waaraan in 2008 4% van de werknemers deelnam (Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 2011), maar lager dan bij de spaarloonregeling waar in 2006 43% van de werknemers in deelnamen (Kösters, 2007). Figuur 1 laat zien dat vooral mensen met hoge inkomens gebruik willen maken van de vitaliteitspaarregeling.

Figuur 1: Voorgenomen deelname aan de vitaliteitsregeling naar inkomenscategorie

Een punt van kritiek op de vitaliteitsregeling is dat het maximum van 20.000 euro voor hogere inkomens niet voldoende is om als buffer te fungeren. Het bedrag volstaat bijvoorbeeld wel voor een aanvulling op een WW-uitkering, maar een sabbatical van een jaar kan een modaal inkomen er niet mee opvangen (Oostwaard, 2011). Anderzijds, wanneer hoge inkomens willen sparen voor verlof, een sabbatical of deeltijdpensioen kunnen zij aanvullend ook zelf sparen, zonder dat dit fiscaal voordelig gefaciliteerd hoeft te worden.

Mensen willen met de vitaliteitspaarregeling vooral fiscaal aantrekkelijk sparen voor deeltijdpensioen (57% van de mensen die willen deelnemen aan de vitaliteitspaarregeling). Dit is opvallend omdat bij de evaluatie van de levensloopregeling ook gevonden werd dat maar liefst 52% van de deelnemers van de levensloopregeling de regeling in wil zetten om eerder te kunnen stoppen met werken (Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 2011). De lagere inkomens willen relatief vaak sparen voor een buffer bij werkloosheid; 35% van de respondenten met een netto huishoudinkomen beneden modaal noemt dit als motief tegen 18% van de respondenten met een netto huishoudinkomen boven modaal. Sparen voor zorgverlof, ouderschapsverlof, studieverlof of een buffer voor arbeidsongeschiktheid worden door alle respondenten minder vaak genoemd, zoals te zien is in tabel 1.

Tabel 1: Motieven om gebruik te maken van de vitaliteitsregeling

Respondenten die niet van plan zijn deel te nemen aan de vitaliteitsregeling zeggen vaak dat zij gewoon sparen makkelijker vinden (37%) en/of dat zij geen geld over hebben om in de regeling te stoppen omdat zij het nu nodig hebben (33%). Zoals Caminada (2011) en Gradus en Van Asselt (2011) verwachtten, zien we dat vooral laagbetaalden geen geld over hebben om in de regeling te stoppen.

Conclusies

De resultaten uit dit onderzoek laten een drietal opvallende zaken zien. Allereerst dat het spaarloon dat in januari 2012 vrijkomt net als vorig jaar niet tot een bestedingsimpuls zal leiden. Mensen zullen waarschijnlijk zelfs nog meer sparen dan men vorig jaar beoogde.

Ten tweede, het doel van de vitaliteitsregeling, waarbij zelfstandigen en werknemers zelf sparen voor studieverlof, om een betere positie op de arbeidsmarkt te realiseren, ook op latere leeftijd, lijkt niet bereikt te worden. Mensen geven aan de regeling vooral te willen gebruiken voor deeltijdpensioen. Anderzijds kan men stellen dat de optie van deeltijdpensioen duurzame inzetbaarheid bevordert.

Ten derde, de vitaliteitsregeling lijkt voornamelijk gebruikt te gaan worden door personen met hoge inkomens, doordat zij doorgaans meer ruimte in hun inkomen hebben om te sparen. Tevens kunnen zij profiteren van de verschillen in marginale belastingtarieven, iets wat niet of slechts beperkt opgaat voor de lage inkomens.

Referenties

Adriaens, H., M. Knoef en J. Nelissen, 2010. Beperkte consumptie vrijgevallen spaarloon. Economisch Statistische Berichten 95(4598), 717-718.

Belastingplan 2012. Wetsvoorstel en Memorie van Toelichting. Kamerstuk, 15-09-2011.

Caminada, K., 2010. Tirannie van de status-quo: belastingpolitiek op het pad naar houdbare overheidsfinancien. Tijdschrift voor Openbare financiën 43(4), 192-211

CBS, 2011. Spaarloon voor bijna de helft van de werknemers. Webmagazine, dinsdag 27 november 2001.

Gradus, R. en E.J. van Asselt, 2011. Kabinet zet vitaliteitsregeling in voor oneigenlijk doel. Me Judice, 10 oktober 2011.

Kösters, Lian, 2007. Levensloopregeling vooral voor hoog opgeleiden. Sociaaleconomische trends , 2/07, 12-15.

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (2011). Evaluatie levensloopregeling. Rapport, 04-07-2011.

Oostwaard, C.A.J. (2011). Vitaliteitsregeling ontbeert… vitaliteit! Weekblad voor Fiscaal Recht, 6925, 1342-1345.

Bron foto: Sergiu Alistar, Flickr

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik