Back

Artikel

Home

Versober het aanvullend pensioen, niet de AOW

29 apr 2010
Dossiers: Pensioen
Onderwerpen: Pensioen
De AOW is bedoeld als vangnet voor arme ouderen. Laat rijke ouderen met voldoende aanvullend pensioen niet langer volledig in aanmerking komen voor de AOW, maar laat de regeling voor de rest zoals die is, stellen David Hollanders en Harrie Verbon. Een algehele versobering van de AOW, wat de meeste partijen voorstaan, treft de arme ouderen te zwaar.

Partijen niet duidelijk over aanvullende pensioenen

Getuige hun verkiezingsprogramma’s, willen nagenoeg alle politieke partijen de AOW-leeftijd verhogen. Over aanvullende pensioenen zijn de politieke partijen echter veel minder uitgesproken. Dat kan komen omdat hierover in beginsel door sociale partners in het CAO-overleg wordt beslist. Toch is politiek ingrijpen zowel mogelijk als gewenst. Door de opbouw van pensioenen wettelijk te beperken voorkomt de overheid maatschappelijk ongewenste effecten van deze aanvullende pensioenen.

Dankzij aanvullende pensioenen zijn ouderen gemiddeld steeds rijker geworden. Dat is mooi, maar die toenemende rijkdom gaat nu zo ver dat mensen boven de 65 jaar gemiddeld meer te besteden hebben dan mensen onder de 65 jaar. Ouderen doen daarbij ook een groter beroep op collectief gefinancierde zorg. Er is geen goede reden waarom mensen van 80 jaar meer te besteden moeten hebben dan gezinnen met kleine kinderen.

Grotere inkomensongelijkheid onder ouderen

Dit is evenwel het halve verhaal, want gelijk met de toename van het gemiddeld inkomen van ouderen is ook de inkomensongelijkheid onder ouderen toegenomen. Er blijven ouderen met geen of een laag aanvullend pensioeninkomen. Dat zijn mensen die vroeger lage inkomens hadden, veelal ongezond waren en met een onregelmatig werkpatroon, of het zijn gescheiden vrouwen met weinig werkervaring. Deze mensen zijn na hun 65e afhankelijk van de AOW. Bovendien profiteren zij korter van de AOW, omdat hun levensverwachting lager is. Toch is, in tegenstelling tot de aanvullende pensioeninkomens, de AOW-uitkering de afgelopen dertig jaar niet gestegen. Integendeel, de koopkracht van de AOW is achter gebleven bij die van de lonen.

Het kapitaalgedekte systeem van aanvullende pensioenen is daarbij niet zo robuust als de pensioensector zelf wel meent. Veel deskundigen denken dat de hoge rendementen die de fondsen de afgelopen decennia op de pensioenpremies verdienden niet meer terugkomen. Dat betekent dat straks de premies omhoog moeten. Bij de AOW is dat, daarentegen, niet nodig.

Het is wonderlijk dat politieke partijen zich richten op beperking van de AOW, die absoluut niet in nood is, in plaats van de aanvullende pensioenregelingen aan te pakken. Het is beter om de AOW te versterken en de aanvullende pensioenen te versoberen.

Maak AOW inkomensafhankelijk

De AOW was oorspronkelijk bedoeld als vangnet voor arme ouderen. Die functie zou hersteld moeten worden door de AOW inkomensafhankelijk te maken. Mensen met een aanvullend pensioen krijgen dan een lagere AOW dan mensen die geheel van de AOW afhankelijk zijn. Daar mensen met lagere inkomens ook korter leven, is dit ook volstrekt redelijk en economisch verstandig: een verzekeraar zegt immers ook lagere uitkeringen toe aan mensen met een hogere levensverwachting. Indien de aanvullende pensioeninkomens vervolgens versoberd worden, kunnen pensioenfondsen zonder probleem de lagere AOW voor hun deelnemers compenseren. Omdat het inkomen van mensen met alleen AOW op peil blijft wordt de inkomensongelijkheid onder ouderen verkleind en volgen pensioenuitkeringen in hogere mate de individuele levensverwachting.

Verhoog pensioenleeftijd aanvullende pensioenen

Het is daarbij aan te bevelen de pensioenleeftijd in de aanvullende pensioenen wel te verhogen, maar de AOW-leeftijd niet. Mensen zonder of weinig aanvullend pensioen kunnen nog steeds tegen dezelfde voorwaarden op 65-jarige leeftijd de AOW ontvangen. Mensen met een goede aanvullende pensioenregeling kunnen dat natuurlijk ook, maar alleen met een lager pensioeninkomen omdat hun aanvullende pensioen pas op 67- of 68-jarige leeftijd ingaat. Zij zullen er dan wellicht voor kiezen langer door te werken om hun pensioeninkomen weer op peil te brengen. Dat is geen ramp want deze mensen zijn veelal gezond en hebben een goede baan.

Hoe dan ook, in tegenstelling tot de programma’s van de politieke partijen, maken onze plannen het pensioenstelsel zowel houdbaarder als socialer.

Dit artikel is eerder verschenen in dagblad Trouw van 23 april 2010.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik