Back

Artikel

Home

Verdeel de lasten van de pensioencrisis eerlijk

8 mei 2009
Dossiers: Pensioen
Onderwerpen: Arbeidsmarkt, Vergrijzing
De pensioencrisis dreigt de ouderen het sterkst te treffen. Zij hebben weinig ruimte om een lagere pensioenuitkering met bijvoorbeeld langer doorwerken te compenseren. Verzacht de pijn voor de ouderen door de gehele pensioenregeling wat te versoberen, bepleiten de economen Lans Bovenberg en Theo Nijman. Een goede optie is de opbouwperiode van de (aanvullende) pensioenen met twee jaar te verlengen.

Kredietcrisis tast koopkracht pensioenuitkering aan

Met het halveren van de aandelenmarkten is bijna een kwart van het pensioenvermogen in rook opgegaan. Daar komt het nadelige effect van een lage rentestand bij. Door dit vermogensverlies kunnen veel pensioenfondsen de komende tien tot vijftien jaar de opgebouwde pensioenrechten waarschijnlijk niet of maar ten dele indexeren aan de lonen of de prijzen. Terwijl nu nog de meeste aandacht uitgaat naar het voorkomen van het in één klap verlagen van pensioenen (het zogenaamde afstempelen), zal de koopkracht van pensioenen de komende jaren waarschijnlijk vooral worden aangetast door het grotendeels uitblijven van deze indexatie.

Vooral ouderen de dupe

De wat beter verdienende werknemers van vijftig en ouder worden het meest getroffen door een lagere pensioenuitkering. Zij hebben het grootste deel van hun pensioen al opgebouwd. De herstelplannen van de meeste pensioenfondsen laten zien dat na de herstelperiode van 15 jaar de nu opgebouwde pensioenrechten naar verwachting een kwart minder zijn meegegroeid met de welvaart dan bij volledige indexering het geval zou zijn geweest. Voor gepensioneerden op hoge leeftijd is de schade beperkt, omdat zij een deel van de indexatiebeperking waarschijnlijk niet meer zullen meemaken. Ouderen met een laag inkomen worden grotendeels ontzien, omdat zij vooral afhankelijk zijn van de AOW die vooralsnog wel gelijke tred houdt met de lonen.

Langer doorwerken voor wie het kan…

Ouderen die nog actief zijn op de arbeidsmarkt kunnen ervoor kiezen later met pensioen te gaan. Zo kunnen ze de inkomensdaling compenseren. Voor de hogere inkomens gaat het om drie jaar langer werken (in voltijd). Daarmee kan de schade van een kwart van het pensioenvermogen worden goedgemaakt, want een jaar later met pensioen levert een ongeveer 8 procent hogere pensioenuitkering op. Voor lagere inkomens is een kortere periode doorwerken voldoende. Voor modale inkomens die voor de helft afhankelijk zijn van de AOW gaat het om zo’n anderhalf jaar langer doorwerken.

… ook als dat nu nog niet nodig lijkt

Later met pensioen hoeft uiteraard niet voor degenen die genoegen nemen met een pensioen met lagere koopkracht. Maar babyboomers doen er wel verstandig aan hun band met de arbeidsmarkt te koesteren om in ieder geval deze optie op te houden. Inflatie kan hun pensioen verder uithollen als herstel van de financiële markten langer uitblijft dan verwacht. Aan pensioenfondsen de taak nu heldere kwantitatieve informatie te geven over de verwachte daling van de koopkracht van de pensioenen en de risico’s van een verdere daling. Deelnemers kunnen zich daar dan zo goed mogelijk tegen wapenen.

Jongeren minder hard getroffen

Het vermogensverlies van de pensioenfondsen treft de mensen jonger dan vijftig minder hard. Hun toekomstige aanvullende pensioeninkomen wordt vooral bepaald door nog op te bouwen rechten. Wèl krijgen zij waarschijnlijk pas later dan hun 65e AOW. Vooral lagere inkomens merken dit in de portemonnee. Door niet alleen de AOW-leeftijd maar ook de opbouwperiode van aanvullende pensioenen mee te laten groeien met de stijgende levensverwachting wordt de pijn eerlijker verdeeld over inkomensgroep en generaties. Jongeren gaan dan later met pensioen dan de ouderen nu, maar profiteren toch even lang van hun pensioen omdat ze langer leven.

Spaar ouderen door versobering van pensioenen

Versobering van de pensioenregeling – bijvoorbeeld door het verlengen van de opbouwperiode – draagt bij aan het herstel van de pensioenfondsen als de premie op peil blijft. Met een verlenging van de opbouwperiode van twee jaar is na de herstelperiode van vijftien jaar ongeveer van een derde van het huidige tekort weggewerkt – uitgaande van een gemiddeld reservetekort van 35 procent. Daardoor hoeven de fondsen minder op de pensioenuitkering te besparen: een betere indexatie is mogelijk. Dit verkleint het grote offer dat ouderen nu dreigen te moeten brengen. En dit zonder een verhoging van de premies – met alle nadelige gevolgen die daarbij horen voor de werkgelegenheid en koopkracht van werknemers.

Onvolledige indexatie van de pensioenen kunnen de sociale partners dus combineren met een versobering van de toekomstige opbouw. Door met deze combinatie te spelen zijn de nadelen van de huidige pensioencrisis tussen jongere en oudere werknemers gelijker te verdelen.

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik