Back

Artikel

Home

Verantwoordingsdag heeft nieuwe politieke impuls nodig

18 mei 2010
Onderwerpen: Openbare financiën
De wijze waarop het kabinet verantwoording aflegt over de overheidsfinanciën en behaalde prestaties kan beter en scherper. Dat is de mening van oud-directeur generaal van de Rijksbegroting Jan Postma. Naast het instrument van de resultaat- of prestatiemeting dient ook een tweede instrument - de periodieke beleidsdoorlichting – ten volle te worden benut. Het is een vorm van verantwoording, maar levert tegelijkertijd adviezen op voor een beter toekomstig beleid.

Woensdag gehaktdag

De Verantwoordingsdag gaat dit jaar gewoon door op de derde woensdag van mei, hoewel het kabinet demissionair is. Niet verwonderlijk, omdat het in de aanloop naar de verkiezingen op 9 juni de Kamerfracties een gelegenheid biedt gehakt te maken van de prestaties van het Kabinet en van elkaars ideeën. Toch was vorig jaar de kritiek op het fenomeen zo groot, dat toen zelfs stopzetting van de nog niet eens zo oude traditie werd voorgesteld. Het is te hopen, dat de Kamerleden ondanks hun verkiezingskoorts toch ook aandacht besteden aan de kwaliteit van het materiaal waarop de verantwoording wordt gebaseerd. Het feit dat na de laatste verantwoordingsdag de brede heroverweging weer van stal is gehaald, kan namelijk de discussie over verantwoording een nieuwe impuls geven.

Terechte kritiek

Dat er veel kritiek is op het beschikbaar gestelde materiaal, is terecht. Het verantwoordingsproces via resultaatmeting heeft een bureaucratisch en conserverend karakter, vooral door de grote gedetailleerdheid en een steriele aanpak. Eerder zijn er wel al wat politieke impulsen aan het verantwoordingsproces gegeven, maar een fundamentele verbetering is nog niet doorgevoerd. Vorig jaar heeft de Tweede Kamer de verwachting geuit, dat er meer focus in het debat zou kunnen komen door extra aandacht te geven aan beperkt aantal, geselecteerde onderwerpen. De Algemene Rekenkamer heeft er op haar beurt voor gewaarschuwd, dat deze extra aandacht voor enkele, specifieke onderwerpen niet ten koste mag gaan van de verantwoording in jaarverslagen over de hele linie, die wettelijk verplicht is. Deze op zichzelf wel relevante discussie gaat echter voorbij aan een fundamentele tekortkoming van het verantwoordingsmateriaal.

Periodieke doorlichting noodzakelijk

Cruciaal is mijns inziens het aanbrengen van een directe verbinding met de periodieke beleidsdoorlichting. Een decennium geleden werd de aanpak Van Beleidsbegroting Tot Beleidsverantwoording geïntroduceerd, waaruit later ook de Verantwoordingsdag is voortgekomen. In deze VBTB-aanpak werd naast de resultaat- of prestatiemeting een tweede instrument onderscheiden, te weten de periodieke beleidsdoorlichting. Vooral het laatste instrument kan als een beleidskritisch element worden gezien, dat bovendien een dynamiserend karakter heeft. De evaluatie die verbonden is aan de beleidsdoorlichting is immers aan de ene kant een vorm van verantwoording, maar levert tegelijkertijd adviezen op voor een beter toekomstig beleid. Dit instrument is echter nooit echt van de grond gekomen, omdat zonder dwingende financiële redenen en politieke druk ambtenaren en bestuurders niet geneigd zijn mee te werken aan beleidsdoorlichtingen. Daarbij vergeten deze betrokkenen, dat de exercities zo opgezet kunnen worden, dat ze niet alleen op bezuinigingen, maar ook op verbetering van de kwaliteit van het beleid gericht kunnen worden.

Financiële crisis heeft gezorgd voor klimaatsverandering

De financiële crisis heeft ertoe geleid dat er plotseling voldoende politieke druk was voor een omvangrijke, eenmalige heroverwegingsoperatie die twintig rapporten heeft opgeleverd. Deze extreme vorm van beleidsevaluatie met zeer vergaande bezuinigingsvarianten heeft tot kritiek maar – gelet op de huidige acute financiële nood - ook tot waardering geleid. De politieke klimaatsverandering heeft de tijd rijp gemaakt voor een directe koppeling van de resultaatmeting aan een periodieke beleidsevaluatie, maar dan wel in een vorm, die niet alleen op bezuinigen is gericht. De beleidsevaluatie moet in elk geval ook de vraag beantwoorden hoe de resultaatmeting per beleidsonderdeel op een politiek relevante manier kan worden ingericht. Juist de combinatie van resultaatmeting en beleidsevaluatie kan zo zorgen voor een krachtig instrument, gericht op een flexibeler en effectievere overheid. Omdat invoering van dit instrument een nieuwe impuls aan de verantwoording kan geven is dit bij uitstek een relevant onderwerp voor het komende Verantwoordingsdebat.

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik