Back

Artikel

Home

Veeleisende pensioentrekkers kunnen onderneming verstikken

2 jun 2010
Dossiers: Pensioen
Onderwerpen: Pensioen
De groeiende groep ouderen kan steeds meer kan aansturen op hoge pensioenuitkeringen, zonder rekening te houden met de gevolgen daarvan voor de onderneming en werknemers. De invloed van sociale partners moet daarom worden beperkt tot de opbouwfase van pensioenen, stelt Lans Bovenberg. De zorg om de hoogte van de pensioenuitkering past beter bij verzekeraars dan bij de sociale partners.

Scheid opbouwfase van uitkeringsfase

Mede door de vergrijzing groeien pensioenverplichtingen ten opzichte van de kernactiviteiten van ondernemingen. Bedrijven zijn daarom niet meer de juiste instituties om pensioenverplichtingen te verzekeren. Philips wil geen verzekeraar worden.

Daarbij komt dat de groeiende groep ouderen meer zeggenschap opeist binnen pensioenfondsen. Ouderen hebben slechts één belang: zo hoog mogelijke indexatie van hun uitkeringen. Voor de kosten daarvan in termen van uitholling van buffers, hogere loonkosten voor werkgevers en een kleinere loonruimte voor werknemers, hebben zij minder oog.

Daarom zou het goed zijn als de opbouwfase wordt gescheiden van de uitkeringsfase van pensioenen. Hoe je dat ook uitvoert, de sociale partners beperken hun verantwoordelijkheid tot de opbouwfase waarin een deel van de arbeidsbeloning wordt omgezet in een loongerelateerde oudedagsvoorziening. De groeiende groep ouderen heeft daar dan niets over te zeggen.

Innovatieve pakketten voor gepensioneerden

Voor de uitkeringsfase ontwikkelen financiële instellingen (zoals verzekeraars) innovatieve pakketten van wonen, zorg en inkomen voor gepensioneerden. Degenen die met pensioen gaan, kunnen daarvoor naast hun opgebouwde pensioenkapitaal ook hun eigen woning inbrengen. Samenwerking tussen pensioenfondsen, levensverzekeraars, woningbouwcorporaties, maar ook zorgverzekeraars is geboden. Inflatie van zorgkosten is immers één van de belangrijkste risico’s voor senioren, want een groter deel van die kosten zal in de toekomst voor hun rekening komen.

In de uitkeringsfase is het verzekeringsperspectief en het daarbij horende solvabiliteitstoezicht dominant. Want een aparte financiële instelling neemt verplichtingen aan gepensioneerden op haar balans. Een deel van deze risico’s kan worden herverzekerd bij actieve deelnemers, maar alleen op basis van heldere contracten. Risico’s blijven ver van de balansen van de bedrijven waar deze gepensioneerden ooit gewerkt hebben.

De overheid helpt verzekeraars risico’s af te dekken zodat die geen hoge, kostbare solvabiliteitsbuffers hoeven aan te houden. Daartoe geeft de overheid financiële instrumenten uit die inflatie- en langlevenrisico’s afdekken. Om langlevenrisico van haar balans te halen, moet de overheid de AOW-leeftijd koppelen aan de levensverwachting. In de opbouwfase van het pensioen waarvoor sociale partners verantwoordelijkheid dragen, is juist het beleggingsperspectief dominant. Het langlevenrisico wordt pas op de pensioendatum verzekerd en ligt daarvóór bij werknemers. Beleggingsrisico’s en de daaraan verbonden risicopremies zijn van groot belang voor een betaalbaar loon gerelateerd pensioen.

Werknemers dragen het risico in de opbouwfase

In het hervormde pensioenstelsel zijn de werknemers tijdens de opbouwfase eigenaars van de pensioengelden en daarmee ook de risicodragers, en nadrukkelijk niet de werkgevers. Eigendomsrechten zijn eenduidig gedefinieerd; er zijn geen naamloze buffers meer met onduidelijke eigendomsrechten. Pensioenkapitaal wordt daarmee beter overdraagbaar naar een nieuwe werkgever. Er is niets meer te winnen bij het laten staan van de gelden bij een fonds met grotere buffers. Hierdoor vermindert het aantal deelnemers dat geen premie meer betaalt, maar nog geen pensioen ontvangt.

De populatie van deze zogenoemde slapers wordt ook teruggedrongen door extra premiestortingen alleen ten goede te laten komen aan werknemers met wie nog een arbeidsovereenkomst bestaat en niet meer aan slapers en gepensioneerden. Het wordt dan aantrekkelijker voor sociale partners om zonodig premies bij te storten. Want deze premies komen ten goede aan dezelfde groep die hiervoor de prijs betaalt in termen van een kleinere loonruimte. Werknemers hebben zo een extra stuurmogelijkheid waardoor ze risicodragend kunnen blijven beleggen zonder hun pensioenambities op het spel te zetten. Dit optimale risicomanagement vermindert de pensioenkosten.

Door het afsplitsen van gepensioneerden doen sociale partners een stap terug in de pensioenvoorziening. Maar ze krijgen er extra verantwoordelijkheden voor terug bij het ontwikkelen, onderhouden en benutten van menselijk kapitaal – bijvoorbeeld door meer financiële verantwoordelijkheid voor arbeidsongeschiktheid en werkloosheid in de vorm van loondoorbetalingsverplichtingen. Zo krijgen sociale partners meer belang bij verlengen van het arbeidzame leven en komt een einde aan de sluipende verlenging van de uitkeringsfase door stijgende levensverwachting. Zo houden we pensioenen en zorg op peil.

Dit artikel is op 1 juni 2010 verschenen in Schinkels Forum, een samenwerking tussen NRC Handelsblad en Me Judice.

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik