Back

Artikel

Home

Van Bagdad naar Londen: Lessen uit duizend jaar stedelijke netwerken in Europa en de Arabische werel

19 aug 2008
Onderwerpen: Economische geschiedenis, Ontwikkelingseconomie
Bagdad was een waar wereldwonder in 800 toen Londen nog een economisch achtergebleven puntje op de kaart was. Duizend jaar later, in 1800, was Londen de grootste stad ter wereld, terwijl de Arabische steden verkommerden. Recent onderzoek schrijft deze positieverandering toe aan institutionele verschillen: de Arabische steden waren sterk verbonden met het lot van hun staat, terwijl Europese steden zich juist ontwikkelden tot onafhankelijke groeikernen.

Waarom begon de industriële revolutie eigenlijk in noordwest Europa? Tegen het einde van het eerste millennium was Europa nog een achterlijk deel van de wereldeconomie met een lage graad van verstedelijking en een dito inkomen. Maar tussen 1000 en 1800 ontwikkelde Europa zich van een economisch achtergebleven gebied tot de meest dynamische regio in de wereldeconomie. Het verklaren van deze ontwikkelingen is één van de grote uitdagingen voor historici en economen.

Instituties, maar welke?

De belangrijkste hypothese ter verklaring van de opkomst van Europa betreft de rol van instituties. Maar de vraag welke instituties nu verantwoordelijk zijn voor het wonder van de Europese groei is nog onderwerp van stevige discussies onder wetenschappers.

Douglass North (1981) benadrukt dat de sociaal-politieke instituties die plundering door de staat beperkten het belangrijkste waren voor de ontwikkeling van Europa. Deze visie wordt echter weer bestreden door onder andere Avner Greif (2006) die aangeeft dat vooral contractuele instituties het belangrijkste waren. Dergelijke instituties – zoals ontwikkeld door de Italiaanse kooplieden en middeleeuwse steden – vergemakkelijkten de onderlinge handel en dit leidde tot groei.

In onze bijdrage aan dit debat met een recente paper (Bosker et al. 2008), vergelijken we de lange-termijn ontwikkelingen tussen 800 en 1800 van de stedelijke systemen in Europa en de Arabische wereld met elkaar. Op grond van een nieuwe en uitgebreide dataset van individuele steden in Europa, Noord Afrika en het Midden Oosten kunnen we de invloed meten van de verschillende factoren die de stedelijke expansie veroorzaakten. Wanneer we kijken naar factoren als geografische ligging, godsdienst en institutionele factoren kunnen we een antwoord geven op de vraag waarom tijdens dit millennium het stedelijke en economische zwaartepunt zich verplaatste van Irak, of meer in het algemeen van de Arabische wereld naar Europa, en daarbij naar de Europese Atlantische kusten meer in het bijzonder.

Hiermee kunnen we inzicht bieden in het onderlinge belang van enerzijds economische instituties die de handel bevorderen en anderzijds sociaal-politieke instituties, zodat we kunnen verklaren waarom Europa opkwam en er uiteindelijk erin slaagde om de Arabische wereld voorbij te streven. (1)

Instituties die het ruilverkeer reguleren

We gebruiken het aantal steden en de omvang van die steden als een maat voor de economische ontwikkeling en kijken daarbij in het bijzonder naar positieve terugkoppelingen tussen steden: profiteren steden van elkaars nabijheid, en zo ja hoe groot is dat profijt, ook wel feedback-effecten genoemd. Onze basishypothese is dat een sterk feedback-effect laat zien dat instituties die het ruilverkeer regelen efficiënt zijn, met als gevolg dat de groei van de ene stad expansie van andere omliggende steden bevordert. Onze analyses laten een aantal bijzondere resultaten zien.

Tussen ongeveer 800 en 1200 waren de positieve feedback-effecten voor de Moslimsteden groot. Dit gegeven suggereert dat de instituties die het ruilverkeer toen reguleerden in de Arabische wereld efficiënt waren.

Zo rond 800 was de positie van Arabische steden vrij gunstig. De Arabische wereld had een goed geïntegreerd stedelijk systeem dat reikte van Cordoba tot Bagdad. De transactiekosten waren laag want de regio was politiek verenigd, had een gemeenschappelijke taal en een gemeenschappelijk Islamitisch juridisch systeem, waaronder een aantal specifieke instituties - zoals de regel om geschreven contracten te gebruiken - die de handel bevorderden. Er was ook een zeer efficiënt transportsysteem van karavaanroutes tussen de verschillende stedelijke centra (Findlay en O’Rourke, 2008).

In dezelfde periode was er in Europa geen sprake van sterke feedback-effecten. Europa had geen geïntegreerd stedelijk systeem, wellicht een gevolg van de hoge transport- en transactiekosten na het uiteenvallen van het Karolingische rijk rond 900. Europa versnipperde toen in een groot aantal politieke eenheden. Handelaren spraken verschillende talen en er was een verscheidenheid aan juridische systemen, zoals het Romeins recht in het zuiden en het gewoonterecht in het noorden.

Tegen het einde van deze periode vonden er fundamentele veranderingen plaats in zowel Europa als in de Arabische wereld. Onze empirische resultaten tussen 1000 en 1500 laten zien dat Europa en de Arabische wereld van plek zijn gewisseld wanneer de omvang van hun feedback-effecten als graadmeter wordt genomen.

Omslagpunt: het jaar 1100

In de 11e eeuw ontstond in Europa een efficiënt stedelijk systeem met een positieve terugkoppeling tussen steden, voornamelijk gebaseerd op zee- en rivierhandel. Dit effect was opmerkelijk omdat Europa werd gekenmerkt door een sterke staatkundige fragmentatie. In de Arabische wereld daarentegen verdwenen de positieve feedback-effecten geleidelijk. Daar leidde het uiteenvallen van het kalifaat van de Abbasiden uiteindelijk tot een nieuw rijk: het Ottomaanse. Tot op zekere hoogte nam dit Ottomaanse rijk de rol van zijn voorganger over, maar zonder het efficiënte systeem van economische uitwisseling te herstellen dat gedurende de ‘gouden eeuw van de Islam’ voor 1000 een rol speelde.

Interactie tussen Europa en de Arabische wereld

Een tweede interessant aspect van onze resultaten is het belang van de godsdienst. Moslimsteden hadden een sterke positieve interactie met andere Moslimsteden, net zoals Christelijke steden met andere Christelijke steden, maar we vinden vrijwel geen aanwijzingen voor positieve terugkoppelingen tussen steden uit beide godsdienstige systemen. Dit suggereert dat verschillende instituties de handel in beide werelden regelden. Ook suggereert het dat handel over de godsdienstige grenzen heen gehinderd werd door hogere transactiekosten, mogelijk te verklaren door onderlinge vijandigheid en oorlogvoering.

De verschillen tussen beide stedelijke systemen

Er waren opvallende verschillen tussen de twee stedelijke systemen die een bijzonder inzicht opleveren in de sociaal-politieke situatie in beide regio’s. De steden in de Arabische wereld waren over het algemeen veel groter dan die in Europa, en de omvang van de ‘hoofd’-stad – een megapolis als Bagdad, Damascus, Cairo of Istanbul – was ook vele malen groter dan de Europese tegenhangers. Dit wijst op een parasiterende of uitbuitende staat en een geringe openheid voor handel (Ades en Glaeser, 1995). Europa daarentegen ontwikkelde een heel dicht stedelijk netwerk, met relatief kleine ‘hoofd’-steden. De grote Europese steden lagen bovendien veelal bij de zee, om zo optimaal van lange-afstands handel te kunnen profiteren, terwijl de grootste Arabische steden (Bagdad, Damascus, Cairo, Cordoba) vrijwel allemaal in het binnenland lagen. Ook dat wijst op een andere oriëntatie van de economie van de megapolis.

Europese ‘productiesteden’, Arabische ‘consumptiesteden’

De socioloog Max Weber (1958) introduceerde bijna honderd jaar geleden het onderscheid tussen ‘consumptiesteden’ en ‘productiesteden’. Als we deze classificatie gebruiken moeten we constateren dat Arabische steden - veel vaker dan hun Europese tegenhangers – ‘consumptiesteden’ waren.

De klassieke ‘consumptiestad’ is een machts- en regeringscentrum die diensten levert – bestuur en bescherming – in ruil voor belastingen, pachten of niet-marktgebonden transacties. Het lot van dergelijke steden is onlosmakelijk verbonden met dat van de staat waarin ze liggen. De bloei van een dergelijke staat en een uitbreiding van territorium en populatie leidden tot een stedelijke groei, vooral van de hoofdstad.

In Europa zijn steden vooral te karakteriseren als ‘productiesteden’. De primaire basis van de ‘productiesteden’ is gelegen in de productie en uitwisseling van goederen en commerciële diensten met de stedelijke omgeving en met andere steden. De band van een dergelijke stad met de staat is veel zwakker omdat de steden over het algemeen hun eigen economische basis hebben. Arabische steden hebben vooral van dit aspect sterk geleden toen het kalifaat van de Abbasiden te gronde ging, terwijl de Europese steden er ondanks politieke fragmentatie in slaagden om te blijven bloeien.

Tussen 1000 en 1300 kreeg Europa een stedelijk systeem dat gedomineerd werd door ‘productiesteden’ die welvarend waren, ondanks de politieke fragmentatie in Europa. In feite werd die fragmentatie zelfs sterk bevorderd door het ontstaan van onafhankelijke gemeenschappen – stadsstaten of steden met een grote mate van lokale autonomie – die de kern vormden van een politiek systeem dat zich uitstrekt over de Europese stedelijke gordel van Noord Italië tot aan de Lage Landen. Zelfs nu kunnen we dit patroon zelfs nog terugvinden in de ‘blue banana’, de naam van de stedelijke en industriële agglomeratie die loopt van zuidelijk Engeland via Nederland, door Duitsland tot in Noord Italië.

Arabische steden werden daarentegen sterk beïnvloed door ‘parasitaire’ staten die vaak zware belastingen of militaire verplichtingen aan hun steden oplegden. Onder een dergelijk regiem was het vaak alleen de hoofdstad die bloeide, waarbij de bloei achtereenvolgens in Bagdad, Damascus, Fez, Cairo en Istanbul te bespeuren viel.

Waarom haalde Europa de Arabische wereld in tussen 800 en 1800?

Arabische steden waren onderdeel van de ‘parasitaire’ structuur van de staat. Toen de regio was verenigd onder de Abbasiden, had dit een gunstige uitwerking: de regio beleefde zijn ‘gouden eeuw van de Islam’. Efficiënte instituties regelden het ruilverkeer en leidden tot een omvangrijke handel en grote stedelijke netwerken. Toen de staat desintegreerde, vielen ook de stedelijke en onderliggende commerciële netwerken uit elkaar, of werd althans de onderlinge handel sterk bemoeilijkt.

In Europa kwam er na een periode van desintegratie een heel ander stedelijk systeem tot stand, dat veelal onafhankelijk van de ‘parasitaire staat’ ontstond. De Europese steden slaagden erin om hun eigen niche te creëren in het politieke systeem. Ook ontwikkelden ze steeds efficiëntere manieren van commerciële uitwisseling, ondanks het gefragmenteerde politieke systeem.

De ontwikkeling in Europa van een goed geïntegreerd stedelijk systeem dat grotendeels onafhankelijk was van territoriale staten, en dat geholpen werd door de effecten van de ontdekkingsreizen, verklaart voor een belangrijk deel waarom Londen, een economisch onbelangrijke punt op de kaart in 800, in staat was Bagdad - ooit de bloeiende hoofdstad van het kalifaat van de Abbasiden - voorbij te streven.

Voetnoten

(1) Timur Kuran beargumenteert dat de economische instituties in de Moslim wereld zwakker waren. Terwijl anderen benadrukken dat de staten bij Europese sociaal-politieke instituties fundamenteel verschillen – staten zijn daar minder op plunder uit meer ingeperkt.

Referenties:

Ades, A.F. en, E.L. Glaeser (1995). “Trade and circuses: explaining urban giants.” Quarterly Journal of Economics 110, 195-227.

Bosker, M., E. Buringh, en J. L. van Zanden (2008). From Baghdad to London: The Dynamics of Urban Growth in Europe and the Arab World, 800-1800. CEPR working paper DP 6833, London.

Findlay, R. en K. O’Rourke’s, 2008, “Lessons from the history of trade and war”, Vox, 10 March 2008.

Greif, A. (2006). Institutions and the path to the modern economy: lessons from Medieval trade. Cambridge: Cambridge University Press.

Kuran, T. (2003). “The Islamic commercial crisis: institutional roots of economic underdevelopment in the Middle East.” Journal of Economic History 63, 414-447.

North, D.C. (1981). Structure and change in economic history. New York: Norton.

Weber, M. (1958). The City. Vertaald en geredigeerd door Don Martindale en Gertrud Neuwirth. New York: The Free Press.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik