Back

Artikel

Home

Uitstel is afstel: haal toekomstige belastingen over pensioen naar het heden

10 dec 2013
Dossiers: Pensioen
Onderwerpen: Pensioen

De strijd tussen de regering en de oppositie in de Senaat gaat over het plan om de pensioenopbouw te verminderen van 2,25% naar 1,85% per jaar. Dat levert 3 miljard euro op door minder aftrek van pensioenpremies voor de inkomstenbelasting. Het pensioenplan levert dus een bescheiden bijdrage aan de bezuinigingen. Er is volgens de Amsterdamse econometrist Aart de Vos een zinniger alternatief dat veel meer oplevert zonder dat de pensioenopbouw in gevaar komt. Incasseer een deel van de toekomstige belastingen over pensioenuitkeringen. Dat kan met een voor alle partijen neutrale operatie door de belastingtarieven voor pensioenpremies en -uitkeringen te verlagen,

Anders bezuinigen

Laten we beginnen met zes miljard “bezuinigen”. Dat kan als volgt: verlaag voor de toekomst alle belastingtarieven over pensioenuitkeringen met 0,6% en ook doe dat ook met het percentage van de pensioenpremies dat aftrekbaar is. Dat levert iets op omdat er voorlopig meer premie wordt afgetrokken dan uitkeringen worden belast. Maar dat is bijzaak. De hoofdzaak is dat de pensioenfondsen 0,6% minder hoeven te betalen om de netto uitkeringen constant te houden. En dus 0,6% minder nodig hebben. En dus kan 0,6% van hun vermogens worden belast zonder dat de dekkingsgraad en de netto uitkeringen veranderen. Nu bezitten de pensioenfondsen een biljoen, met andere woorden duizend miljard euro. En 0,6% daarvan is zes miljard.

Wat je doet met deze operatie is een klein deel van de toekomstige belasting innen. Pensioen is uitstel van belastingbetaling. Als je zelf spaart betaal je belasting direct, als een pensioenfonds dat voor je doet gemiddeld 27 jaar later, althans bij 40 dienstjaren en 14 jaar pensioen.[1] Over pensioenuitkeringen wordt gemiddeld minstens 30% belasting betaald. Er zit dus 30% van een biljoen uitgestelde belastingbetaling opgesloten in de pensioenpotten. Dat is 300 miljard, De operatie van 6 miljard is dus een schijntje. Je zou hem vijftig jaar lang ieder jaar kunnen herhalen. Als je dat doet is er aan het eind geen sprake van uitstel meer, De premies zijn niet meer aftrekbaar, uitkeringen niet meer belast. Met deze stap zouden we meer in de pas met Europa lopen. In Europese lidstaten wordt immers in hoofdzaak een omslagstelsel gebruikt, wat geen uitstel van belasting met zich meebrengt.

Pensioenplan

Eigenlijk is een groot deel van het huidige pensioenplan helemaal geen bezuiniging. Er wordt minder pensioenpremie afgetrokken, maar er wordt ook minder “verborgen belasting” aan de pensioenpot toegevoegd. Voor een groot deel gaat het om premies die tegen het toptarief worden afgetrokken en die eens weer tegen hetzelfde tarief belast zullen worden. Bij een goede manier van boekhouden vallen die posten tegen elkaar weg. Het enige verschil is dan de vermogensrendementsheffing. Als mensen zelf gaan sparen moeten ze die betalen, pensioenfondsen zijn vrijgesteld. En die 1,2% per jaar loopt in 27 jaar op tot 38% van het eindvermogen. Bij de huidige lage rente, die nauwelijks hoger is dan de inflatie betekent dat een enorm verlies aan reële waarde. Voor pensioensparen is dat onrechtvaardig en onnodig. Een pensioenopbouw van 2,25% per jaar in reële termen moet mogelijk zijn: Er wordt door pensioenfondsen en levensverzekeringsmaatschappijen ongeveer 56 miljard euro per jaar aan premies geïnd. Dat zou teruglopen naar 46 miljard als de pensioenopbouw van 2,25% naar 1,85% per jaar gaat. Dat kost dus 3 miljard euro (30% van 10 miljard) aan latente belastingontvangsten. De 2,25% premieopbouw per jaar kan dus gehandhaafd blijven als paal en perk gesteld wordt aan het uitstellen van belastingbetaling.

Het is zelfs zo dat alle bezuinigingen makkelijk gehaald kunnen worden als we zorgen dat het uitstel van belastingen niet verder oploopt dan 300 miljard. Bij een ongewijzigd beleid van 2,25% opbouw loopt dit namelijk tot 2040 op tot 450 miljard euro. Het biljoen aan pensioenvermogens groeit tot 1,5 biljoen (of nauwkeuriger: 195% van het nationaal inkomen in 2040.[2] Dat is per jaar ongeveer 20 miljard euro, waarvan dus 6 miljard euro belastinguitstel en gedurende 25 jaar. Dus zelfs zonder aan de 300 miljard bestaande latente belasting te tornen kunnen we 6 miljard euro per jaar bezuinigen.

Maar zien we die 300 miljard euro ooit terug? Misschien een fractie als we het plan hierboven uitvoeren. Tussen 2040 en 2060 lopen de pensioenvermogens bij ongewijzigd beleid iets terug naar ongeveer 180% van het nationaal inkomen, Een kleine 10%zou dan 30 miljard opleveren (in 20 jaar). De rest zien we pas terug als de bevolking echt gaat teruglopen. Na 2100 wellicht. Bij uitvoering van het pensioenplan van de regering zouden de pensioenvermogens oplopen naar 1,2 biljoen euro in plaats van 1,5 biljoen. Met in 2060 nog 1,1 biljoen, met nog altijd 330 miljard euro aan latente belastingontvangsten, die nooit geïnd worden.

Ons kapitaaldekkingsstelsel voor belastingontvangsten

In de stationaire situatie rond 2040 staan tegenover belaste uitkeringen ongeveer even grote aftrekbare premies. Dat is de essentie van de paradox van het kapitaaldekkingsstelsel: in een stationaire situatie is het kapitaal nooit nodig. Daarom kunnen de meeste andere landen werken met een omslagstelsel. Voor netto pensioenen kan je discussiëren over de vraag wat het beste is. Maar wij hebben impliciet gekozen voor een kapitaaldekkingsstelsel voor belastingontvangsten. Dat is lastig te rechtvaardigen om het zacht uit te drukken. We hebben gekozen voor uitstel zonder ons te realiseren dat dat leidt tot afstel.

Miljardenwijs, biljoen dom

Wat er precies gebeurt hangt niet alleen af van de premies maar ook van de beleggingsresultaten en die spelen een steeds grotere rol. Dit jaar gaat het goed op de beurs, tussen de 5 en 10 procent rendement. Dat is tussen de 50 en 100 miljard euro, waarvan 30% belastinggeld, een bedrag tussen de 15 en 30 miljard euro. Hoezo, crisis? Maar het is wel een pikant punt. Je kunt stellen dat we met 300 miljard euro aan belastinggeld via de pensioenfondsen speculeren op de internationale beurzen. En ook nog voor een deel met geleend geld te weten de staatsschuld. En met wisselend succes: in 2008 verloren de pensioenfondsen 150 miljard euro, waarvan dus 45 miljard euro aan belastinggeld. “Miljardenwijs, biljoen dom” is de Nederlandse versie van het gezegde “Pennywise, Pound foolish”. Een publieke discussie over de vraag of we het risico dat zoiets weer gebeurt willen lopen zou geen kwaad kunnen.

Dit artikel begon met kleine stapjes van zes miljard euro. Kleine hapklare brokjes van de onvoorstelbare 300 miljard. Dat we zo´n grote geheime reserve hebben willen maar weinigen accepteren. In 1990, toen ik (als eerste) hierover schreef (“Staatsschuld is geen probleem”, NRC Handelsblad 1 november 1990) was er het tegenargument van de dreigende vergrijzingsgolf. Die is echter opgevangen door de spectaculair toegenomen arbeidsparticipatie van vrouwen. Er komt voorlopig meer geld binnen aan pensioenpremies dan er uit gaat. Maar nu hebben we de hoge hypotheekschulden, de dalende huizenprijzen, de oplopende zorgkosten, de staatsschuld en de AOW. En op een of andere manier blokkeert dat het denken over pensioenen. Sparen voor toekomstige rampen heeft absolute prioriteit. Terwijl we met het gespaarde veel van deze problemen, zo niet alle, kunnen oplossen. Om nog maar te zwijgen van het feit dat de besparingen nog verder zullen groeien als we niets doen.

Er is een plan denkbaar dat alle discussies in Nederland volkomen op zijn kop zet. Niet meer nadenken over armzalige bezuinigingen van tien miljard maar over de vraag wat we met 300 miljard die kan groeien tot 450 miljard moeten doen. Dit geld is echt over. We houden nog genoeg over aan netto pensioenvermogens: 700 miljard euro nu, ongeveer 140 % [3] ] van het BBP in 2040 als we gewoon de pensioenopbouw op 2,25% per jaar houden. Of dat nodig is, zelfs daar kan men over discussiëren Maar eerst over de belastingcomponent. Die is absurd en daar moeten we zeker wat aan doen, we kunnen er heel veel problemen mee oplossen. Een fantastische uitdaging voor iedereen die Nederland een warm hart toedraagt.

Voetnoten:


[1] Dit is gebaseerd op een gemiddeld betaalmoment 20 jaar voor pensioen en een gemiddeld uitkeringsmoment zeven jaar na de pensioenleeftijd.

[2] In Van Ewijk en Van de Ven (2002) gaat het om het (zinniger) percentage van het BBP. Nu zijn de pensioenvermogens 130% daarvan, de prognose voor 2040 is 195%, anderhalf maal zo veel. Daarna daalt het iets omdat de bevolking terugloopt. De 1,5 biljoen euro moet dus niet nominaal gezien worden maar reëel.

[3] Om precies te zijn 136,5%, te weten 70% (het netto deel) van het geprognotiseerde pensioenvermogen dat 195%.van het BBP is.

Referenties:

Ewijk, C. van, en M. van de Ven, 2002, Pensioenvermogen vanuit macro-perspectief, preadviezen voor de Koninklijke Vereniging voor de Staathuishoudkunde, Amsterdam.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik