Back

Artikel

Home

Toekomstbestendig pensioenstelsel vraagt extra AOW-opbouw

23 mei 2014
Dossiers: Pensioen
Onderwerpen: Pensioen

De doorsneesystematiek in het aanvullende pensioenstelsel is niet toekomstbestendig. Maar uitfasering resulteert in een overgangsproblematiek. De generaties die de subsidies die zij op jonge leeftijd hebben verstrekt aan oudere generaties ontvangen ze niet meer terug in de tweede helft van hun arbeidscarrière. Deze kan worden opgevangen door werkenden extra AOW-rechten op te laten bouwen, aldus Lans Bovenberg.

Doorsneesystematiek

Veel pensioenfondsen zijn wettelijk verplicht de doorsneesystematiek te hanteren. Voor alle deelnemers wordt een zelfde percentage van het pensioengevend salaris afgedragen. In ruil daarvoor krijgen deelnemers het recht op een pensioenuitkering ter grote van een leeftijdsonafhankelijk percentage van dat pensioengevende salaris. Deze systematiek resulteert in generatiesolidariteit. De pensioenrechten die jongere werknemers opbouwen zijn goedkoper dan die van ouderen. De rechten van jongeren komen namelijk later tot uitkering. Beleggingsopbrengsten financieren daardoor een groter deel van de uitkering. Omdat zij dezelfde doorsneepremie inleggen als ouderen betalen jongeren mee aan het pensioen van oudere werknemers.

Onder vuur

Deze leeftijdsolidariteit ligt onder vuur als gevolg van een flexibelere arbeidsmarkt met uiteenlopende carrièrepatronen. Iemand die op middelbare leeftijd het collectief van een bedrijfstakpensioenfonds verlaat en buiten zo’n collectief aan de slag gaat heeft te veel premie betaald, maar profiteert in de rest van het arbeidzame leven niet van een door jongeren gesubsidieerde pensioenopbouw. Dit is niet eerlijk en ondergraaft de legitimiteit van het pensioenstelsel. Bovendien ontmoedigt het ondernemerschap.

De doorsneesystematiek compliceert verder voorstellen om de pensioenpremie te benutten voor het aflossen van de hypotheek. Ze geeft jongeren een kunstmatig grote prikkel om de pensioenpremie te bestemmen voor dat doel omdat jongeren zo de solidariteit met hun oudere collega’s kunnen ontgaan. Ook hier verstoort het gebrek aan actuarieel faire prijzen beslissingen. Keuzevrijheid vereist meer evenwicht tussen de ingelegde premie en de waarde van de daarmee opgebouwde rechten.

Transitieproblemen

Overstappen op een actuarieel neutrale pensioenopbouw waarbij jongeren meer pensioenrechten opbouwen dan ouderen resulteert echter in een aanzienlijke transitieproblematiek. Transitiegeneraties krijgen te maken met een pensioengat. De subsidies die zij op jonge leeftijd hebben verstrekt aan oudere generaties ontvangen ze niet meer terug in de tweede helft van hun arbeidscarrière. Het CPB (2013) schatte deze overgangsproblematiek op zo’n 100 miljard euro.

Het snel affinancieren van deze impliciete schuld door het verhogen van de fiscaal aftrekbare pensioenpremies en het verlagen van de pensioenen zou beschikbare inkomens verlagen en het overheidstekort vergroten. Verdere bestedingsuitval is het laatste waarop de Nederlandse economie zit te wachten nu huishoudens na een forse daling van de huizenprijzen druk bezig zijn hun hypotheekberg af te bouwen.

Oplossing extra AOW-opbouw

Gelukkig is er een oplossing voor het transitieprobleem. Laat werkenden extra AOW-rechten opbouwen afhankelijk van hun arbeidsinkomen. De transitie generaties betalen hiervoor lage premies. De generaties die de dupe worden van het afschaffen van de doorsneesystematiek in de aanvullende pensioenen profiteren van de introductie van extra AOW-rechten. De totale premielast van AOW en aanvullend pensioen op het arbeidsinkomen van werknemers verandert niet. De AOW neemt zo de generatiesolidariteit over van de private aanvullende pensioenen. Dit zorgt voor een heldere ontvlechting van private en publieke verantwoordelijkheden. De overheid ontfermt zich als grootste collectiviteit over de publieke functie van intergenerationale solidariteit. Iedereen betaalt mee aan het financieren van de impliciete schuld in het pensioenstelsel zonder dat dit de keuze tussen werknemerschap en ondernemerschap verstoort.

Aanvullende pensioenen kunnen zich voortaan voluit wijden aan het assisteren van deelnemers bij hun financiële levensplanning op basis van actuarieel faire prijzen. Ze kunnen zo beter inspelen op een flexibelere arbeidsmarkt en een grotere behoefte aan keuzevrijheid, mede omdat jonge eigenwoningbezitters meer sparen via hun woning nu de fiscus annuïtaire hypotheekaflossing eist.

De AOW-compensatie lost ook een vergelijkbaar transitieprobleem op bij het uitfaseren van de fiscale leeftijdsstaffel in beschikbare premieregelingen. Deze staffel bepaalt dat jongeren minder fiscaal aftrekbare pensioenpremie mogen inleggen dan ouderen. Dit riekt naar leeftijdsdiscriminatie. Met een leeftijdsonafhankelijke premie renderen premies langer omdat ze eerder worden ingelegd. Premies kunnen daardoor omlaag. De premiesystematiek van beschikbare premieregelingen spoort zo bovendien beter met de leeftijdsonafhankelijke doorsneepremie in uitkeringsregelingen. Burgers kunnen daardoor gedurende hun werkzame leven gemakkelijker overstappen tussen verschillende pensioenregelingen.

Een inkomensafhankelijke aanvulling op de AOW-opbouw versterkt ook de pensioenvoorziening voor zzp’ers. Verder gaat het Nederlandse pensioenstelsel minder zwaar leunen op kapitaaldekking. Terwijl de totale pensioenlasten gelijk blijven, zijn de inkomens van ouderen minder afhankelijk van de grillen van de kapitaalmarkt en lopen ze meer gelijk op met de inkomens van werkenden. Met een grotere publieke basis blijven kapitaalgedekte aanvullende pensioenen legitiem, ook al worden de daaruit gefinancierde pensioenen steeds afhankelijker van de nukken van de financiële markten nu de risico’s steeds meer bij de deelnemers liggen.

Toekomstbestendig pensioenstelsel

Het introduceren van extra AOW-opbouw voor werkenden maakt het Nederlandse pensioenstelsel toekomstbestendig door het ontvlechten van private en publieke verantwoordelijkheden. Aanvullende pensioenen worden eerlijker, boezemen jongeren meer vertrouwen in en verstoren keuzes op de arbeidsmarkt niet meer. De transitie naar zo’n toekomstbestendig pensioenstelsel hoeft niet gepaard te gaan met grootscheepse herverdeling tussen generaties en bestedingsuitval.

* Dit artikel verscheen eerder op 9 mei in NRC Handelsblad

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik