Back

Artikel

Home

Staat speculeert met ING-hypotheken

10 mei 2013
Onderwerpen: Financiële markten
ING gebouw De Staat moet de ING hypothekenportefeuille verkopen, stelt de Amsterdamse hoogleraar economie Roel Beetsma. Deze portefeuille is in 2009 in handen van de Staat gekomen om ING te redden. Nu is deze noodgreep niet meer nodig. Bovendien loopt de Staat een fors beleggingsrisico. In feite is de Staat nu aan het speculeren op een verdere waardestijging van deze portefeuille.

Redding

Na de val van Lehman in 2008 moest ING gered worden, eerst met een kapitaalinjectie door de Staat van 10 miljard, later, begin 2009, door het overnemen van het grootste deel van de Alt-A hypothekenportefeuille in de V.S. Van de staatssteun wordt de laatste tranche terugbetaald in mei 2015. Er is echter nog geen concreet einde in zicht voor de steun via de Alt-A hypotheken. Het gevolg is dat ING beperkt wordt in zijn beleid. ING wil dan ook graag dat de Staat haar deel van de Alt-A portefeuille van de hand doet. De Staat geeft hier echter nog geen gehoor aan.

De reden hiervoor is niet helder, maar is mogelijk gelegen in het feit dat de waarde van de portefeuille de laatste tijd sterk is gestegen en dat de minister van Financiën hoopt op een nog verdere stijging door de aantrekkende economie in de V.S.

Noodzaak weg

Om verschillende redenen zou het echter onverstandig zijn wanneer de Staat nog langer vasthoudt aan haar belang in de Alt-A portefeuille. De belangrijkste is dat het overheidsingrijpen destijds gebaseerd was op de noodzaak een systeemrelevante bank te redden. Zodra deze noodzaak wegvalt, is er geen enkele reden meer voor de overheid om bij de bank betrokken te blijven. Ervaring leert dat overheidsinmenging in het bedrijfsleven meestal averechts werkt. In het geval van ING wordt het bedrijf gehinderd in zijn activiteiten en wordt de concurrentie binnen de Nederlandse bankensector ondermijnd.

Beleggingsrisico

De andere reden waarom de overheid zich beter kan ontdoen van haar Alt-A portefeuille is het beleggingsrisico dat ze hiermee loopt. De centrale overheid legt strenge regels op aan lagere overheden om veilig te beleggen, maar bezondigt zichzelf aan speculatie met een risicovol object. Een eventuele verwachting van een prijsstijging is op drijfzand gebaseerd. In min of meer efficiënt werkende financiële markten kunnen verwachtingen van prijsstijgingen alleen samengaan met een risico dat daarmee in overeenstemming is. Anders zou de verwachting allang verdisconteerd zijn in de huidige prijs en blijft er geen ruimte over voor verdere stijging.

Dit artikel is tevens verschenen in het Financieele Dagblad van vrijdag 10 mei j.l.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik