Back

Artikel

Home

Specialisatie tussen universiteiten is niet het toverwoord voor succes

29 jun 2012
Onderwerpen: Economieonderwijs
Tuin van het Jesus College Quad in Oxford, Oxfordshire Niet zozeer specialisatie, maar gerichte investeringen in toponderzoek aan Nederlandse universiteiten hebben resultaat, zo stelt de Tilburgse econoom De Roon. Aan de hand van twee toonaangevende rankings van economische en business-onderzoeksinstituten laat hij zien dat Nederlandse universiteiten met economieopleiding op beide terreinen meetellen. Specialisatie waar de commissie-Veerman op aandrong is dus niet het enige middel om te compenseren voor beperkte schaalgrootte.

Race naar de top

Een combinatie van zowel economisch als managementonderzoek op topniveau is alleen grote Amerikaanse universiteiten gegeven. Die veronderstelling wordt al jarenlang ondersteund door de statistieken rond aantallen publicaties in wetenschappelijke toptijdschriften. Harvard, Stanford, Chicago: daar kunnen Nederlandse en Europese universiteiten toch niet tegenop boksen?

De stelling van Veerman

De commissie-Veerman boog zich eerder over die vraag en gaf als antwoord dat Nederlandse universiteiten zich moeten specialiseren om succesvol te zijn. Voor goed onderzoek is een zekere kritische massa nodig, zo constateerde Veerman in het advies Differentiëren in drievoud. Een kleinere universiteit kan niet overal goed in zijn, dus moet er gekozen worden. Veerman wil dat instellingen een duidelijk profiel kiezen en vervolgens minder goede onderdelen afbouwen. Een en ander vindt plaats in samenwerking met de andere universiteiten, zodat uiteindelijk een goede landelijke spreiding van zwaartepunten resulteert.

Is Veermans aanbeveling terecht? Aan de hand van twee toonaangevende rankings, de UT Dallas Business Ranking en de Tilburg University Economics Ranking, onderzochten we de Veerman stelling voor het vakgebied van de economische wetenschappen. Dat is op alle Nederlandse universiteiten vertegenwoordigd - behalve uiteraard de technische - en zou zich dus uitstekend lenen voor specialisatie. Het gaat dan om de keuze tussen economics en business, oftewel algemene economie en bedrijfseconomie. Geen enkele Nederlandse universiteit heeft op dit moment een keuze gemaakt tussen die twee. De kernvraag is derhalve: is het dan toch mogelijk uit te blinken op beide gebieden?

Zes toppers

De UT Dallas Business Ranking en de Tilburg University Economics Ranking zijn ranglijsten van universiteiten op grond van het aantal publicaties van medewerkers in wetenschappelijke toptijdschriften. De ranking van Dallas richt zich op het vakgebied business, die van Tilburg op economics. De top 100 van de UT Dallas ranking is gebaseerd op publicaties in 24 journals, die van de Tilburg University Ranking op publicaties in 36 journals. Hierin zit geen overlap. Er is vervolgenseen eenvoudige vergelijking gemaakt in tabel 1 tussen de ranglijsten zoals die vorig jaar over de periode 2006-2010 werden gepubliceerd en zoals ze recent bekendgemaakt werden over de periode 2007-2011.

Tabel 1: Vergelijking top-25 Economics en Business Ranking

Tabel 1: Vergelijking top-25 Economics en Business Ranking

Het algemene beeld heeft weinig wijzigingen ondergaan: de top 10 van beide lijsten bestaat uitsluitend uit Amerikaanse instellingen en zes van hen staan op alletwee de vakgebieden in de top 10: Harvard (1 in economics, 2 in business), University of Chicago (2 en 5), New York University (3 en 6), Stanford (6 en 7), Columbia University (7 en 10) en University of Pennsylvania (10 en 1). Bij dat algemene beeld hoort ook dat de twee hoogst genoteerde Europese instellingen gespecialiseerde onderzoeksscholen zijn: het Franse INSAED staat op 11 in de lijst van UT Dallas, terwijl de London School of Economics and Political Science (LSE) op de Tilburgse lijst dezelfde positie inneemt. Beide topscholen ontbreken in de top 100 van de andere discipline.

Schaalgrootte is de belangrijkste verklarende factor voor het feit dat Amerikaanse universiteiten kunnen uitblinken in beide vakgebieden. Europese instellingen kunnen wat betreft hun 'thuismarkt' niet tippen aan hun Amerikaanse collega's. Slechts twee Europese instituten staan in beide lijsten in de top 50: London Business School en Tilburg University.

Intuïtief

Is daarom voor de 'kleine' Nederlandse universiteiten specialisatie de enige manier om succesvol te zijn? Een nadere blik op deze rankings leert dat die conclusie niet zomaar getrokken kan worden. Hoezeer specialisatie intuïtief ook voor de hand ligt: in de praktijk blijkt dat ook universiteiten met een breed profiel, maar met een gericht beleid van investeringen in toponderzoek, het steeds beter zijn gaan doen. Tilburg University en Erasmus University Rotterdam, beiden actief in economics én business, zijn daarvan de opvallendste voorbeelden. In de ranking van managementonderzoek maken zij een gestage opmars: Tilburg steeg de afgelopen vier jaar van plaats 52 naar 38, Rotterdam steeg in die periode van positie 61 naar 39. In de ranglijst van economisch onderzoek steeg Tilburg het afgelopen jaar drie plaatsen naar 21, Rotterdam won vier plaatsen en zal, als de voortekenen niet bedriegen, volgend jaar het derde Europese instituut worden dat in beide lijsten in de top 50 staat.

Ook de andere Nederlandse universiteiten met een economische faculteit zijn beter gaan presteren in de ranking van economisch onderzoek. De UvA stijgt bijvoorbeeld vier plaatsen, naar 27; Maastricht wint zelfs dertien plaatsen en staat nu op 49. Dat is niet het resultaat van specialisatie of specifieke keuzes: dit zijn universiteiten met bijvoorbeeld ook een forse medische faculteit.

Noodklok

Wat is dan wel de oorzaak van de gemaakte vorderingen? Naar mijn mening werpt het gerichte beleid van de laatste jaren nu zijn vruchten af. Sinds aan het eind van het vorige decennium de noodklok werd geluid over de kwalitatieve status van de Nederlandse kenniseconomie - onder meer leidend tot de adviezen van de commissie-Veerman - hebben diverse universiteiten met specifieke investeringen hun toponderzoek versterkt. Het besef is definitief doorgedrongen dat topposities in dit soort rankings van belang zijn. Universiteiten hebben wat dat betreft ook de (financiële) daad bij het woord gevoegd. Dat levert nu resultaten op. Ik pleit ervoor dat we doorgaan op de ingeslagen weg. Zowel universiteiten als overheid moeten inzien dat dit geen tijd is om te bezuinigen op toponderzoek. Dat zou de kwalitatieve vooruitgang die nu geboekt is, weer snel teniet doen.

Maatschappelijke relevantie

Natuurlijk is het enkelvoudige getal van het aantal toppublicaties vrijwel nooit de enige indicatie voor de totale kwaliteit van een onderzoeksinstituut. De mate waarin een instituut over een stimulerende onderzoeksomgeving beschikt of de impact van artikelen op ander onderzoek komen daarin bijvoorbeeld niet tot uiting. Ook zegt het aantal publicaties in wetenschappelijke tijdschriften niet direct iets over de maatschappelijke relevantie van het onderliggende onderzoek en die relevantie is in de universitaire wereld inmiddels een niet weg te denken factor.

Dat gezegd hebbende: de gegevens uit de rankings van UT Dallas en Tilburg University weerspreken de stelling dat specialisatie de enige manier is om tot topkwaliteit te komen. Met gerichte investeringen, waarbij een breed profiel in stand blijft, wordt nu vooruitgang geboekt. Niet met de illusie om de grote Amerikaanse instituten te verslaan, dat is geen zinvolle ambitie. Maar wel met het streven de Nederlandse kenniseconomie op wetenschappelijk gebied te voorzien van de topkwaliteit die voortdurend stimuleert en inspireert tot innovatie.

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik