Back

Artikel

Home

Schadevergoeding na geweld van grote emotionele waarde

5 mrt 2010
Onderwerpen: Recht en economie
Ieder jaar vinden er meer dan honderdduizend geweldsmisdrijven plaats in Nederland. Slachtoffers kunnen bij ernstig letsel een schadevergoeding krijgen van de overheid. Econoom José Mulder laat zien hoe een financiële vergoeding tegemoetkomt komt aan de emotionele behoeften van slachtoffers. Dit werpt een nieuw licht op het nut van deze vergoeding: tot nog toe is de emotionele waarde van de vergoeding genegeerd in rechtseconomisch onderzoek.

Overvallen door geweld

Iedereen weet dat hij of zij de kans loopt bedreigd of mishandeld te worden. Om deze dreiging het hoofd te bieden, nemen mensen voorzorgsmaatregelen. Een blokje om, niet na 10 uur ’s avonds op straat, mensen uit de weg gaan, niet alleen in de metro, enz. Dit vermijdingsgedrag heeft natuurlijk zijn grenzen. Iedereen maakt daarin zijn of haar eigen afwegingen, afhankelijk van hoe bang en kwetsbaar iemand zich voelt en de kans op geweld in de dagelijkse omgeving.

Veel rechtseconomen trekken hieruit de conclusie dat als mensen slachtoffer worden van geweld, dat een ingecalculeerd risico is. Het slachtoffer incasseert wat hij of zij niet de moeite waard vindt om te voorkomen. Geweld is het resultaat van een evenwicht tussen het aanbod van criminaliteit (van daders) en de vraag naar criminaliteit (van slachtoffers die zich blootstelling aan gevaar). Nobelprijswinnaar Gary Becker (1968) was de eerste econoom die dit zogeheten ‘ex ante perspectief’ consequent op misdaad toepaste. En na hem volgden er vele anderen.

Er zijn vraagtekens te zetten bij deze zienswijze. Mensen kunnen immers lang niet altijd maatregelen nemen om geweld te voorkomen: zij oefenen geen vraag uit naar criminaliteit, zij kunnen er ook als door de bliksem door worden getroffen. Om het door te trekken in het extreme: een vrouw die verkracht wordt heeft daar niet om gevraagd.

Hoe we de rol van slachtoffers van (gewelds)criminaliteit zien, heeft gevolgen voor de beoordeling van overheidsbeleid ten aanzien van slachtoffers. In Nederland kunnen slachtoffers van geweld in geval van ernstig letsel terecht bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Dit fonds is onderdeel van het Ministerie van Justitie en biedt een vergoeding die bestaat uit een materieel deel (ter compensatie van medische uitgaven, verlies aan inkomen, gestolen goederen etc.) en een immaterieel deel (compensatie van pijn en verdriet). Gezien het feit dat de meeste slachtoffers nauwelijks materiële schade oplopen, of dat die schade verzekerd is, keert het Schadefonds vooral vergoedingen voor immateriële schade (smartengeld) uit. De vraag is of deze compensatie een goed idee is: waarderen slachtoffers de vergoeding alleen omdat het ‘gratis geld’ is of zit hier meer achter?

Economen zien waarde vergoeding niet

De weinige economen die zich over de vergoeding van immateriële schade gebogen hebben, komen bijna allen tot de conclusie dat deze vorm van schade in het geheel niet vergoed zou moeten worden. Volgens de één is dit omdat een vergoeding voor pijn en verdriet tot in de oneindige bedragen zou lopen en daarom onmogelijk is. Anderen nemen de verzekeringswaarde van immateriële schade als leidraad, en die is gelijk aan nul (Cook & Graham, 1977). Weer anderen stellen dat slachtoffers minder waarde aan geld hechten na een misdrijf (hun leven is immers minder leuk geworden) en dat het daarom beter is om dit soort schade vooraf (ex ante) te vergoeden in plaats van achteraf (Suurmond & van Velthoven, 2005). Tot nu toe is nooit onderzocht wat slachtoffers zelf vinden van het smartengeld dat ze ontvangen. Ik laat zien dat de waarde die slachtoffers aan schadevergoeding hechten een nieuw licht werpt op het nut hiervan.

Slachtoffers zelf aan het woord

Om meer inzicht te krijgen in de functie van schadevergoeding, is recentelijk onderzoek uitgevoerd onder personen die geld hebben gekregen van het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Daaruit blijkt dat het fonds gemiddeld 2.185 euro per slachtoffer uitkeert (het smartengeld kent acht schalen, variërend van 550 tot 9.100 euro). Gezien de zwaarte van de misdrijven en het feit dat er sprake moet zijn van ernstig letsel, is dit niet veel. Ter vergelijking; in de Eerste Kamer ligt een wet die de naaste familie van een slachtoffer het recht geeft op een vergoeding van 10.000 euro voor de pijn en het verdriet dat zij ervaren als het slachtoffer door een misdrijf, verkeersongeval of medische fout ernstig gewond raakt of komt te overlijden.

Ondanks de relatief lage vergoeding zijn slachtoffers van geweldsmisdrijven in grote mate tevreden over het smartengeld dat zij ontvangen (Mulder, 2009). Opvallend daarbij is dat het voor de mate van tevredenheid niet uitmaakt hoe hoog het bedrag is dat een slachtoffer ontvangt, of hoe hoog diens inkomen is (Mulder, 2010). Slachtoffers zijn dus niet alleen maar tevreden als zij (relatief) veel geld ontvangen, of een laag inkomen hebben. Het is zelfs zo dat maar liefst één op de drie slachtoffers een hogere (totale) vergoeding krijgt dan ze dat zelf verwacht hadden.

De verwachtingen die slachtoffers hebben blijken overigens wel samen te hangen met tevredenheid over het bedrag. Slachtoffers die meer krijgen dan ze gedacht hadden, of waarbij het smartengeld ongeveer gelijk is aan hun verwachting, zijn significant vaker tevreden met het ontvangen smartengeld dan degene die hogere verwachtingen hadden (Mulder, 2010). Ook blijkt er samenhang te zijn met de manier waarop het geld aan slachtoffers wordt toegekend. Zo zijn slachtoffers die vinden dat zij voldoende op de hoogte zijn gehouden over de vorderingen in hun zaak en dat het Schadefonds voldoende rekening houdt met de specifieke omstandigheden van de zaak significant vaker tevreden over het ontvangen bedrag dan de slachtoffers die dit niet vinden (Mulder, 2010).

Kortom, de praktijk wijst uit dat het slachtoffers niet te doen is om oneindig grote bedragen of iets als de verzekeringswaarde. Wat belangrijk is, is communicatie; duidelijkheid over hetgeen slachtoffers ongeveer kunnen verwachten en aandacht voor de afhandeling van de zaak, dat is wat maakt dat men tevreden is.

Emotionele waarde

Hoewel het Schadefonds Geweldsmisdrijven niets anders doet dan het toekennen van financiële vergoedingen, blijkt een aanzienlijk deel van de slachtoffers vanwege emotionele redenen een aanvraag te doen. Te denken valt aan het krijgen van erkenning of het verwerken van het misdrijf (Mulder, 2009).

Dat het slachtoffers niet primair om het krijgen van compensatie gaat is niet opmerkelijk. Veel van de behoeften die slachtoffers hebben zijn namelijk immaterieel van aard (zie van Mierlo & Pemberton, 2009). Maar bestaat er dan ook een relatie tussen het krijgen van een financiële vergoeding en het voldoen van deze behoeften? De onderzoeksresultaten wijzen wel in deze richting.

Vier van de vijf slachtoffers geven aan zich erkend te voelen als slachtoffer. Even veel slachtoffers zeggen dat zij het krijgen van een vergoeding als een vorm van gerechtigheid ervaren. Bovendien stelt bijna tweederde dat hun lijden verlicht is door de compensatie van het Schadefonds (Mulder, 2009). Een financiële vergoeding lijkt dus werkelijk een positief effect te hebben op de emotionele situatie van slachtoffers.

Ook hier geldt dat er geen samenhang is met de hoogte van de vergoeding of het inkomen van het slachtoffer. Het zijn de verwachtingen die het slachtoffer heeft en de manier waarop de vergoeding is toegekend, die maken dat positieve emotionele effecten zich voordoen. Onder de slachtoffers die vinden dat de afhandeling van hun aanvraag eerlijk is verlopen, bevinden zich bijvoorbeeld significant meer mensen van wie het lijden verlicht is, dan onder de slachtoffers bij wie de afhandeling oneerlijk is verlopen (zie Mulder, 2010).

Deze resultaten wijzen erop dat het ontvangen van geld veel meer voor slachtoffers betekent dan een simpele toename van hun vermogen. Het analyseren van schadevergoeding als een vorm van verzekering, zoals nu vaak gebeurt in de (rechts)economische literatuur, of beweringen dat slachtoffers beter ex ante gecompenseerd zouden kunnen worden, doen dan ook geen recht aan de werkelijkheid.

Conclusie

Het onderzoek dat economen verrichten naar criminaliteit kent een sterk ex ante perspectief. Dit geeft een nogal eenzijdig beeld van slachtoffers: zij incasseren van te voren ingecalculeerde risico’s op criminaliteit. Ook blijven behoeften zoals erkenning – en de rol die een vergoeding hierin kan spelen – buiten beeld. Hierdoor zien veel rechtseconomen niet de waarde in van schadevergoeding voor slachtoffers van geweld. Onderzoek onder slachtoffers van geweldsmisdrijven laat zien dat een relatief lage financiële vergoeding een positief effect heeft op de emotionele behoeften van slachtoffers. Een financiële vergoeding heeft met andere woorden veel meer een symbolische betekenis dan tot nu wordt aangenomen. Daarmee kan een schadevergoeding in een belangrijke behoefte van slachtoffers voorzien, een behoefte die tot nog toe door weinig economen is erkend.

Referenties:

Becker, G.S. (1968), Crime and punishment: an economic approach. The Journal of Political Economy, 76(2), p. 169-217.

Cook, P.J. & Graham, D.A. (1977), The Demand for Insurance and Protection: The Case of Irreplaceable Commodities. The Quarterly Journal of Economics, Vol. 91 (1), p. 143-156.

Faure, M.G. (1999), Op de glijdende schaal van verzekerbare en onverzekerbare risico's. ESB, 84e jaargang, nr. 4193, p. D20.

Narayan, P.K., Nielsen, I. en Smyth, R. (2005), Is there a natural rate of crime? Discussion paper 18/05. Monash University.

Mulder, J.D.W.E. (2009), Compensatie na geweld. Wie krijgen er een vergoeding van het Schadefonds Geweldsmisdrijven en wat zijn de effecten van zo’n financiële vergoeding? Tilburg: Intervict/PrismaPrint.

Mulder, J.D.W.E. (2010), Hoe schadevergoeding kan leiden tot gevoelens van erkenning en gerechtigheid. Lessen uit de praktijk van het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Nederlands Juristenblad, jrg. 85, pp. 293-296.

G. Suurmond en B.C.J. van Velthoven (2005), Vergoeding van affectieschade. Te weinig met het oog op de daders en te veel met het oog op de slachtoffers. Nederlands Juristenblad, jrg. 80, pp. 1934-1936.

Van Mierlo, F. en Pemberton, A. (2009), Van tevredenheid naar kwaliteit: een meetinstrument voor de slachtofferzorg. Tilburg: Intervict.

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik