Back

Artikel

Home

Risicovol beleggen pensioengelden maakt deelnemers nodeloos ongerust

20 sep 2010
Dossiers: Pensioen
Onderwerpen: Pensioen
Voortdurende onzekerheid over het rendement op risicovolle beleggingen van pensioengelden waar de deelnemers zelf totaal geen inzicht in hebben en geen rol in spelen bijt met de doelstelling van pensioenen: zekerheid bieden op een gelukkige tijd na pensionering. De meeste mensen zijn beter gediend met een pensioen dat uitgaat van vastrentende waarden en te verzekeren overlijdensrisico’s, stelt Bas van Holst.

Het pensioenvraagstuk ontzorgt

Het actuele debat over de houdbaarheid van het pensioenstelsel stoelt te veel op emotie en te weinig op een gedegen probleemanalyse of op eenvoudig rekenen. Het langer leven wordt gebracht als een probleem in plaats van een teken van welvaart. De betaalbaarheid van de oude dag bij tegenvallende rendementen bij pensioenfondsen wordt geadresseerd alsof we terugkeren in de tijd waarin pensioen stond voor “.. het vrijwaren van de mensen tegen gebrek en de vrees voor mogelijk toekomstig gebrek" (Jong, de, 1965). Anno 2010 een niet realistisch scenario: tijd voor reflectie.

Verplichte winkelnering bij risicovol beleggen

Een belangrijke peiler in onze oudedagvoorziening is het bedrijfspensioen. Een verplicht deel van de toegevoegde waarde van de factor arbeid wordt door de werkgever ingehouden om de arbeider bij pensionering middelen te bieden voor zijn levensonderhoud. De ingehouden beloning wordt in handen gegeven van pensioenfondsen met verplichte winkelnering.

Dit uitgestelde loon kreeg de titel pensioenpremie als ware het een verzekering. Verzekeren doet men om risico’s uit te sluiten. Maar pensioengelden worden nu zo beheerd dat het uitgestelde loon van de arbeider het karakter heeft gekregen van risicodragend kapitaal als ware hij een kapitalist. Het sparen voor later is vervangen door beleggen voor morgen. De verschuiving van sparen naar risicovol beleggen, is ingegeven door de veronderstelling dat met beleggen betere resultaten kunnen worden bereikt dan met sparen.

Zowel de premies als het toekomstig inkomen van de werknemer zijn hierdoor sterk afhankelijk geworden van beleggingsrisico’s op kapitaalmarkten. Pensioenfondsen werden beleggingsfondsen en hebben verzuimd de gangbare waarschuwing voor de risico’s mee te geven: rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst. De noodzaak daartoe ontbrak gedurende langere tijd dankzij de goede resultaten van de fondsen. Nog niet zolang geleden ging de discussie niet over de bekostiging van tekorten maar over de aanwending of verdeling van de overschotten.

Verzuimde zorgplicht maar wel betutteling

Pensioen is een normaal financieel product en derhalve een product met zorgplicht voor de aanbieder. Pensioenfondsen beperken zich veelal tot het informeren van de werkgevers en de actieve deelnemers. De groeiende groep gewezen deelnemers, zij die van werkgever of bedrijfstak zijn veranderd, wordt niet of nauwelijks geïnformeerd, gepensioneerden slechts in beperkte mate.

De medezeggenschap over pensioenen, of het nu gaat om de premie of het beleggingsbeleid, is nihil of beperkt. Gewezen deelnemers en gepensioneerden hebben geen enkele zeggenschap.

Aldus is het niet vreemd dat bedrijfspensioen als een risicodragende belegging niet leeft. Geen zeggenschap en beperkte informatie, een betutteling die leidt tot desinteresse en inertie. Des te groter is de schok als de boodschap wordt gebracht dat het systeem op de tocht staat en toezeggingen uit het verleden niet kunnen worden waargemaakt. Toch is er niets nieuws aan de hand, de discussie over de houdbaarheid wordt al decennia lang gevoerd (NEI, 1970).

Het product pensioen is volwassen aan het worden, maar er is nog een lange weg te gaan. Daarbij helpt het niet als de vraagstelling wordt gevoed met onduidelijke actuariële rekensommen of voor velen niet te begrijpen publicaties van het Centraal Planbureau, in het Engels. Laten we het simpel houden.

Pensioen is rentenieren van gespaard loon

Als men veertig jaar werkt en van het verdiende inkomen zestig jaar wil leven, met ieder jaar hetzelfde besteedbaar inkomen, dan zal men, afgezien van belastingen, gedurende zijn werkzame leven één derde van het verdiende inkomen moeten sparen. Neemt men later met minder genoegen of werkt men meer jaren dan neemt dit deel af. Werkt men minder jaren dan moet meer worden gespaard. Met eenvoudige rekensommetjes kan worden aangetoond dat wanneer gedurende de werkzame periode het inkomen jaarlijks stijgt en men na pensionering ook een stijgend inkomen wenst, meer moet worden gespaard. We mogen stellen dat om te kunnen rentenieren er veel geld moet worden gespaard.

Het leed van veel te moeten sparen kan worden verzacht met hoge rendementen op het gespaarde geld. Macro-economisch gezien zou het vreemd zijn als over periodes van decennia alle kapitaalverschaffers een beduidend hoger rendement behalen dan de macro-economische groei. Het aandeel van de beloning voor de factor kapitaal in het nationaal inkomen zou dan substantieel moeten toenemen. Ofwel, de arbeidsinkomensquote moet dalen, de nationale koek kan immers maar één keer worden verdeeld.

De verwachtingen van hoge rendementen op pensioengelden mogen dus niet te hoog gespannen zijn. Daarbij moet worden bedacht dat een gemiddelde prestatie op de beurs tot stand komt door een optelsom van winnaars en verliezers. Tegenover beter presterende beleggers staan slechter presterende partijen. Ook dient te worden bedacht dat de beurs een slechte graadmeter is voor de lange termijn ontwikkeling van de welvaart voor gezinnen. De beurs bestrijkt slechts een deel van de economie en de samenstelling van bedrijven verandert regelmatig. Slecht presterende ondernemingen verdwijnen, groeiers treden toe. Het zou vreemd zijn als in deze wereld beheerders van pensioenfondsen altijd beter presteren dan gemiddeld.

Welvaart biedt nieuwe kansen

Maar, kan het niet een tandje minder? Zijn velen op de pensioenleeftijd niet welvarend genoeg om een gelukkige oude dag te kunnen bekostigen? In familieverband, bij een gemiddelde welvaartsgroei van 1,5 procent per jaar zijn de kleinkinderen meer dan twee keer zo welvarend als de grootouders op het moment van pensioen gaan. Waarom zouden kleinkinderen en ook de kinderen niet zelf mogen kiezen tussen meer of minder inkomen, meer of minder jaren werken of minder nalatenschap.

De homo economicus wordt welvarender, gezonder en leeft langer. Dit biedt middelen en tijd om tot een nieuwe afweging te komen over de gewenste verdeling van de welvaart binnen- en tussen generaties. Pensioen is niet langer nodig om de mens te vrijwaren van toekomstig gebrek. Pensioen is een voorziening voor toekomstig geluk. Door dit meer als uitgangspunt te kiezen zal de betalingsbereidheid toenemen. Ieder mens hoopt toch op een gelukkige oude dag en toekomstig geluk voor de kinderen en kleinkinderen. Dat mag wat kosten.

Voor velen betekent geluk het mijden van risico, het hebben van houvast. Door uit te gaan van pensioenen gebaseerd op vastrentende waarden en te verzekeren overlijdensrisico’s wordt meer zekerheid en duidelijkheid geboden dan bij een stelsel dat ten prooi valt aan terugkerende discussies over premies, dekkingsgraden of discontovoeten.

De betalingsbereidheid kan verder worden bevorderd met meer transparantie en medezeggenschap en optimale keuze vrijheid. Inhoudelijke verbeteringen kunnen worden bereikt met meer aandacht voor generatie afhankelijke, variabele pensioenvoorzieningen. Naast het gangbare omslagstelsel voor de AOW zou een publiek kapitaaldekkingsstelsel kunnen worden geïntroduceerd. Een publiek pensioenfonds te voeden met uitgespaard loon, dat zekerheid biedt op te verwachten rendementen, bij voorbeeld door deel te nemen in investeringen in het publieke domein. Voor risicovolle producten kan men altijd terecht bij de private sector, op eigenrisico.

Referenties:

Jong, de, F.J., 1965, De werking van een volkshuishouding, H.E. Stenfert Kroese N.V., Leiden.

Nederlands Economisch Instituut (1970), Kapitaaldekkings- of omslagstelsel; De financiering van een verbeterde pensioenvoorziening en de draagkracht van de Nederlandse volkshuishouding, NEI, Rotterdam.

Bron foto: Flickr

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik