Back

Artikel

Home

Rapport over miljardenverlies invoering euro rammelt

18 aug 2009
Onderwerpen: Europese integratie, Monetair beleid
Wolken herkenbaar als Euro teken De invoering van de euro beroert nog velen, zo ook de Stichting Wisselverlies. In een recent rapport stellen zij dat de Nederlanders voor honderden miljarden zijn bestolen bij de omwisseling van de gulden in de euro. Bij de analyse van de stichting zijn echter grote vraagtekens te plaatsen.

De vraag wat voor invloed de invoering van de euro op onze welvaart heeft gehad is uiterst moeilijk te beantwoorden. Elke berekening daarover maken is een duivelse exercitie, simpelweg omdat economie geen natuurkunde is: wij economen kunnen niet simuleren hoe de wereld eruit zou hebben gezien als er geen euro was geweest. Het Centraal Planbureau (Straathof et al., 2008) heeft enige tijd geleden geprobeerd het effect te kwantificeren. Het voordeel, dankzij het wegvallen van handelsbelemmeringen en wisselkoersrisico, bedraagt volgens de rekenmodellen van het CPB tussen 1.500 en 2.200 euro, per Nederlander, per jaar. Op termijn zal dat oplopen naar ruim 5.000 euro per persoon.

Euro een zegen

Keer op keer blijkt dat de euro per saldo een zegen is, ook al omdat de munt de pijn van de huidige crisis behoorlijk heeft verzacht voor de aangesloten landen. De stichting Wisselverlies denkt er echter anders over. De stichting, opgericht in mei 2007, strijdt voor financiële schadevergoeding voor de schade die ontstaan zou zijn doordat de gulden te goedkoop is opgegaan in de euro. De stichting raamt de kosten tot nu toe op 441,5 miljard euro. Daar komt bovendien jaarlijks 10,2 procent van het Nederlandse bruto binnenlands product (bbp) bij, ofwel zo’n slordige 60 miljard euro.

Op het rapport is echter, vanuit economisch oogpunt, heel wat aan te merken. De opstellers ervan zijn bijvoorbeeld uitgegaan van het meest positieve scenario dat voorstelbaar is voor de Nederlandse economie als de gulden tegen een andere koers was ingeruild voor de euro. Om de schade te bepalen heeft de stichting gerekend met een omrekenkoers van 1,95 gulden voor een euro. Dat en niet de koers van 2,20, zou de juiste koers zijn.

Schijnzekerheid

Daarmee creëert de stichting een schijnzekerheid. Er bestaat geen formule om de ‘juiste koers’ van een valuta te berekenen. Economen kunnen hooguit – grove – schattingen daarover maken. Als er al zoiets als de ‘juiste koers’ bestaat, dan is dat de marktkoers. Dat was exact de koers die gebruikt is bij de invoering van de euro in Nederland.

De stichting stelt de zaken ook wat dit betreft verkeerd voor. Zo vermeldt het rapport dat de omrekenkoersen vastgesteld zijn door de Raad van de Europese Unie, op voorstel van de Europese Commissie. Daarmee wordt gesuggereerd dat een selecte groep ambtenaren op eigen houtje vastgesteld zou hebben wat de ‘juiste’ omrekenkoersen zijn. De waarheid is echter dat de omrekenkoersen niets meer en niets minder zijn dan de marktkoersen op dat moment.

Conclusie

De opstellers van het rapport stellen de uitkomsten van een dubieus rekenmodel met zeer positieve aannames gelijk aan zekerheden en concluderen dat ‘er geen twijfel over mogelijk is over de vraag of het wisselverlies aangetoond kan worden’.

Laten we, als een extra ‘check’, even aannemen dat de stichting het bij het rechte eind heeft. Wat zou dat betekenen? Als de jaarlijkse schade als gevolg van de ‘verkeerde omrekenkoers’ van de gulden voor de euro 10,2 procent van het bbp bedraagt, dan zou de Nederlandse economie, als de invoering van de euro anders was verlopen, in het tweede kwartaal van dit jaar met 5,1 procent zijn gegroeid en niet gekrompen met datzelfde percentage zoals gemeld onlangs door het Centraal Bureau voor de Statistiek. (5,1 = de schatting van de krimp in het tweede kwartaal van 5,1 procent vermeerderd met de jaarlijkse schade van 102, procent van het bbp). En dat te midden van de ernstigste economische crisis sinds de Grote Depressie uit de jaren dertig van de vorige eeuw! Deze extra check geeft goed aan dat het gebruikte model aan alle kanten rammelt.

* Een volledige evaluatie van het rapport van Stichting Wisselverlies is te vinden op www.allesovereuro.nl/nieuws.php

Referentie:

Straathof, B., A. Lejour, G.J. Linders en J. Möhlmann , 2008, The Internal Market and the Dutch Economy Implications for trade and economic growth, CPB Document 168, Den Haag.

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik