Back

Artikel

Home

Pleidooi voor vlaktaks rammelt aan alle kanten

25 jan 2012
Onderwerpen: Openbare financiën
Het pleidooi van zes economen voor een zogenoemde sociale vlaktaks is inconsistent en bevat geen enkel argument dat de toets der wetenschap kan doorstaan. Dit stelt de Amsterdamse hoogleraar economie Bas van der Klaauw in een reactie.

Rammelend betoog

Bij het inleidend college aan eerstejaars economiestudenten wordt verteld dat de kracht en beperking van economie ligt in de formele modelmatige aanpak. Dit zorgt ervoor dat economen vaak de werkelijkheid vereenvoudigen, maar voorkomt dat redenaties niet intern consistent zijn. De onderzoekers Gradus cs. vergeten in hun recente bijdrage op MeJudice deze basisles economie bij hun pleidooi voor een invoering van een vlaktax.

In het artikel wordt in de tweede alinea geschreven dat een voordeel van de vlaktax is dat de overheid niet langer de keuzes in het gezin beïnvloedt via belastingtarieven. In de daaropvolgende alinea wordt de vraag of fiscale prikkels wel effectief zijn negatief beantwoord door te stellen dat het overgrote deel van de Nederlanders zich niet bewust is van fiscale prikkels. Deze twee uitspraken zijn in tegenspraak en duiden erop dat de onderzoekers geen duidelijk model hebben voor consumentengedrag.

Vlaktax onnodig

Een tweede voordeel dat wordt genoemd van het invoeren van de vlaktax is dat het belastingsysteem eenvoudiger wordt. In het door de onderzoekers voorgestelde belastingstelsel wordt het aantal belastingschijven reduceert van vier naar twee. Dat laatste door het invoeren van een topinkomenheffing. De noodzaak van een topinkomenheffing geeft eigenlijk al aan dat een vlaktax de overheid teveel beperkt in haar bewegingsvrijheid.

De echte vereenvoudiging van het belastingstelsel komt door het beperken van het aantal aftrekposten. Maar dit kan net zo goed zonder vlaktax. Dat een vlaktax leidt tot een gezondere financieringsstructuur van hypotheken omdat meer lenen dan nodig niet langer fiscaal wordt aangemoedigd zoals de onderzoekers claimen is klinkklare onzin zelfs onder beide veronderstellingen die de onderzoekers maken over hoe mensen reageren op fiscale prikkels. Als mensen niet reageren op fiscale prikkels, dan maakt het niet uit welk belastingstelsel er is. Als mensen wel reageren op fiscale prikkels, dan leidt ook binnen een vlaktax een aftrekpost tot meer gebruik en dus meer lenen dan nodig. Dit argument is dus niet consistent met beide eerdere elkaar tegensprekende veronderstellingen.

Dan nog de claim dat een vlaktax tot al gauw 100 duizend extra banen zal leiden. In een recente studie laten Bosch en Van der Klaauw (2012) zien dat voor het arbeidsaanbod van vrouwen de hoogte van marginale tarieven niet zo belangrijk is. Bij de keuze om wel of niet te werken speelt de heffingskorting een grote rol (zie ook Eissa en Lieberman, 1996; voor een soortgelijk resultaat met Amerikaanse data). Echt banen creëren doe je dus door de overdraagbaarheid van heffingskortingen volledig te beperken, maar dit kan net zo goed in een belastingsysteem met meerdere schijven.

Conclusie

Kortom, het artikel bevat geen enkel argument voor een vlaktax dat de toets der wetenschap kan doorstaan. De auteurs zullen dus met betere argumenten moeten komen om een kritische econoom te overtuigen van de voordelen van een vlaktax.

Referenties

Bosch, N. & B. van der Klaauw (2012), Analyzing female labor force participation - Evidence from a Dutch tax reform, Labour Economics, forthcoming

Eissa, N. and J.B. Liebman (1996), Labor supply responses to earned income tax credit, Quarterly Journal of Economics 111, 605-637.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik