Back

Artikel

Home

Pensioenrechten: Niet afstempelen!

28 feb 2009
Dossiers: Pensioen
Onderwerpen: Pensioen
Nu de pensioenfondsen in zwaar verkeren wordt een zeer zwaar middel van stal gehaald om orde op zaken te stellen: het verlagen van de pensioenrechten. Volgens Roel Beetsma is het te vroeg om naar dit middel te grijpen. Het leidt tot extra vraaguitval en het geeft een enorme deuk in het vertrouwen in collectief pensioensysteem waardoor op de lange termijn de onzekerheid alleen nog maar extra toeneemt. Herstel van de dekkingsgraden van pensioenfondsen kan beter plaatsvinden door af te zien van indexatie en de pensioenleeftijd op te hogen.

Het Nederlandse pensioensysteem bevindt zich in zwaar weer. Door de crisis op de financiële markten is de dekkingsgraag van een groot aantal pensioenfondsen (waaronder het ABP en PGGM) tot ver onder de vereiste 105% gedaald. Deze fondsen moeten daarom herstelplannen presenteren. Oorspronkelijk zouden ze daarvoor drie jaar de tijd hebben gekregen. Minister Donner is echter zo wijs geweest om deze periode naar vijf jaar te verlengen. Dat is verstandig omdat tijdens de vorige instorting in de periode rond 2003 de pensioenbuffers zo snel hersteld moest worden dat de premieverhogingen de besteedbare inkomens extra onder druk zetten en daarmee de recessie verlengden. Achteraf bleek dat deze draconische maatregelen niet eens nodig waren.

Huidige beurscrisis is erger dan 2003

De huidige situatie is natuurlijk ernstiger dan die van enkele jaren geleden. De daling van de dekkingsgraden is dramatischer en de voorspellingen voor de economische groei zijn veel somberder. Krimp is het perspectief en niet zozeer groei. De mogelijkheid van het reduceren van de nominale pensioenrechten, beter bekend als het “afstempelen”, wordt niet meer uitgesloten. Het wordt als laatste redmiddel gezien, als blijkt dat na twee jaar het bevriezen van pensioenuitkeringen, bijstortingen en premieverhogingen bij elkaar onvoldoende zijn om in vijf jaar tijd een dekkingsgraad van 105% te halen. Ik pleit tegen het afstempelen en beargumenteer dat de oplossing gevonden moet worden in het geleidelijk verhogen van de pensioenleeftijd en, indien nodig, het verlengen van de herstelperiode van vijf jaar. Zonodig zou er dus ook langer moeten worden afgezien van indexatie voor inflatie.

Vraaguitval

Als het gaat om de keuze tussen afzien van indexatie en afstempelen dan zijn de directe gevolgen voor de economie niet zo groot wanneer de getroffenen (en vooral de gepensioneerden onder hen) hun koopkrachtverlies uitsmeren over toekomstige jaren. De vraag is echter of ze dit verlies wel spreiden – het is wel bekend dat incidentele veranderingen in besteedbaar inkomen grote effecten kunnen hebben op de huidige bestedingen.(1) De huidige economische onzekerheid vergroot bovendien de kans op een extra vraaguitval door afstempelen, die bij de voorspelde economische teruggang heel ongelegen komt.

Verdelingseffecten horen bij politiek

De keuze tussen niet indexeren en afstempelen heeft ook verdelingseffecten tussen de generaties omdat de oudsten onder de bejaarden waarschijnlijk een deel van hun bijdrage aan het herstel ontlopen als er enkel niet geïndexeerd wordt. Keuzes over lastenverdeling tussen generaties zijn echter primair een zaak van de politiek.

Deuk in vertrouwen en solidariteit

Het belangrijkste bezwaar tegen afstempelen is dat het een onomkeerbare deuk in het vertrouwen in ons pensioenstelsel kan geven. Deze stap is immers nog niet eerder voorgekomen. En wel beschouwd zou deze stap ook onnodig kunnen zijn. Nominale pensioenrechten zijn strikt genomen niet eigendomsrechten, maar zo worden ze wel beschouwd. Het reduceren van deze rechten zal het vertrouwen in de overgebleven rechten fors beschadigen. Immers zodra een fonds (en zeker als het ABP dit zou doen) het afstempelen eenmaal heeft toegepast, dan is het taboe erop verdwenen en zal het afstempelen bij een volgende gelegenheid makkelijker worden toegepast. Met de daling in het vertrouwen wordt de solidariteit in ons pensioenstelsel ondergraven. Want als pensioenrechten zo onzeker worden, dan zullen nieuwe werknemers of mensen die van baan veranderen niet meer in een collectief fonds hun pensioenrechten willen opbouwen, maar dit liever zelf doen. De risicodeling tussen de generaties wordt daarmee ondermijnd.

Wees zuinig met afstempelen

Afstempelen is een optie die je maar één keer kunt uitoefenen. Zodra dit is gebeurd, kan het vertrouwen niet meer worden teruggewonnen. Het uitoefenen van de optie moet dus alleen onder zeer ernstige omstandigheden plaatsvinden. De gevolgen van het afstempelen worden versterkt doordat niet precies vastligt hoeveel er mag worden afgestempeld. Onzekerheid over waar de grens ligt van het afstempelen ondermijnt het vertrouwen verder. Dat geldt niet voor het afzien van indexatie. Daar is het koopkrachtverlies van jaar op jaar beperkt tot de hoogte van de inflatie.

Is het werkelijk nodig?

De vraag is tenslotte of afstempelen überhaupt nodig is. De verplichtingen van de pensioenfondsen kunnen worden verkleind door een geleidelijke verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd, waarbij de opbouw van de aanvullende pensioenrechten wordt vertraagd om uiteindelijk op dezelfde rechten uit te komen maar bij een hogere pensioengerechtigde leeftijd. Dit is iets wat op termijn onvermijdelijk is en het is verstandig dit pad zo snel mogelijk in te zetten. Het herstel van de buffers langs deze weg zal in het begin niet heel snel gaan, maar het effect is op lange termijn – de horizon die pensioenfondsen voor ogen hebben – wel heel groot, en onomkeerbaar. Voorts is er een grote kans dat afstempelen niet nodig is omdat de buffers zich vanzelf herstellen als de aandelenmarkten weer omhooggaan wanneer de onrust op die markten is afgenomen. Na de vorige neergang hebben de financiële markten, en daarmee de pensioenbuffers, zich razendsnel hersteld. Wellicht gaat het deze keer wat langzamer, maar geef de markten enkele jaren de tijd. Met de combinatie van de genoemde instrumenten is de kans groot dat de buffers zich zodanig herstellen dat niet gegrepen hoeft te worden naar het afstempelen. Mijn conclusie is dus: afstempelen? Niet doen!

Voetnoot:

(1) Zie bijvoorbeeld Smyth, Holmes en Easaw (2000). Zij schatten het onmiddellijke effect van een tijdelijke inkomensverandering op consumptie op 0,75.

Referentie:

Smyth, D.J., Holmes, J.M. en J.Z. Easaw, 2000, “Is Transitory Consumption Really Independent of Transitory Income?”, Atlantic Economic Journal 28, 492.

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik