Back

Artikel

Home

Overheid is geen superman die falen van de markt even oplost

25 mei 2012
Onderwerpen: Marktwerking
Afbeelding van vliegende superman (stripfiguur) op houten bord De kritiek van een viertal Amsterdamse economen op het WRR-rapport over marktwerking verraadt een te simplistische kijk op de samenleving. Hun mantra dat de overheid er voor is om het falen van de markt op te lossen, maakt van het begrip ‘markt’ een lege huls en van de overheid een superman die net zo makkelijk zelf maatschappelijke problemen oplost. In de praktijk kan de overheid niet anders dan samen met andere partijen publieke belangen signaleren, articuleren, afwegen en behartigen. Denk hierbij aan publieke belangen als privacy in het internettijdperk en het verduurzamen van productieketens. Dit stellen Erik Stam, Gerard de Vries, Huub Dijstelbloem en Bart Stellinga in een reactie.

Onzorgvuldig en vooringenomen

Baarsma et al. (2012) van SEO stellen in een recente bijdrage op dit forum dat de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in haar recente rapport ‘Publieke zaken in de marktsamenleving’ een blind vertrouwen uitspreekt in het maatschappelijk middenveld, en weg van de markt wil.

Hun commentaar berust op onzorgvuldig lezen en vooringenomenheid. Centraal in het WRR-rapport ‘Publieke zaken in de marktsamenleving’ staan vraagstukken van maatschappelijke ordening. De marktsamenleving wordt daarbij als gegeven aanvaard. Het advies is pro publieke belangen, niet anti markt. Het woord ‘middenveld’ komt in het hele rapport slechts een maal voor. In het WRR-rapport staan maatschappelijke ordeningsvraagstukken, dat wil zeggen vragen over de verhoudingen tussen markt, overheid en samenleving in relatie tot de behartiging van zaken van publiek belang, centraal.

Economics 101

Baarsma et al. (2012) leven in de overzichtelijke wereld van ‘Introduction to Economics 101’. De markt levert efficiënte allocatie van goederen en diensten en dus welvaart. En waar de markt faalt moet de overheid optreden. De vraag of de overheid daar ook daadwerkelijk de mogelijkheden toe heeft wordt door hen niet gesteld. Empirisch onderzoek dat ten behoeve van het WRR-rapport is uitgevoerd wijst echter op de beperkingen waarmee de overheid in een marktsamenleving te kampen heeft. Bij marktwerking wordt de overheid bij het uitvoeren van haar dubbele taak, het ordenen van de markt en het behartigen dan wel borgen van andere publieke belangen, geconfronteerd met onoverzichtelijkheid door het grote aantal actoren dat bij marktwerking betrokken is, met schaalproblemen en met de onzekerheden die marktwerking inherent met zich meebrengt (Schrijvers et al. 2010). De WRR concludeert daarom dat niet de vraag wat de overheid moet doen, maar de vraag wat de overheid nog kan doen voorop dient te staan. En passant houdt ditzelfde empirische onderzoek ook een ongemakkelijke boodschap in voor economische adviseurs: de waarde van ex ante beleidsanalysesis zeer beperkt. De SEO auteurs, grootleveranciers van zulke analyses, gaan voor het gemak aan die boodschap voorbij. Zij stellen dat marktwerking een zaak is van vallen en opstaan, maar vergeten dat zij waren ingehuurd om de weg te wijzen die ongelukken zou voorkomen.

De WRR stelt in ‘Publieke zaken in de marktsamenleving’ het geloof in respectievelijk de markt, de overheid of de samenleving als verlossers van alle kwaden ter discussie. Het rapport geeft een aanzet voor een nieuwe beleidsrichting waar maatschappelijke ordening centraal staat en waarin pragmatisch en realistisch wordt gekeken hoe overheden, marktpartijen en maatschappelijke partijen publieke belangen kunnen signaleren, articuleren, afwegen en behartigen. Voor het vaststellen van publieke belangen kan de theorie van marktfalen nuttig zijn, maar daarnaast zijn er diverse andere perspectieven op publieke belangen en argumenten te leveren waarom een zaak collectieve zorg behoeft – politieke zowel als wetenschappelijke. Om alle initiatieven van burgers op lokaal niveau onder de generieke term van ‘de markt’ te scharen, zoals Baarsma et al. (2012) doen, getuigt van marktimperialisme en een vernauwde blik op maatschappelijke ordening.

Het vaststellen van publieke belangen vereist een maatschappij die openstaat voor sociale dilemma’s die collectieve zorg verdienen. Deze publieke belangen kunnen door allerlei arrangementen gerealiseerd worden, marktwerking incluis. Markten zijn echter altijd ingebed in de samenleving (Granovetter 1985; North 1990) en vereisen vrijwel altijd flankerend beleid van de overheid om publieke belangen te behartigen.

Onoverzichtelijk

Door de toegenomen dynamiek van markten, de schaalproblemen en het onoverzichtelijke aantal partijen dat bij marktwerkingsbeleid betrokken is, wordt de overheid bij de voorbereiding en uitvoering van haar beleid voortdurend geconfronteerd met informatie-, normerings- en sturingsproblemen. Hierdoor zijn beleidsanalyses vooraf van zeer beperkte waarde, en loopt de overheid vaak achter de feiten aan. De overheid heeft vaak niet het vermogen om het gehele proces van het signaleren, articuleren, afwegen en behartigen van publieke belangen in eigen huis te houden. Wat zij echter wel tot haar kerntaak kan rekenen is er voor te waken dat dit proces plaatsvindt op een manier waarbij alle relevante actoren een stem krijgen, en het publieke belang uiteindelijk zo effectief, efficiënt en legitiem mogelijk wordt gerealiseerd. Dit betekent enerzijds dat de overheid misschien niet meer de vadertje staat is die het ooit kon zijn, maar anderzijds dat de overheid een taak toekomt die niet door andere partijen in markt en samenleving kan worden opgepakt. Het WRR rapport biedt daarmee handvatten voor een realistische rol van de overheid, en openheid voor de betrokkenheid van markt en samenleving in het proces van maatschappelijke ordening. In het rapport wordt uitgebreid ingegaan op institutionele voorzieningen die nodig zijn om het proces van maatschappelijk ordenen vorm te geven (zie bijvoorbeeld p.140-145), en worden concrete aandachtspunten voor beleid gegeven (zie bijvoorbeeld p.169-172).

Als de overheid bepaalde publieke belangen niet — of niet meer — zelf adequaat kan behartigen of borgen, rijst de vraag waar de verantwoordelijkheid daarvoor wel moet worden belegd. De kernvraag waar de marktsamenleving voor staat, is hoe concurrentie op de markt gecombineerd kan worden met de voor het behartigen van publieke belangen noodzakelijke samenwerking (zie ook Ostrom 1990; Bowles en Gintis 2011). Dat is een vraag die ver voorbij de horizon van Baarsma et al. ligt. Bijvoorbeeld privacy in het internettijdperk en verduurzaming van productieketens zijn publieke belangen die zich goeddeels aan de sturingsmogelijkheden van overheden onttrekken. Publieke belangen veranderen bovendien en in de loop van de tijd dienen zich nieuwe belangen aan. Gegeven de complexiteit van de huidige marktsamenleving kan de overheid op veel terreinen niet meer hiërarchisch de regie over de maatschappelijke ordening voeren. Daardoor verschuift haar verantwoordelijkheid. Zij moet stimuleren en faciliteren dat ook andere partijen publieke belangen kunnen signaleren en naar voren brengen, alsmede tegen elkaar afwegen en behartigen. Denk aan de rol van brancheorganisaties en publiekrechtelijke bedrijfsorganisaties, maatschappelijk verantwoord ondernemen, sectorstandaarden, keurmerken, en convenanten tussen bedrijfsleven, niet-gouvernementele organisaties en de overheid.

De voorwaarden waaronder dergelijke arrangementen effectief, efficiënt en legitiem publieke belangen dienen, zijn door de WRR geformuleerd op basis van het werk van Nobelprijswinnaar Elinor Ostrom (1990; 2010). Onderzoek naar de evolutie van instituties van collectieve actie beperkt zich niet tot de dorpspomp in Nepal, zoals Baarsma et al. (2012) met enig dedain voor Ostrom’s werk suggereren, maar is ook relevant gebleken in complexere situaties, zoals open source software (Benkler 2006), biobanken (Dedeurwaerdere 2010), en de klimaatproblematiek (Ostrom 2009).

Marktwerking is niet de enige begaanbare weg. De overheid kan in een marktsamenleving de regie ook niet meer alleen voeren. In plaats van te blijven verordonneren wat de overheid moet doen als de markt faalt, getuigt het van meer realisme te kijken wat een overheid nog kan doen. In de marktsamenleving vraagt behartiging van publieke belangen dat ook marktpartijen en de samenleving verantwoordelijkheden daarvoor dragen en op zich nemen.

Een kortere versie van dit artikel is tevens verschenen in Het Financieele Dagblad van 12 mei 2012.

Referenties

Baarsma, B., Buiren, K. van, Theeuwes, J. en Tieben, B. (2012) “WRR verliest zich in wensdromen”, www.mejudice.nl, 30 april 2012.

Benkler, Y. (2006) The Wealth of Networks. How social production transforms markets and freedom. New Haven: Yale University Press.

Bowles, S. en Gintis, H. (2011) A Cooperative Species. Human reciprocity and its evolution. Princeton: Princeton University Press.

Dedeurwaerdere, T. (2010) Self-governance and international regulation of the global microbial commons. Introduction to the special issue on the microbial commons, International Journal of the Commons, 4 (1): 390-403.

Granovetter, M. (1985) Economic action and social structure: The problem of embeddedness. American Journal of Sociology 91 (3): 481-510.

North, D.C. (1990) Institutions, institutional change and economic performance, Cambridge: Cambridge University Press.

Ostrom, E. (1990) Governing the commons: The evolution of institutions for collective action, Cambridge: Cambridge University Press.

Ostrom, E. (2009) A polycentric approach for coping with climate change, The World Bank Policy Research Working Paper Series 5095.

Ostrom, E. (2010) Beyond markets and states: Polycentric governance of complex Economic systems, American Economic Review, 100 (3): 641-672.

Schrijvers, E., E. Stam, B. Stellinga, en G. de Vries (red.) (2010), Thema nummer ‘Markten maken’. Beleid en Maatschappij 37 (3): 197-287.

WRR (2012) Publieke zaken in de marktsamenleving. Den Haag: Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik