Back

Artikel

Home

Ontwikkelingsbank FMO en de geest van een vernieuwd kapitalisme

26 sep 2016
Onderwerpen: Financiële markten, Ontwikkelingseconomie

In wiens handen is een duurzame wereld het beste geborgd? Talloze organisaties, zowel winstgedreven investment managers zoals Blackrock, als ontwikkelingsbanken zoals FMO, zetten zich in voor een betere wereld. De eerste partij overschaduwt in omvang de tweede partij. Maar volgens Harry Hummels blijven de kleinere organisaties en banken die intrinsiek gemotiveerd zijn om te werken aan een betere wereld nog altijd het beste berekend op die taak. Volgens hem kunnen zou het FMO model kunnen staan voor wat hij noemt het vernieuwd kapitalisme.

Calvinisme en kapitaal

In 1905 verscheen Max Webers Protestantse ethiek en de geest van het kapitalisme. Daarin beschrijft Weber hoe met name het Calvinisme de handel en de nijverheid bevorderde. Succes in de arbeid werd gezien als een teken van Gods uitverkiezing. De mens kon er niet op rekenen, maar door zich volledig in te richten op de arbeid en daarin succesvol te zijn, kreeg de arbeidende mens een indicatie over zijn of haar voorbestemming.

De aansporing die uitgaat van Gods genade vormt in onze geseculariseerde economie nog maar mondjesmaat de grondslag voor ons arbeidzame handelen. De prikkels zijn gewijzigd en hangen inmiddels vooral samen met financiële drijfveren, loopbaanperspectief of innerlijke motivatie. Toch lijkt er meer te zijn dat ons drijft in dit ondermaanse, zo bleek recentelijk tijdens een symposium van de Nederlandse Financierings-Maatschappij voor Ontwikkelingslanden (FMO). FMO is de Nederlandse ontwikkelingsbank die voor 51 procent wordt gecontroleerd door de staat. Het doel van FMO is het financieren van bedrijven en financiële instellingen in opkomende en zich ontwikkelende markten met het oog op het scheppen van duurzame economische groei en het verbeteren van de kwaliteit van het leven van de burgers in deze landen.

Bankieren voor een betere wereld

Het symposium ‘Bankieren voor een betere wereld’, dat werd georganiseerd ter gelegenheid van het afscheid van haar CEO, Nanno Kleiterp, stelde de noodzaak tot economische verandering centraal. Het “dubbelgrijs” – als er überhaupt nog sprake was van enig haar – van de overwegend mannelijke uitverkozenen besprak de voortgaande klimaatverandering en het bevorderen van duurzame economische groei in ontwikkelingslanden. Ons klimaat duldt namelijk geen uitstel en de groeiende wereldbevolking plaatst ons voor uitdagingen op het vlak van natuur, milieu, maatschappij, cultuur en bovenal onderlinge wedijver. Het is dan ook niet verrassend dat de focus lag op de implementatie van de VN duurzaamheidsdoelstellingen – beter bekend als de Sustainable Development Goals, kortweg SDGs. De doelen richten zich onder meer op het tegengaan van klimaatverandering, het bestrijden van honger, de toegang tot water, gezondheidszorg, educatie, een adequate infrastructuur, of het bevorderen van gelijke rechten.

Gezamenlijke doeleinden, verschillende geesten

De financiële wereld heeft momenteel veel aandacht voor de SDGs en voor het bevorderen van duurzaamheid door haar investeringen. Een indicatie voor de belangstelling voor duurzaamheid van vermogensbeheerders en de eigenaren van dat vermogen, vormt de groei van het aantal ondertekenaars van de Principles for Responsible Investing (PRI). De organisatie kent momenteel meer dan 1500 leden die gezamenlijk meer dan 60.000 miljard dollar controleren. Zo wijst een van de leden, Blackrock CEO Laurence Fink, met bijna 5.000 miljard dollar vermogen onder beheer, inmiddels op de noodzaak te investeren in een koolstofarme economie. De brede steun voor het Parijse klimaatakkoord wijst in dezelfde richting.

Misschien is het inderdaad nog niet te laat en redden we het vege lijf van de manifeste dreiging die uitgaat van de sterke bevolkingsgroei of de verandering van het klimaat. We lijken een vlucht lemmingen die op het laatste moment – wonder boven wonder – van koers verandert. Toch is het de vraag of we daarbij moeten varen op het kompas van Blackrock, een exponent van het aandeelhouderskapitalisme. Doen we er niet verstandiger aan te luisteren naar het tegengeluid van FMO? Met haar relatief geringe vermogen onder beheer van bijna 9 miljard Euro legt de bank weinig gewicht in de wereldweegschaal van maatschappelijke welvaart. Desondanks heeft de ontwikkelingsbank invloed door scherp oog te hebben voor de belangen van een breed scala van stakeholders. Willen we de problemen van het kapitalisme structureel aanpakken, dan zet ik mijn geld liever in voor de ontwikkelingen die FMO financiert. Het investeren in financiële instellingen, landbouw, energie en de ontwikkeling van het midden- en kleinbedrijf in opkomende economieën is geen geitenwollen sokken gedoe. Het levert naast maatschappelijk rendement ook een goed financieel rendement op.

Toch waart er een heel andere geest door FMO dan door Blackrock als het gaat om het aanpakken van de duurzaamheidsdoeleinden – een geest van een vernieuwd kapitalisme. Die geest kenmerkt zich door een luisterende houding, een open communicatie, vertrouwen in medewerkers en partners en een integrale aanpak van ontwikkelingsfinanciering. Dat is een verademing in de financiële sector. Het is deze geest die Nanno Kleiterp in de afgelopen acht jaar heeft geïntroduceerd, met een focus op daden en concrete bijdragen aan de duurzaamheidsdoelen. Misschien nog belangrijker is de wijze waarop de doelen worden bereikt – met een persoonlijke, menselijke touch. De achterblijvende organisatie is daarmee uitstekend gepositioneerd voor de toekomst. In de hele wereld treft men maar een beperkt aantal financiële instellingen aan die net als FMO op integrale wijze uitvoering geven aan de duurzaamheids- en ontwikkelingsdoelstellingen. Daarbij is de kans dat zij wedijveren om als beste uit de bus te komen gering. Waarschijnlijker is dat ze in de geest van een vernieuwd kapitalisme elkaar eerder opzoeken om de gezamenlijke uitdagingen aan te pakken.

De geseculariseerde geest van het kapitalisme

Geheel in de lijn met Webers observaties over de drijfveren van het kapitalisme blijkt de geest ervan ook in de wereld van FMO nog springlevend. Wel springen tenminste twee verschillen in het oog. Allereerst is de protestantse ethiek vervangen door humanistische of ecologische drijfveren. Die worden gekenmerkt door een houding van respect: voor de mens, de natuur en de onderlinge interactie om de vraagstukken van onze tijd gezamenlijk op te lossen. Daarnaast komt het oordeel over het succes van de inspanningen niet langer van God, maar simpelweg van onze kinderen en kleinkinderen. Zij zullen onze generatie de maat nemen over de wijze waarop wij zijn omgegaan met hun toekomst en de daarbij in het geding zijnde belangen. Net zoals de Calvinisten niet op voorhand konden rekenen op Gods genade, zo kan onze generatie niet verzekerd zijn van een positief oordeel over ons doen en laten door de toekomstige generaties.

Net als FMO kunnen we er echter wel op anticiperen. In het jargon heet het dan dat FMO een bank is die gericht is op de stakeholders en niet primair op de aandeelhouders. Met verenigde middelen en een heldere focus richt zij zich op het terugdringen van de koolstofuitstoot en het versterken van de lokale of regionale economie in ontwikkelingslanden – zowel binnen de landsgrenzen als daarbuiten. Kom daar bij Blackrock eens om. Naast, onder meer, Triodos, Oikocredit, Triple Jump en ACTIAM Impact Investing heeft FMO dan ook een belangrijke katalyserende werking in het realiseren van ontwikkeling – en daarbij een bijdrage te leveren aan de vooraanstaande positie die Nederland in dit veld inneemt.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik