Back

Artikel

Home

Niets doen is geen optie

25 feb 2009
Dossiers: Woningmarkt
Onderwerpen: Macro-economische politiek, Openbare financiën
Politiek bekvechten over ‘stimuleren’ of ‘saneren’ is vruchteloos. De uitdaging is beide te combineren zonder dat ze elkaar ondermijnen. De economen Bovenberg, Van Wijnbergen, Jacobs, Boot en Buiter stellen een pakket aan maatregelen voor. Volgens dit vijftal is de enige geloofwaardige weg uit de malaise: stimuleren nu en saneren op termijn.

Ook het Centraal Planbureau is nu om: de economische groei voor 2009 wordt op -3,5 procent ingeschat – een naoorlogs unicum. Voor 2010 voorziet het CPB een krimp van 0,25 procent. Dit is nog optimistisch, want de meeste financiële crises duren veel langer dan een jaar. Tegelijkertijd stijgt de werkloosheid explosief naar zo’n 9 procent van de beroepsbevolking in 2010 en zal daarna misschien verder oplopen. De overheidsfinanciën slaan uit het lood met begrotingstekorten van 3 procent in 2009 en 5,5 procent in 2010.

De eerste politieke reacties zijn voorspelbaar en economisch ronduit onverstandig. De SP en de vakbonden willen voluit de stimuleringsmachine aanzetten – alsof tekorten er helemaal niet toe doen. GroenLinks wil Nederland volzetten met windmolens, hoewel met de Nederlandse procedures daar pas na de recessie aan kan worden begonnen. De VVD wil alleen zwaar bezuinigen, maar kijkt de andere kant op als gevraagd wordt hoe en waar. De werkgevers zijn voor alles in, mits er steun komt voor grote bedrijven. Het kabinet wacht een ambtelijk rapport af en beperkt zich in de tussentijd tot partijpolitieke schermutselingen.

Onze boodschap is dat het bekvechten over stimuleren versus saneren vruchteloos is. Een krimp van 3,5 procent betekent dat stimuleren moet. Maar een tekort van 5,5 procent betekent ook dat aan saneren niet ontsnapt kan worden. De uitdaging is hoe beide elementen te combineren zonder dat ze elkaar onderuithalen.

De VVD is de historische lessen van de depressie in de jaren dertig vergeten. Overheden probeerden toen door grootscheepse bezuinigingen hun begrotingen in evenwicht te houden. Ze lieten na het financiële systeem overeind te houden, daarmee de economie in de afgrond stortend. Nu eisen dat het financieringstekort niet boven de 2 procent mag uitkomen, getuigt van een fataal gebrek aan historisch inzicht. Door de economie verder te ruïneren zullen de overheidsfinanciën nog verder ontsporen. Daarmee bijt de VVD in haar eigen staart.

Tegelijkertijd is het rauwe keynesianisme van de jaren zeventig zoals de SP nu voorstaat, ook geen remedie. Landen zijn decennia bezig geweest de puinhopen van dit beleid op te ruimen. De overheid heeft zich nu volgeladen met financiële risico’s om banken te redden en het vertrouwen in het betalingsverkeer te herstellen. De grotere financiële risico’s en de stijgende staatsschuld doen de risicopremies op Nederlands overheidspapier nu al stijgen. Het uitschrijven van blanco cheques, zonder aan te geven wie uiteindelijk de rekening gaat betalen, holt het fragiele vertrouwen in de economie verder uit. Stimuleringsmaatregelen werken niet als huishoudens; bedrijven verwachten dat ze, als gevolg van uit de hand lopende overheidsfinanciën, zwaar getroffen gaan worden door latere bezuinigingen of lastenverzwaringen. Zo bijt ook de SP in eigen staart.

Het kleine begrotingsoverschot van 0,9 procent van het bbp in 2008 slaat bij staand beleid om in een tekort van 5,4 procent van het bbp in 2010. Dat is een stimulans van maar liefst 6,3 procent bbp in twee jaar tijd, oftewel zo’n 38 miljard euro, zonder enige beleidsmaatregel. Automatische stabilisatoren, in economenjargon. Om een economische instorting te voorkomen is het noodzakelijk om deze automatische stabilisatoren zo veel mogelijk te laten werken, misschien met tijdelijke, trefzekere additionele stimulansen, waarover straks meer.

Maar de enige manier om het economisch vertrouwen te herstellen is de overheidsfinanciën op langere termijn in het gareel te houden. Wil dit laatste geloofwaardig zijn, dan vereist dat onomkeerbare stappen.

Maatregelen, zoals het versnellen van geplande investeringsprojecten op gemeentelijk en provinciaal niveau en het stimuleren van woningbouw door corporaties, kunnen snel uitgevoerd worden. Ze lekken minimaal weg naar het buitenland en zijn dus een goed idee. Maar dat grootscheepse programma’s de recessie kunnen afwenden, is een illusie. Zelfs Obama gaat dat niet lukken, omdat de automatische stabilisatoren in de VS zwakker zijn dan in Nederland door hun kleine federale overheid en minimale sociale zekerheid.

De Nederlandse overheid moet maatregelen nemen die de overheidsfinanciën op lange termijn versterken, zonder dat de economie op korte termijn een optater krijgt. Te denken valt aan het verhogen van de AOW-leeftijd, minder pensioenopbouw per jaar toestaan voor aanvullende pensioenen, het verder fiscaliseren van de AOW-premies (‘Bosbelasting’) en het geleidelijk afbreken van de aanrechtsubsidie.

En dan is er het probleem van de hypotheekrenteaftrek, een van de grootste verstoringen in het Nederlandse belastingsysteem. Een deel van de onzekerheid die nu boven de woningmarkt hangt, komt voort uit de politieke onenigheid over de toekomst van de fiscale behandeling van het eigen huis.

De grote politieke partijen moeten een geloofwaardige manier vinden om zich te binden aan een langdurig overgangsregime voor een beter functionerende huur- en koopmarkt en de fiscale aspecten daarvan. Maar zulke verreikende hervormingen kunnen niet in een paar weken worden uitonderhandeld. Bovendien kan wegens de moeilijke positie van de banken de hypotheekrenteaftrek alleen aangepakt worden op een manier die initiële effecten op huizenprijzen minimaliseert. Dit om drastische waardedalingen van hypotheekportefeuilles te voorkomen.

Cruciaal is dat nieuwe hypotheken niet achtergesteld mogen worden. De reden is dat het juist de afsluiters van nieuwe hypotheken zijn die huizen kopen. Dus hoe zij fiscaal behandeld worden, bepaalt het prijseffect. Als afsluiters van nieuwe hypotheken kunnen meedelen in een dertigjarig overgangsregime in plaats van dat te beperken tot bestaande hypotheken, zal de prijsschok beperkt blijven en worden banken nu minder getroffen door waardedalingen van het onderpand van door hen verstrekte hypotheken.

Het is van groot belang dat deze maatregelen geloofwaardig zijn en niet kunnen worden teruggedraaid. Alleen als de politiek bereid is om op dit moment de politieke pijn van toekomstige versoberingen te nemen, hoeft het kabinet nu minder te bezuinigen.

De klap voor de economie en de arbeidsmarkt zal minder groot zijn als ook vakbonden en werkgevers hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Het grootste deel van onze productie is bestemd voor de export, zodat ons concurrentievermogen essentieel is voor een vroegtijdig herstel. De bonden moeten daarom de lonen matigen, ook als hiervoor bestaande cao’s opengebroken moeten worden. De overheid dient hier het goede voorbeeld te geven door ambtenarensalarissen en uitkeringen te bevriezen.

Werkgevers moeten stoppen met bedelen om staatssteun. Steun stelt noodzakelijke aanpassingen alleen maar uit en schaadt de overheidsfinanciën. En protectionisme, in welke vorm ook, is schadelijk voor een handelsnatie als Nederland.

Ruziënde politici bewijzen het land op dit moment de slechtst denkbare dienst. Het is niet de eerste keer dat het recept van links (stimuleren zonder te saneren) en rechts (saneren zonder te stimuleren) op hetzelfde neerkomen: een geruïneerde economie en een geruïneerde schatkist. Nietsdoen is ook geen optie. De enige geloofwaardige weg uit de malaise is stimuleren nu, en saneren op termijn. Maar geloofwaardigheid van dit laatste vereist onomkeerbare stappen nu.

* Deze bijdrage verscheen in NRC Handelsblad van 24 februari 2009.: Flickr

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik