Back

Artikel

Home

Nederland: puissant rijk, maar gierig als een oude vrek

29 mrt 2012
Dossiers: Pensioen
Onderwerpen: Openbare financiën, Pensioen
Grafsteen met de tekst "Ebenezer Scrooge" De Nederlandse overheidsfinanciën staan er veel beter voor dan een directe vergelijking van de staatsschuld met andere Noord-Europese landen laat zien. Het grote verschil zit in de enorme opgebouwde pensioentegoeden.Toch committeert Nederland zich aan de Europese norm dat de staatsschuld niet meer dan 60 procent van het nationaal inkomen mag bedragen. Dat is niet zinnig, stelt Aart de Vos.

Pensioenvermogens

Als wij in Nederland onze staatsschuld zouden berekenen zoals dat in bijvoorbeeld Duitsland gebeurt, dan bestond die niet. Als er één land is dat de financiële ruimte heeft om de tekorten te laten oplopen dan is dat ons land.

Het grote verschil zit in onze pensioenvermogens. Die bedragen ongeveer 900 mrd euro, 140% van ons nationaal inkomen. In Duitsland is dat hooguit 20%, in Frankrijk nog minder. Die buurlanden hanteren voor hun pensioenen vooral een omslagstelsel (uitkeringen direct uit premies financieren). Dat heeft enorme gevolgen voor de omvang van de staatsschuld. Om goed vergelijkbare cijfers te krijgen moet je grofweg de helft van de pensioenvermogens aftrekken van de staatsschuld.

Opheffen pensioenfonds ABP

Dat is niet zomaar een theorie. Er zijn twee denkbare maatregelen waardoor wij vergelijkbaar zouden worden met de rest van Europa en de staatsschuld daadwerkelijk zou worden afgelost. De eerste maatregel is het opheffen van het ABP (Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds). Duitsland heeft geen fonds voor overheidsambtenaren. Met de opbrengst lossen wij staatsschuld af. Onze staatsschuld bedraagt 400 mrd; het ABP is goed voor 250 mrd. Er resteert 150 mrd.

De tweede maatregel betreft toekomstige belastingontvangsten die besloten liggen in de overige pensioenvermogens (exclusief ABP). Dat is een bedrag van ongeveer 215 mrd; een derde van 650 mrd. Dat kun je in rekening brengen bij de pensioenfondsen, in ruil voor toekomstige belastingvrijstelling van pensioenen. Zo maken we een eind aan de situatie die toestaat dat er gemiddeld pas 25 jaar nadat het inkomen is verdiend, belasting wordt betaald. Bij een omslagstelsel als in Duitsland gebeurt dat niet.

Voor de toekomst maakt dat niets uit. De belastingaftrek over betaalde premies wordt direct (voor een deel) gecompenseerd door de belasting over de uitgekeerde pensioenen. Als de premies ongeveer gelijk zijn aan de uitkeringen (zoals hier het geval) is het netto resultaat voor iedereen gelijk: premiebetalers hebben minder aftrek, over de uitkeringen wordt geen belasting betaald. De 215 mrd is een eenmalige afrekening met het stelsel uit het verleden, te gebruiken voor aflossing op de staatsschuld. Er resteert een staatsvermogen van 65 mrd. Terwijl er nog 435 mrd over is voor de overige netto (niet overheids-)pensioenen.

Iedere econoom en menig politicus weet dat onze pensioenvermogens een belangrijke component zijn van de rijkdom van Nederland. Maar er rust een wonderlijk taboe op het trekken van consequenties.

Keurslijf

Waarom accepteren we het Europese keurslijf dat de staatsschuld niet meer mag bedragen dan 60% van het nationaal inkomen terwijl zelfs in Wikipedia staat dat je voor zoiets als het ABP moet corrigeren? Dat moet voortkomen uit angst. Angst voor herhaling van het WAO drama uit de jaren tachtig, toen we de zieke man van Europa waren. Angst dat we domme dingen doen als we zeggen dat er geld is. De angst is zo diep geworteld dat we al ruim dertig jaar bezuinigen, zo lang dat niemand zich kan voorstellen dat het niet meer nodig is. We kweken maar overschotten met tekorten elders in Europa als logisch gevolg, verwaarlozen belangrijke overheidstaken als onderwijs en knijpen op ambtenarensalarissen en -pensioenen. We zijn de oude vrek van Europa, die zijn geld oppot en zijn kinderen niet naar school stuurt omdat dat te duur is.

Nederland is allang niet meer de zieke man van Europa. We zagen de afgelopen decennia een spectaculaire toename in de arbeidsparticipatie van vrouwen en ouderen. Precies wat nodig is om de vergrijzing op te vangen. En die sparen allemaal via pensioenpremies. Zo veel dat onze pensioenvermogens tot minstens 2060 zullen blijven groeien.

Investeer in onderwijs en infrastructuur

Het kapitaaldekking stelsel was achteraf dus niet nodig om de vergrijzingsgolf op te vangen.Blijft het nut om het sparen te bevorderen. Maar dan moeten die besparingen wel geïnvesteerd worden. Liefst in zaken die op lange termijn rendement hebben in de vorm van inkomen van toekomstige premiebetalers. Zoals in onderwijs en infrastructuur; Investeringen die wij via de overheid plegen te doen. Daar mag staatsschuld tegenover staan. Door ons pensioenstelsel verwaarlozen wij dit aspect. In plaats daarvan beleggen wij ons geld speculatief in het buitenland.

De Europese regels zijn gebaseerd op boekhoudkundige normen. Die kunnen we bestrijden, maar we kunnen ook iets doen. Het (geleidelijk) afschaffen van het ABP zou een mooie start zijn. Met een uiteindelijke opbrengst van €250 mrd. Naast het meer dan halveren van de staatsschuld heeft opheffen ook goede bijwerkingen. De verzelfstandiging van het ABP in 1996 leek een goed idee zolang de aandelenkoersen stegen, maar inmiddels is duidelijk dat de garanties voor de gepensioneerden er alleen maar minder door zijn geworden. Een gegarandeerd staatspensioen biedt, ook al zijn garanties nooit 100%, meer zekerheid dan een speculatief fonds.

Dit artikel is tevens verschenen op 23 maart jl. in het Financieele Dagblad.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik