Back

Artikel

Home

Nederland heeft EU-patent hard nodig

23 nov 2010
Onderwerpen: Internationale handel
Tekening van lego poppetjes Invoering van het EU-patent is goed voor het innovatieklimaat in Nederland en de EU. Het huidige Europese octrooisysteem is ingewikkeld en kostbaar. In kleinere EU landen zoals Nederland zijn hierdoor minder Europese Patenten geldig en dit belemmert de economische groei.

De Europese Raad neemt in december een beslissing over de invoering van het EU-patent. Dit is voorlopig de laatste kans om uit de meer dan 10 jaar durende impasse rond de harmonisering van het octrooirecht te komen. Nederland is een groot voorstander van het EU-patent omdat de kosten van patenteren in Europa nu onacceptabel hoog zijn, maar voor landen als Spanje en Italië is het taalregime nog een struikelblok. De hoge kosten zetten Europese ondernemingen op achterstand ten opzichte van concurrenten in de Verenigde Staten en Japan. Het huidige systeem leidt ook tot verschillen tussen binnen Europa. Uit nieuwe gegevens van het Centraal Planbureau blijkt dat steeds meer Europese Patenten niet geldig gemaakt worden in Nederland en andere kleinere lidstaten. Nederland zal invoering van het EU-patent hard nodig hebben om zijn voorsprong als innovatieland te kunnen herwinnen.

EU-patent

Sinds 1978 kunnen er Europese Patenten worden aangevraagd bij het Europees Octrooibureau (EOB). Houders van een Europees Patent kunnen aangeven in welke Europese landen het patent geldig moet worden. Per land moet de patenthouder dan voldoen aan vertaalvoorschriften en moet een tarief betaald worden voor validatie en daarna voor verlenging van het patent. De rechten die aan een Europees Patent ontleend kunnen worden verschillen per lidstaat. Momenteel is het Europees Patent dus eigenlijk een mandje met nationale patenten. Het nieuwe EU-patent moet dit mandje met nationale patenten gaan vervangen door één patent dat geldig is in alle EU lidstaten en overal dezelfde rechten geeft.

In de praktijk blijkt dat de meeste patenthouders hun Europese Patenten niet in alle lidstaten valideren. Vooral in kleinere landen valideren patenthouders hun patenten niet. Zo is slechts 24% van alle Europese Patenten die in 2008 door het EOB werden toegekend in Nederland rechtsgeldig. Vergelijk dit eens met het auteursrecht: sinds Nederland in 1912 toetrad tot de Conventie van Bern worden in Nederland automatisch intellectuele eigendomsrechten toegekend aan ieder boek, iedere film, en alle opgenomen muziek - waar ook ter wereld geproduceerd. Een Peruaans boek is daardoor kosteloos beschermd in Nederland tot 70 jaar na overlijden van de auteur, terwijl een Belgische uitvinding waarop een Europees Patent is verleend pas in Nederland beschermd is na betaling van een validatietarief waarna de bescherming vervolgens, tegen betaling, gedurende maximaal 20 jaar kan worden verlengd.

De invoering van het EU-patent maakt het beschermen van intellectueel eigendom veel goedkoper. Minstens zo belangrijk is dat het de juridische status van patenten over de gehele EU gelijktrekt en hiermee de verhandelbaarheid binnen de EU vergroot. Het EU-patent zal zo de prikkels voor innovatie vergroten en tot een efficiëntere allocatie van kennis in de Interne Markt leiden.

Sterke afname validatie

Steeds meer Europese Patenten worden niet meer beschermd in de kleinere lidstaten van de EU. Werd in 1980 nog 71% van de Europese Patenten in Nederland gevalideerd, in 2008 was dit percentage geslonken tot 24%. Figuur 1 laat zien welk percentage van de Europese Patenten in verschillende lidstaten gevalideerd werd. Deze grafiek is gemaakt met de nieuwe patentendatabase die het Centraal Planbureau heeft gemaakt op basis van administratieve gegevens van het EOB. Patenthouders kiezen er dus steeds vaker voor om hun patenten niet in Nederland te gebruiken. De neergaande trend is ook zichtbaar bij andere EU-lidstaten, maar is nergens zo spectaculair als in Nederland. Alleen bij de grote EU-lidstaten zoals Duitsland en Italië blijft het aandeel nagenoeg stabiel over de tijd.

Figuur 1: Terugval aandeel gevalideerde Europese Patenten in kleinere landen

Figuur 1: Terugval aandeel gevalideerde Europese Patenten in kleinere landen
Noot: DE is Duitsland, IT is Italië, ES is Spanje, NL is Nederland, BE is België en SE is Zweden. De eerste Europese Patenten werden pas in 1980 verleend omdat de toetsing minimaal twee jaar duurde; Bron: CPB Patentdatabase.

Innovatieklimaat

Europese Patenten zijn belangrijk voor Nederland. Ook al is maar een kwart van de Europese Patenten in Nederland beschermd, toch vertegenwoordigt deze groep patenten maar liefst 88% van de patenten die in 2008 in Nederland actief waren. Voor de Europese patenten geldt dat zij een grondige toetsing hebben ondergaan. Dit in tegenstelling tot de patenten die via de Nederlandse aanvraagprocedure zijn toegekend. Sinds 1995 kunnen Nederlandse nationale patenten zonder toetsing geregistreerd worden. De economische waarde van Europese Patenten in Nederland is dus vele malen groter dan die van de nationale patenten.

Het feit dat maar een kwart van de Europese Patenten in Nederland geldig is, hoeft geen groot probleem te zijn. Ondernemingen kiezen er immers zelf voor of ze bereid zijn om de extra kosten te maken voor validatie in Nederland. Voor een deel van de patenten geldt ongetwijfeld dat bescherming in Nederland weinig waarde heeft, bijvoorbeeld omdat de Nederlandse markt klein is, of omdat Nederland überhaupt een minder aantrekkelijke locatie is voor sommige productieactiviteiten. Tegelijkertijd wordt de zakelijke dienstverlening, een sector met weinig patenten, steeds belangrijker in Nederland.

Naar onze mening is het lage (en dalende) validatieaandeel in Nederland toch zorgwekkend. Een afnemende validatie van patenten in Europa belemmert de innovatie in de EU en dus de economische groei in alle lidstaten, inclusief Nederland. Het EU-patent zal de waarde en verhandelbaarheid van Europese Patenten verbeteren, wat meer prikkels zal geven voor innovatie, zowel voor Europese ondernemingen als voor Amerikaanse en Japanse multinationals.

Daarbij komt dat een patenthouder maar op één moment voor validatie kiezen. Als op dat moment de investering voor validatie niet in alle landen niet lonend lijkt, kan het patent in te weinig landen gevalideerd worden. Vooral het buitenlandse midden- en kleinbedrijf zal daardoor minder snel Nederland actief worden. Invoering van het EU-patent zal daarmee vooral kleinere lidstaten zoals ons land aantrekkelijker maken voor middelgrote buitenlandse investeerders. Dit zal de positie van deze landen binnen de Interne Markt verstevigen.

Een laatste zorgpunt heeft te maken met de beperking van concurrentie. Mogelijk valideren buitenlandse ondernemingen sommige patenten niet in landen waar hun concurrenten actief zijn om te voorkomen dat zij oppositie bij het EOB aantekenen. De patenthouder heeft er een groot belang bij om de kans op oppositie te minimaliseren. Als het EOB besluit het patent ongeldig te verklaren, dan geldt dit meteen voor alle landen, wat een flinke tegenvaller zou zijn voor de patenthouder. De mogelijkheid van selectieve validatie beperkt op deze manier de concurrentie vanuit het buitenland. Het EU-patent zal het geografisch opdelen van de markt moeilijker maken omdat patenten in heel Europa geldig zullen zijn. Dit zal de concurrentie tussen innovatieve bedrijven aanwakkeren.

Het EU-patent verlaagt niet alleen de kosten van patenteren in Europa, maar neemt ook verschillen weg in de bescherming van intellectueel eigendom in de EU lidstaten. Dit vergroot de directe prikkels voor innovatie, de verhandelbaarheid van Europese patenten en de concurrentie binnen de Interne Markt. De terugval in het aandeel gevalideerde patenten in kleinere EU-landen is een zorgwekkende ontwikkeling die in Nederland het sterkst zichtbaar is. Invoering van het EU-patent, met of zonder Spanje en Italië, is een belangrijke stap om ons innovatieklimaat te verbeteren - en één die de overheid geen cent extra kost.

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik