Back

Artikel

Home

Minister De Jager moet afdekking kredietrisico overwegen

11 mei 2010
Onderwerpen: Financiële markten
De foutieve financieringsstructuur van consumenten en ondernemingen, waaronder banken, die de kredietcrisis inluidde, werd in 2008 tijdelijk gecorrigeerd door de overheden. De reddingsoperaties waren vooral gericht op handhaving van het financiële stelsel. Deze operaties creëerden op hun beurt een financieringsstructuur die werd gekenmerkt door steeds meer leningen uit te geven. Daarmee begingen zij - zij het noodgedwongen - dezelfde fout als de reeds genoemde actoren in de economie: het opbouwen van een veel te hoge schuldpositie. Een bestaand probleem werd hiermee slechts verlegd naar een hoger plan, dus niet opgelost.

Riskante posities overheden

De economisch zwakkere landen lopen met dit gedrag tegen de grens aan van hun nationale solvabiliteit: zij zijn in de ogen van de financiële markten niet meer kredietwaardig. De te betalen renten op nieuwe staatsleningen zijn voor deze landen torenhoog. De sterkere landen moeten - vinden velen - deze zwakkere landen te hulp schieten. Griekenland krijgt als financieel zwak land van Nederland als financieel sterk land leningen ter grootte van ruim 4 miljard euro. Op 9 mei jongstleden werden daaraan tot hoge bedragen garanties toegevoegd. Het gaat om riskante leningen en garanties die, zeer tegen de oorspronkelijke plannen van de Nederlandse overheid in, feitelijk is afgedwongen door de risico’s die Nederlandse financiële instellingen anders zouden lopen op hun miljarden beleggingen in Grieks papier. De rente op de onderhandse lening van Nederland aan Griekenland is 5% per jaar. Nederland leent zelf tegen ongeveer 3% per jaar voor meerjarig papier op de markt.

Kan het anders?

De vraag die wij aan de orde willen stellen is waarom een terecht risicoafkerige overheid het kredietrisico niet zou moeten verkopen aan derden bijvoorbeeld op de markt voor credit default swaps (CDSs). Op deze markt wordt kredietwaardigheid van leningen verhandeld tussen partijen die daar op enigerlei wijze belang bij hebben. Dit vindt plaats in de vorm van een verzekering van het bedrag van een lening tegen betaling van een verzekeringspremie. Dagelijks komen noteringen van deze premies tot stand die de kijk op de kredietwaardigheid weerspiegelen. Als de Nederlandse Staat, i.c. minister De Jager een dergelijke verzekering zou willen afsluiten kan zij het voordelige renteverschil van ruwweg 2% inzetten ter betaling van (een deel van) de premie op de CDSs. De Nederlandse belastingbetaler blijft - afgezien van het tegenpartijrisico van een dergelijke transactie - buiten schot als Griekenland toch in gebreke blijft met het betalen van rente en aflossing. Gezien de vergelijkbaar zwakke betaalkracht van landen als Portugal en Spanje kan ook op de verplichtingen van die landen een verzekering worden gekocht, eventueel proactief. Door leningen te verstrekken tegen ‘slechts’ 5% geven overheden in feite een subsidie aan Griekenland dat eerder 10% zou moeten betalen zoals recentelijk werd genoteerd op de obligatiemarkten. Dat beleggers Nederland daartoe in staat stellen door deze riskante uitzettingen te financieren tegen een rentevergoeding van ongeveer ‘slechts’ 3% kan niet lang duren. Op termijn zal hierdoor ook de rente op Nederlandse leningen gaan stijgen: het risico komt immers bij de Nederlandse staat terecht door de belegging in Griekse staatsobligaties die het karakter hebben gekregen van ‘junk’ bonds. Dit scenario vormt voldoende reden om een verzekering te kopen tegen een faillissement van Griekenland en andere landen.

Inmiddels blijkt dit idee - over en weer geheel onafhankelijk tot stand gekomen - ook voorgesteld door Casper de Vries, de Rotterdamse hoogleraar Monetaire Economie. Een interessant verschil is dat de verzekering in zijn voorstel zou moeten worden aangeboden door de Europese Centrale Bank die CDSs zou moeten verkopen aan protectiezoekende partijen (vergelijk Duffhues 2010). Vooralsnog zou de ECB deze taak ons inziens niet op zich moeten nemen, omdat ook die instelling dan het risico loopt niet meer voor vol te worden aangezien. Een oplossing via de markt heeft daarom de voorkeur.

Staat: doe aan risicomanagement

De Griekse crisis maakt duidelijk dat de Nederlandse overheid haar risicomanagement concreet invulling moet gaan geven. Zichtbaar wordt dan bijvoorbeeld welke prijs (de verzekeringspremie) door Nederland zou moeten worden betaald om de Euro en Griekenland te redden voor verder afglijden. Door verzekering af te sluiten wordt voorkomen dat onnodig grote schade kan ontstaan voor de Nederlandse overheid en dus voor de gehele Nederlandse samenleving. Nogmaals: de belastingbetalers zullen dit risicobeleid positief waarderen doordat zij niet hoeven bij te dragen aan verliezen die elders zijn verzekerd.

Referenties:

Piet Duffhues, 2010, “Handel in kredietswaps op Griekse staatsleningen voorziet in behoefte”, Me Judice, jaargang 3, 9 maart 2010.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik