Back

Artikel

Home

Milieubeleid vergt sterke rol overheid - crisis of niet

28 nov 2011
Onderwerpen: Milieu
Het Nederlandse milieu staat er niet best voor en het beleid van het kabinet Rutte pakt deze uitdaging niet op, integendeel. Aldus de economen Van der Ploeg, Vollebergh en De Zeeuw. Een overheid moet haar verantwoording nemen om het milieu te beschermen en behouden voor toekomstige generaties. Het kabinet laat echter het vinden van oplossingen over aan burgers en bedrijven.

Vervuild Nederland

Het milieu in Nederland staat er nog steeds niet best voor. Je hoeft er de recente, vergelijkende onderzoeken van de Stichting Natuur en Milieu, CBS en de gezamenlijke planbureaus maar op na te slaan . Lucht-, bodem- en waterkwaliteit geven ondanks de geleverde en soms ook succesvolle inspanningen een verre van rooskleurig beeld. Onthutsend is om in weerwil van de hedendaagse beeldvorming te zien dat Nederland op tal van klassieke milieuterreinen tot de meest vervuilde plekken van Europa behoort.

De luchtverontreiniging is bijna nergens in Europa slechter dan in onze delta en hetzelfde geldt voor de water- en bodemkwaliteit. Verontrustend is dat de aanpak van de vervuiling in Nederland in toenemende mate achterblijft. We zitten in hetzelfde rijtje als Bulgarije en Roemenië, landen die het traditioneel minder nauw nemen met het milieu. Dit gebrek aan milieudaadkracht schaadt niet alleen kwaliteit van leven, maar brengt ook veel economische kosten met zich mee. Zo geven gezondheidsschade door luchtverontreiniging, de steeds langere files en de intensieve landbouw veel ellende maar kosten deze de samenleving ook nog eens veel geld.

Falend overheidsingrijpen

Deze zorgelijke toestand van ons milieu drukt ons met de neus op de feiten: we leven in een relatief kleine, dichtbevolkte delta met teveel vervuilende activiteiten zoals de intensieve landbouw en een druk verkeersnetwerk. De ernst van de huidige situatie wordt onvoldoende onderkend. Het slechte milieu is vooral een gevolg van markten die ontbreken om voor een goede balans tussen activiteiten en milieu te zorgen. Dat markten soms ontbreken is een bekend verschijnsel. Zo komen bepaalde gewenste zaken als openbare orde of een beveiliging tegen overstromingen niet vanzelf tot stand. Hetzelfde geldt voor een gezonde leefomgeving. Het corrigeren van dit soort marktfalen vraagt om adequate overheidsinterventie. Dat staat los van politieke voorkeuren. Natuurlijk legt de politiek accenten, maar ook als je het milieu een minder warm hart toedraagt, moet marktfalen nog steeds worden gecorrigeerd. De recente strubbelingen rond het bankwezen maken deze les genoegzaam duidelijk.

Kabinet Rutte schuift vinden van oplossingen van zich af

De huidige kabinetsaanpak is helaas een breuklijn met het verleden. Het primaat wordt nu vooral gelegd bij lokale initiatieven door burgers en bedrijven, al of niet in samenwerking met de lokale overheid. Natuurlijk is er niets mis met wat vroeger nog werd aangeduid als ‘verinnerlijking van milieubeleid’ en wat nu Green Deals worden genoemd. Dergelijke overeenkomsten ontslaan de overheid echter niet van haar taak om zelf zorg te dragen voor een kader waarin marktfalen adequaat wordt aangepakt. Sterker nog, de overheid kan juist de toegenomen bereidheid bij burger, bedrijfsleven en lokale overheid benutten om gecoördineerd het probleem sneller en beter aan te pakken.

Beprijs de milieuschaarste

Een dergelijk beleid vraagt in de praktijk om een belastingstructuur waar het milieu, zoals water, CO2-emissies en weggebruik, adequaat zijn ‘beprijst’, niet alleen voor huishoudens maar ook voor bedrijven. Ja, dat maakt benzine en energie duurder en is vervelend voor burgers met een smalle beurs en voor de staalbedrijven, tuinbouw en kolencentrales die veel CO2 gebruiken. De landbouw en veel industrie zullen niet blij zijn met de hogere prijs die voor water moet worden betaald. De automobiellobby zal in rep en roer zijn. Maar de inkomsten van deze milieubeprijzing kunnen linea recta terug naar burgers en bedrijven via lagere inkomsten- en vennootschapsbelasting. Effectief milieubeleid moet dus niet tot lastenverzwaring, maar tot lastenverschuiving leiden.

Zo wordt zorg gedragen voor een omgeving die burgers en bedrijven stimuleert “hun verantwoordelijkheid te nemen”. Zo’n beprijzing kan eveneens ingepast worden in een intelligente combinatie van een zogenaamde ‘stok’ (belasting) en ‘wortel’ (subsidie). Aan de ene kant, een voldoende hoge CO2- of wegbelasting en goede prikkels om afval en schadelijk waterverbruik te reduceren. Aan de andere kant, een steuntje in de rug voor groene innovaties die moeite hebben om de weg naar de markt te vinden. Maar zeker geen subsidies die het milieu schade toebrengen zoals effectief nu gebeurt met het bouwen van vuile kolencentrales.

De omgekeerde wereld

Het kabinet doet precies het omgekeerde. Onder het mom van een vereenvoudiging van het belastingstelsel ruimt dit kabinet juist een serie milieubelastingen op, zoals de verpakkingenbelasting, afvalstoffenbelasting, grondwaterbelasting en belasting op het leidingwater. Volgens staatssecretaris Weekers betekent het schrappen van deze belastingen het einde van veel administratieve rompslomp voor ondernemers en een flinke vermindering van de druk op de Belastingdienst. Niet alleen kunnen bij dit beeld de nodige vraagtekens geplaatst worden, maar en passant betekent dit ook nog een verlies van 750 miljoen Euro aan belastinginkomsten. Dit verlies moet elders gecompenseerd worden, bijvoorbeeld via een verhoging van de inkomstenbelasting. Dit is een perverse vorm van lastenverschuiving.

Eenzelfde perverse ontwikkeling zien we bij de belastingopbrengsten van het autogebruik. De nu voorgestelde aanpassingen maken een benzineslurpende Porsche Cayenne al gauw 20.000 euro goedkoper terwijl de veel zuiniger Renault Twingo juist 1.000 Euro duurder wordt. Met dit soort maatregelen komt een einde aan de keuze van een aantal opeenvolgende kabinetten om met behulp van het belastinginstrument onze vuile delta enigszins leefbaar te houden.

In vervolg op deze beleidswijzigingen overweegt het kabinet ook belangrijke subsidies af te schaffen die milieu-innovatie stimuleren. Dit is nog te begrijpen voor de veel te ruim opgezette regeling voor belastingdifferentiatie voor schone auto’s. Maar voor de subsidies of belastingvrijstellingen die betere of slimmere technologie stimuleren, is dit veel minder begrijpelijk. Ook het beperken van subsidiestromen tot alleen de goedkoopste groene opties is geen toonbeeld van slim voorsorteren op de CO2-arme samenleving die in vele ons omringende landen vorm krijgt. Moeilijk te begrijpen is dat dit kabinet mogelijkheden onbenut laat om subsidies af te schaffen die het milieu juist schade toebrengen. Hier laat de overheid na om haar eigen negatieve bijdrage aan het marktfalen op te heffen en, en passant, haar belastinginkomsten te vergroten. Een beter voorbeeld van een tweesnijdend zwaard is nauwelijks denkbaar.

Kabinet laat kansen liggen

Er is geen reden om het zorgvuldig opgebouwde belastinggebouw rond milieu bij het oud vuil te zetten, integendeel. Er zijn rationele argumenten om dit gebouw te ondersteunen. Dit kabinet laat volop kansen liggen om zelf de juiste toon te zetten bij de Green Deals en daarmee de toekomstige kwaliteit van leven in dit land een fikse steun in de rug te geven. Hiermee zouden bijvoorbeeld achterblijvende investeringen in energiebesparing en duurzame energie een flinke impuls krijgen, en zou Nederland beter kunnen profiteren van de snel groeiende wereldmarkt op het gebied van schone technologie. Onze premier kan nog heel wat leren van zijn Britse conservatieve kompaan David Cameron, want die is niet vergeten dat de aanpak van de milieuproblematiek een sterke overheidsrol vergt - crisis of niet.

* Dit artikel is in verkorte vorm verschenen in NRC Handelsblad van 28 november 2011.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik