Back

Artikel

Home

Met alleen multidisciplinariteit komen we er niet

23 sep 2015
Onderwerpen: Economisch denken
Economen moeten zich realiseren dat het marktsysteem te ingewikkeld is om als geheel te doorgronden. Dit lukt ook niet door de inzichten uit verschillende disciplines aan elkaar te knopen. In de interactie tussen verschillende actoren in markten ontstaat iets wat lijkt op een ‘collectief bewustzijn’. Deze notie mist Toon van Eijk in de kritiek van Piet Keizer op het traditionele ‘neoklassieke’ economische denken.

Multidisciplinair perspectief gevraagd

In een recente bijdrage op dit webforum stelt de Utrechtse econoom Piet Keizer dat neoklassieke economen een partiële economische blik hebben op menselijk gedrag. In hun wereld wonen alleen economische en rationele individuen. “[Deze individuen] gaan geen sociale, maar louter economische relaties met elkaar aan. Irrationaliteit en positief- of negatief-sociaal gedrag bestaat niet” (Keizer 2015a). Maar economen zelf, zegt Keizer, zijn “wel degelijk sterk irrationeel en groepsgewijs rivaliserend”. Zo willen of kunnen ze het eigen wereldbeeld niet ter discussie stellen. Voor een goed begrip van real-life problemen dient een multidisciplinair economisch perspectief te worden geconstrueerd waarin economie, sociologie en psychologie geïntegreerd zijn (Keizer 2015b).

De noodzaak van explicitering van perspectieven

Voor kwaliteitsverbetering van het werk van economen is volgens Keizer (2015a) het expliciet formuleren van de axioma’s van gebruikte perspectieven nodig. “Door introspectie en machtsvrij communiceren kan veel helderheid worden verschaft over de vraag welk model in welke situatie het meest realistisch is” (ib.). In Habermas’ concept van communicatieve rationaliteit wordt consensus bereikt door argumentatie in zogenaamd machtsvrije ideal speech situations. Mijn ervaring is echter dat zulke machtsvrije situaties vaker wel dan niet illusoir zijn (Van Eijk 1998:130-35). Het belangrijkste doel van Keizer is het doorbreken van het monopolie van het neoklassieke paradigma, waarvoor concurrerende perspectieven geconstrueerd moeten worden. Naar mijn mening bestaan er op dit moment drie parallelle perspectieven of wetenschappelijke paradigma’s: het positivistische, constructivistische en transcendentalistische paradigma (ib.:124-7) (noot 1). Het dominante neoklassieke economische paradigma valt als positivistisch te karakteriseren, terwijl Keizers voorstel voor een multidisciplinair economisch perspectief als constructivistisch gezien kan worden. Zijn integratie van de drie werelden van economie, sociologie en psychologie is zeker een grote vooruitgang maar vergt nadere uitwerking. Hoe gaan economen (en anderen) dat in de praktijk van het alledaagse leven doen?

De illusie van het intellectuele holisme

Keizer (2015a) zegt terecht dat “geïntegreerde multidisciplinaire modellen uiteraard een voorsprong hebben boven monodisciplinaire modellen. Maar snel groeiende complexiteit vormt een belemmering voor al teveel nuance”. Hij schrijft ook dat economen er te vaak vanuit gaan dat ze “voldoende kennis hebben om de samenleving gedetailleerd te adviseren”. Van Dalen e.a. (2015) zeggen dat economen misschien te hoge verwachtingen wekken “door hun wetenschap als een exacte wetenschap te presenteren. Alsof ze wetenschappelijk sluitende verklaringen hebben voor economische verschijnselen en alsof ze wetenschappelijke voorspellingen kunnen doen”. Economen ventileren in de media “niet veel meer dan al dan niet gefundeerde meningen” (ib.). Bovenstaande opmerkingen van Keizer en Van Dalen e.a. zou ik karakteriseren als de illusie van het intellectuele holisme (Van Eijk 1998:222, 2015). Met alleen het gebruik van ons rationeel-empirisch intellect lossen we complexe problemen niet op. De aanhoudende problemen in de Nederlandse landbouwsector, bijvoorbeeld, laten zien dat een multidisciplinaire geïntegreerde aanpak moeilijk van de grond komt. De ongewenste neveneffecten van de moderne industriële landbouw (zoals milieuvervuiling, massale ruimingen van landbouwhuisdieren, humane gezondheidseffecten, en negatieve gevolgen in ontwikkelingslanden) getuigen van ons onvermogen om ecologische, technologische, economische, politieke, sociale en ethische dimensies met elkaar te integreren. Dit is de illusie van het intellectuele holisme.

De onzichtbare hand van de vrije markt

De belangrijkste (niet wetenschappelijk te funderen) vooronderstelling in de theorie van de efficiënte markthypothese is dat de mens in staat is om de complexiteit van het marktsysteem als geheel te doorgronden. Maar de interacties en terugkoppelingsprocessen tussen ontelbare individuen (economische actoren) op verschillende systeemniveaus (van lokaal tot globaal) resulteren in positieve of negatieve synergiën: het geheel is meer dan de som der delen door het opkomen van zogenaamde emergent properties. Omdat niemand dit complexe proces kan overzien, ook hoogbetaalde managers niet, verwijzen we graag naar een ongrijpbare ‘onzichtbare hand’ die het op miraculeuze wijze zou regelen. Adam Smith zegt in zijn boek The Theory of Moral Sentiments dat aan de markt morele opvattingen ten grondslag moeten liggen. Smith was, hoe dan ook, een professor in de morele filosofie (McCloskey 1996). Smith, zo zegt McCloskey, heeft aangetekend dat mensen een ‘feminiene’ wens hebben om deel te zijn van een ‘polis’ en zo verzekerd te zijn van affectie in een groep (noot 2). De ethische en sociale dimensies van economie zijn dus belangrijk.

Het multidimensionale maatschappelijke ontwikkelingsproces

Elders heb ik een holistisch kader voor het multidimensionale maatschappelijke ontwikkelingsproces geschetst. Dit proces wordt beïnvloed door wetenschappelijke, technologische, economische, politieke, sociaal-structurele, culturele en persoonlijkheid factoren - waarbij de factoren in de hier gegeven volgorde steeds meer omvattend zijn en meer gewicht in de schaal leggen (Van Eijk 1998:179, 2015). Zo wordt de beslissing om een bepaalde technologie te gebruiken grotendeels bepaald door economische factoren. Men zou kunnen zeggen dat de economie de technologie omvat, maar de technologie omvat niet de economie. Economische factoren, op hun beurt, zijn sterk afhankelijk van politieke factoren. Economische zaken zijn vaak het belangrijkste onderwerp in de politiek (zie de recente discussies over Griekenland en de Euro). De politiek omvat de economie, maar de economie omvat niet de politiek. Met betrekking tot de Europese Unie wordt vaak gezegd dat een economische unie in Europa niet kan bestaan zonder een politieke unie. Dit is zo omdat de politiek de economie omvat en de economie niet de politiek (Van Eijk 2012a). Politieke factoren, op hun beurt, worden sterk beïnvloed door sociaal-structurele factoren, zoals bijvoorbeeld de sociale structuren van de economisch en politiek belangrijke middenklasse en het niet-gouvernementele maatschappelijk middenveld. Het Nederlandse ‘polderen’ tussen overheid, bedrijfsleven en maatschappelijk middenveld is gebaseerd op deze interactie tussen politieke en sociaal-structurele factoren. De sociale maatschappelijke structuren, op hun beurt, worden sterk beïnvloed door culturele en persoonlijkheid factoren (noot 3). Uiteindelijk wordt elke maatschappelijke structuur gevormd door individuele actoren met hun specifieke culturele en mentale karakteristieken. De hier vermelde verschillende categorieën van factoren zijn onderling met elkaar verbonden: ze kunnen wel onderscheiden worden, maar niet gescheiden in hun werkingen. Hoewel de categorieën elkaar dus wederzijds beïnvloeden, zijn ze niet alle even fundamenteel.

De onzichtbare hand van het collectief bewustzijn

Voorbij de bovengenoemde categorieën van factoren is er één nog meer omvattende factor in het spel en wel het collectief bewustzijn. Dit collectief bewustzijn is het geheel van de samenstellende individuele ‘bewustzijnden’ maar het is meer dan de som der delen, waardoor het een soort autonoom karakter krijgt. Het collectief bewustzijn is de basis van alle maatschappelijke (sub)structuren. De technologische, economische, politieke, sociale en culturele substructuren zijn verbonden door dit collectief bewustzijn. Alle individuen, die deel uitmaken van deze substructuren en die samen het collectief bewustzijn vormen, zijn verbonden door een ‘veld’ van collectief bewustzijn. Het collectief bewustzijn is als het ware de integrerende, innerlijke structuur van een maatschappij. Het is een soort ‘onzichtbare hand’ die de dingen bij elkaar houdt en een orkestrerende kwaliteit heeft (Van Eijk 2012b). Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat effectieve technieken voor bewustzijnsontwikkeling het gedrag van mensen in een maatschappelijk verantwoorde richting kunnen bijsturen (Van Eijk 1998) (noot 4). De kwaliteit van onze economie is een afspiegeling van de kwaliteit van ons collectief bewustzijn. Keizers integratie van economie, sociologie en psychologie is een grote vooruitgang, maar dient aangevuld te worden met het begrip collectief bewustzijn.

Noten

(1) Ik heb deze drie paradigma’s elders uitvoerig geëxpliciteerd aan de hand van de volgende criteria: ontologie, epistemologie, methodologie, aard en rol van wetenschap, type rationaliteit, type van systeem, rol van de voorlichting, grondhouding ten opzichte van de natuur, rol van spiritualiteit, en rol van intuïtie.

(2) McCloskey (1996) emphasizes “the recognition of the obvious point, the point of Aristotle, that humans are political animals. The Greek 'politike' is translated into the modern word political but it does not have the same connotation in Greek. In the Greek it is closely connected with the polis, that is, with the community. The recognition that people like to be in groups will, I think, change the economics”. Klamer: And you think that economists will do better by paying more attention to the ethical dimension of economics. McCloskey: It will bring economics back to Adam Smith where it started.

(3) Volgens Hofstede (1994) dient men een onderscheid te maken tussen cultuur en persoonlijkheid. Terwijl een cultuur specifiek is voor een bepaalde groep mensen en geleerd wordt, is de persoonlijkheid specifiek voor een individu en gedeeltelijk aangeleerd, gedeeltelijk geërfd. In mijn holistisch kader voor het multidimensionale maatschappelijke ontwikkelingsproces vormen culturele en persoonlijkheidsfactoren één categorie. Waar de grens tussen cultuur en persoonlijkheid precies ligt, blijft volgens Hofstede een discussiepunt onder sociale wetenschappers. Het vormen van een Europese politieke unie zal niet gemakkelijk zijn, juist omdat de (meer omvattende) sociaal-structurele en culturele factoren tussen de verschillende Europese landen behoorlijk divergeren.

(4) In een eerdere publicatie in Me Judice (Van Eijk 2009) schrijf ik: “Een van de vele technieken voor bewustzijnsontwikkeling is Transcendente Meditatie (TM). De TM-techniek is waarschijnlijk een van de best onderzochte meditatietechnieken. De resultaten van onderzoek naar de fysiologische, psychologische en sociologische effecten op individuen en collectiviteiten zijn in vele wetenschappelijke tijdschriften gepubliceerd (zie een overzicht van de onderzoeker Orme-Johnson)”. De effecten in het dagelijkse leven van een verbetering van de kwaliteit en coherentie van het collectief bewustzijn zijn te voorspellen en wetenschappelijk te toetsen.

Referenties

Dalen, H. van, A. Klamer, K. Koedijk, 2015, De econoom als onrustzaaijer en bestrijder van de status quo , Me Judice, 24 juni, 2015.

Hofstede, G. 1994, Cultures and Organizations. Software of the Mind. Intercultural Cooperation and its Importance for Survival. HarperCollinsBusiness, London [First published in 1991].

Keizer, P. 2015a, http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/zolang-economen-zichzelf-niet-begrijpen-zullen-ze-de-wereld-ook-niet-begrijpen 31 augustus 2015.

Keizer, P.2015b, Multidisciplinary Economics, A Methodological Account, Oxford: Oxford University Press.

McCloskey, D.N., 1996, Missing Ethics in Economics, in A. Klamer (red.), The Value of Culture, Amsterdamy University Press, Amsterdam, pp. 187-201.

Smith, Adam, 1790, The Theory of Moral Sentiments. Glasgow Edition of 1976. D. D. Raphael and A. L. Madie, eds. Indianapolis, Liberty Classics.

Van Eijk, T. 1998, Farming Systems Research and Spirituality. An analysis of the foundations of professionalism in developing sustainable farming systems. PhD thesis, Wageningen Agricultural University, The Netherlands

Van Eijk, T. 2009, Hoe de statuswedloop kan worden beperkt. Me Judice, jaargang 2, 2 juni 2009.

Van Eijk, T. 2012a, Hoe krijgen we een Europese politieke unie? Civis Mundi digitaal # 12, juli 2012

Van Eijk, T. 2012b, Vervang de ‘onzichtbare hand van de vrije markt’ door de ‘onzichtbare hand van het collectieve bewustzijn’ Civis Mundi digitaal # 12, juli 2012

Van Eijk, T. 2015, Eenvoudig leven in een complexe wereld oftewel de paradox van eenheid-in-verscheidenheid. Civis Mundi digitaal # 33, september 2015. http://www.civismundi.nl [verschijnt eind september 2015]

Naschrift Piet Keizer

In het MeJudice-artikel van Toon van Eijk (2015) worden kanttekeningen geplaatst bij mijn bijdrage (Keizer, 2015a). Hij onderschrijft mijn pleidooi voor een multidisciplinaire aanpak. Natuurlijk moeten we het sociale en het psychische aspect van ons handelen meenemen in onze beschouwingen over de economie. Op vier punten heeft Van Eijk echter kritiek.

(1) Communicatie over gekozen axioma’s is erg moeilijk omdat machtsposities in elk gesprek een grote rol spelen – machtsvrij discussiëren in de zin van Habermas is veelal illusoir.

(2) Er zijn op dit moment drie wetenschappelijke paradigma’s, te weten het positivistische, het constructivistische en het transcendentalistische paradigma. Mijn artikel wordt getypeerd als constructivistisch, en mist daardoor het transcendentale aspect.

(3) Mijn benadering lijdt aan intellectueel holisme. Holisme betekent volgens van Eijk dat het geheel meer is dan de som van de delen. Hierdoor ontstaan al snel complexiteiten, die in een neoklassiek-economische benadering – het geheel is niet meer dan het aggregaat der delen – niet kunnen worden begrepen. De toevoeging ‘intellectueel’ verwijst bij van Eijk naar pogingen om met behulp van ons intellect - al dan niet met behulp van ICT – de complexiteit van allerlei synergetische effecten te bevatten.

(4) In mijn benadering ontbreekt een collectief bewustzijn; dit begrip verwijst naar het bestaan van een transcendentaal bewustzijn – een vorm van zuiver bewustzijn, dat bestaat zonder dat we al spreken over de inhoud ervan. Indien veel mensen via technieken van bewustzijnsontwikkeling toegang krijgen tot dit fenomeen, zal de kwaliteit ervan toenemen. Op zijn beurt zou dit tot meer verantwoord gedrag leiden.

Mijn reacties op deze opmerkingen zijn de volgende.

(1) Een machtsvrij en belangeloos gesprek komt in onze realiteit niet voor. Het is een ideaaltypisch begrip, evenals bijvoorbeeld de begrippen democratie en volledige mededinging. In de praktijk kunnen we altijd proberen gesprekken te organiseren in een context die de ongelijkheid tussen de deelnemers zo klein mogelijk houdt.

(2) In mijn benadering (Keizer, 2015a, b) wordt gestart met de constructie van drie krachten, te weten het economisch motief (homo oeconomicus), het psychisch motief (homo psychologicus) en het sociale motief (homo sociologicus). Mijn ontologie zegt dus dat deze krachten bestaan. Hoe sterk ze zijn, en in welke richting ze werken, hangt van de context af, en is dus plaats en tijd gebonden. Dit impliceert dat mijn paradigma alleen ontologisch wordt vastgeprikt, maar dat de motivatiestructuur op specifieker niveau een variabele is. Door middel van meditatie en Habermassiaans gesprek kunnen wetenschappers vooruitgang boeken op dit terrein. Tot zover is mijn verhaal niet positivistisch, maar wel constructivistisch. In de orthodoxe en neoklassieke economie wordt uitgegaan van een zogeheten economische éwereld – personen zijn louter economisch, niet psychisch (volledig rationeel), en niet sociaal (geen solidariteit, geen rivaliteit). In een zeer eenvoudige constructie is de analyse statisch, mechanisch en gesloten. Maar in meer geavanceerde vormen kunnen ze dynamisch-historisch en open worden. In dat geval kan zelfs de homo oeconomicus een transcendentaal wezen worden: geen psychische spanningen, geen relaties met andere mensen, maar wel op volkomen rationele wijze zijn echte zelf steeds meer ontdekken en manifesteren. De constructie van de de psychische wereld is gebaseerd op het transcendentale concept van de ‘ware zelf’ (‘true self’ in de literatuur).

(3) Ik pleit niet zozeer voor de bouw van alle aspecten omvattend model. Het bouwen van modellen is heel leerzaam, en het lijkt me pure winst als we ons oefenen in het construeren van vele kleine modellen, waarin één of twee mechanismen simultaan optreden. Academische economen die zich hebben bekwaamd in psychologie en sociologie, en op specifieker niveau in politicologie en bedrijfskunde, hebben na zo’n 20-25 jaar een gereedschapskist ter beschikking, waarmee ze praktische situaties kunnen beoordelen. Deze senior economisten zouden de hoogleraren moeten worden – niet jonge mensen die goed zijn in één aspect. Mijn visie sluit nauw aan bij een hele goede econoom, te weten Max Weber. Hij achtte verklaringen op basis van grote modellen te moeilijk, en viel terug op “het begrijpen van de wijze waarop mensen hun situatie begrijpen”.

(4) Van Eijk mist in mijn betoog het concept ‘collectief bewustzijn’. Ik zou mij beperken tot de ontwikkeling van subculturen. In mijn MeJudice-artikel is dat zo; in mijn boek (Keizer, 2015b), echter, begin ik wel degelijk op het transcendentale niveau waar van Eijk het over heeft. Op dit niveau worden ontologische vragen behandeld. De orthodoxe economie beschouwt de mens als een economisch wezen. Altijd en overal worden mensen in hun handelen gedreven door het economisch motief. In mijn benadering hebben mensen drie motieven: het economische, het psychische en het sociale motief. Met name de invulling van het psychische motief is sterk beïnvloed door de psycholoog Carl Jung (zie Keizer, 2015b, appendix C: Jung for Economists).

In de NRC van 3 en 4 oktober, 2015 zegt de bedrijvendokter Jan Hommen (Philips, ING, KPMG): “Het gaat mis als het bestuur autocratisch wordt, en zich omringt met ja-knikkers”. Dat is precies wat ik bedoel met de vorming van een subcultuur – wij weten hoe het moet, en zij die kritiek hebben moeten gewoon hun mond houden. Hommen zou het druk krijgen als hij de wereld van de economische wetenschap in Nederland zou gaan reorganiseren.

Referenties

Keizer, P. 2015a, Zolang economen zichzelf niet begrijpen, zullen ze de wereld ook niet begrijpen, MeJudice, 31 augustus, 2015.

Keizer, P. 2015b, Multidisciplinary Economics, A Methodological Account, Oxford: Oxford University Press.

Van Eijk, T. 2015, Met alleen multidisciplinariteit komen we er niet, MeJudice, 23 september, 2015.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik