Back

Artikel

Home

Meer markt, dan minder zekerheid over zorguitgaven

2 nov 2010
Onderwerpen: Gezondheidszorg, Marktwerking
Op de Rijksbegroting voor 2011 voert de gezondheidszorg met een bedrag van 68,6 miljard euro voor het eerst in de geschiedenis de lijst met uitgaven aan. De afgelopen jaren zijn de zorguitgaven dan ook telkens harder gegroeid dan geraamd. Meer marktwerking is een veelgenoemde maatregel die het kabinet-Rutte/Verhagen kan nemen om de zorg betaalbaar te houden. De achterliggende redenering – meer markt, minder zorguitgaven – is weliswaar verleidelijk, maar misleidend.

Misleidende gedachten

Zodra het op marktwerking in de zorg, aankomt haspelen bestuurders micro- en macro-economische elementen door elkaar. Op microniveau zorgt marktwerking er voor dat de wensen van consumenten centraal staan. Dan moet wel aan een aantal voorwaarden voldaan zijn, zoals voldoende keuzemogelijkheden en transparantie. In dat geval komt een gunstige verhouding tussen prijs en kwaliteit tot stand. Dit kan betekenen dat op macroniveau de totale uitgaven dalen. Zo heeft marktwerking bij merkloze geneesmiddelen de afgelopen jaren een besparing van honderden miljoenen euro’s opgeleverd. Een daling van de totale zorguitgaven is bij meer marktwerking echter geen zekerheid. Integendeel, meer marktwerking kan ook tot hogere zorguitgaven leiden. Is dat erg? Enerzijds wel als deze stijging wordt veroorzaakt door onredelijke prijsstijgingen als gevolg van machtsposities of door aanbodgeïnduceerde vraag. Anderzijds niet als de markt inspeelt op demografische en epidemiologische veranderingen in de zorgvraag, als wachtlijsten verminderen, meer patiënten beter worden en de kwaliteit van zorg toeneemt.

Net zomin als dat in andere markten het geval is, kan aan marktwerking in de zorg dus geen doelstelling over uitgavenreductie worden opgelegd. Bij een keuze voor meer marktwerking in de zorg dient de overheid de budgettaire comfortzone juist te verlaten. Neem ter illustratie de markt voor telefonie. Marktwerking is daar niet ingevoerd om de totale uitgaven te reduceren, of om ervoor te zorgen dat mensen minder zouden gaan bellen. Het doel was juist om de sector open te breken en door middel van concurrentie tussen aanbieders de keuzemogelijkheden voor consumenten te vergroten, innovatie te bevorderen en de prijs-kwaliteitverhouding te verbeteren. En dat is gelukt. Maar de totale omzet is wel gestegen! Kortom, het succes van marktwerking valt niet louter af te lezen aan de totale uitgaven op een markt. Niet bij de telefonie en ook niet in de zorg. Om te beoordelen of marktwerking in de zorg een succes is, is een breder perspectief nodig waarbij ontwikkelingen ten aanzien van markstructuur, marktgedrag en marktresultaat in totaliteit worden beoordeeld.

Stijgende zorguitgaven

Betekent dit alles dat stijgende zorguitgaven dus geen probleem vormen? Dat is te kort door de bocht. Natuurlijk, gezondheidszorg levert een grote bijdrage aan de welvaart en de kwaliteit van de samenleving. Maar er is een risico dat marktwerking leidt tot onredelijke prijsstijgingen en aanbodgeïnduceerde vraag. De overheid zal dan ook een zo goed mogelijke risicoafweging moeten maken waar in de gezondheidszorg wel en waar niet te kiezen voor (meer) marktwerking. Bij een weloverwogen keuze voor marktwerking is adequaat mededingingstoezicht door de NMa en NZa vervolgens cruciaal. Vervolgens vormt de collectieve financiering van de zorguitgaven een punt van aandacht.

Ten eerste omdat door het ontbreken van de band tussen betaalde premie en verzekerde aanspraken de premies van Zvw en AWBZ tot de collectieve lasten worden gerekend. Een sterke stijging van de zorgpremies kan daarom tot een ongewenste stijging van de arbeidskosten leiden. Ten tweede omdat de overheid om dit te vermijden slechts in beperkte mate kan proberen elders binnen het overheidsbudget financiële ruimte vrij te maken. Dit zal namelijk een verdringingsproces tot gevolg hebben dat de uitgaven aan andere essentiële overheidstaken, zoals onderwijs en openbare veiligheid, onder druk zet. Omdat de zorguitgaven als gevolg van demografische, epidemiologische, technologische en sociaal-culturele ontwikkelingen steeds verder zullen toenemen zonder dat marktwerking daar iets aan zal oplossen, zal dit ‘koekoeks’-probleem steeds nijpender worden.

Haags denken ontwijkt dilemma’s in de zorg

Marktconforme oplossingen voor uitgavenbeheersing zijn echter nauwelijks voorhanden. Alleen een verkleining van het wettelijk verzekerde pakket en een toename van de eigen betalingen verdragen zich met marktwerking. In Den Haag is dit besef echter nog niet helemaal doorgedrongen. Op de Beleidsagenda 2011 van VWS staan pakketmaatregelen en hogere eigen betalingen vrolijk naast budgetkortingen voor specialisten, ziekenhuizen en instellingen voor langdurige zorg. Daarmee wordt in feite getracht om oud en nieuw beleid te combineren. Een ongelukkige keuze, want budgetkortingen en marktwerking gaan ten principale niet samen. Echter, een radicale terugkeer naar strikte budgettering en minder marktwerking is vanwege de dreiging van lange wachtlijsten, verschraling van het zorgaanbod en minder innovatie voor vrijwel niemand nog een reële optie. Tegelijkertijd zal het effect van pakketmaatregelen en hogere eigen bijdragen op de totale zorguitgaven ook beperkt zijn. Het belangrijkste gevolg daarvan is een verschuiving van collectieve naar private uitgaven, met, afhankelijk van de precieze vormgeving, grote of minder grote gevolgen voor de solidariteit. Ook dat hoort bij marktwerking, maar is voor veel Nederlanders geen prettig vooruitzicht. Kortom, de gezondheidszorg verdient gezien de huidige toppositie op de Rijksbegroting ook een toppositie op het prioriteitenlijstje van het nieuwe kabinet.

* Een verkorte versie van dit artikel is op 1 november verschenen in Het Financieele Dagblad.

Bron foto: Mark van der Heijden, Flickr

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik