Back

Artikel

Home

Me Judice Economenpanel: een sobere of een royale overheid?

29 apr 2013
Dossiers: Eurocrisis
Onderwerpen: Macro-economische politiek, Openbare financiën

Het sociaal akkoord geeft de indruk dat het kabinet het wat kalmer aandoet met het op orde brengen van het huishoudboekje van de staat. Tegelijkertijd neemt de staatsschuld alleen maar toe en is het de vraag of het bestaande beleid enig zicht op een houdbare schuldquote biedt. Om daar licht op te werpen is het Me Judice Economenpanel een aantal vragen voorgelegd over de staat van het begrotingsbeleid. Daaruit blijkt dat de meesten denken dat het vieren van de teugels, ook al is het voorwaardelijk, een positief effect zal hebben. Over het beleid op de middellange termijn is men minder te spreken: het begrotingsbeleid biedt geen uitzicht op een verlaging van de staatsschuld. Daarnaast is men sterk voor begrotingsregels binnen Europa die meer ruimte bieden voor anticyclisch beleid.

Sociaal akkoord

“Economisch bevindt Nederland zich in zeer zwaar weer. De toestand is zeer ernstig, zorgelijk maar zeker niet hopeloos! Nederland kan en zal uit de huidige recessie komen.” Met die zinnen begint het 40-kantjes tellende akkoord dat onlangs in de Stichting van de Arbeid is bereikt met tal van maatregelen waarmee overheid en sociale partners denken dat de economie weer aan de praat raakt. Tegelijkertijd werd duidelijk dat het kabinet vast wilde houden aan de budgetdiscipline en in 2014 binnen de grenzen van de 3 % tekortnorm wilde blijven en een pakket van 4,3 miljard euro aan bezuinigingen op stapel had liggen om dit te bereiken. Na overleg met sociale partners is echter besloten dat het kabinet afziet van het voorgestelde pakket. Het kabinet zal aanvullende maatregelen nemen indien de ramingen in de Macro-economische Verkenningen (MEV) van het CPB (in september) gegeven het saldodoel 2014 daartoe aanleiding geeft. De betekenis van deze bezwering is echter dat de Nederlandse economie een paar maanden de kans krijgt om te laten zien dat het uit het dal kruipt en de facto betekent dit dat de druk meteen groot is voor de nieuwe CPB-directeur Laura van Geest. Als we de aanmoedigingen van de minister president als leidend moeten nemen dan is veel mogelijk en “Dan kunnen we met elkaar het CPB verslaan!” Maar zal dat gaan lukken? Om daar enig licht op te werpen is in de week van 20 tot en met 25 april een peiling gehouden waarbij 47 economen (respons van 76%) voorgelegde stellingen van een antwoord hebben voorzien.

Om de effecten van het lossere begrotingsbeleid te peilen is de volgende stelling is aan het panel voorgelegd: “Het (voorwaardelijk) uitschakelen van de budgetdiscipline zal de Nederlandse economie in 2013 positief beïnvloeden,” waarbij nadrukkelijk duidelijk werd gemaakt dat het voorwaardelijke karakter erin schuilt dat de budgetdiscipline losser blijft als de groeicijfers positiever worden. Zo niet, dan zullen er aanvullende bezuinigingsmaatregelen genomen worden en geldt de harde 3% tekortnorm die ooit in Maastricht is afgesproken. 

Figuur 1: Meningen ten aan zien effecten begrotingsbeleid op korte termijn en perspectief van staatsschuldreductie op lange termijn

Het (voorwaardelijk) uitschakelen* van de budgetdiscipline zal de Nederlandse economie in 2013 positief beïnvloeden.

Resultaat (gewogen voor kennis expert)
Resultaat (gewogen voor kennis expert). * Door pas aanvullende bezuinigingsmaatregelen te nemen indien de MEV-raming (in september) van het CPB daartoe aanleiding geeft.

> volledige uitslag Me Judice Economenpanel

Hoewel economen niet bekend staan om hun positieve blik zodra het om het regeringsbeleid gaat moet gezegd worden dat de meerderheid van de economen denken dat het vieren van de teugels zijn positieve uitwerking niet zal missen. Echter, velen plaatsten er nog de nodige kanttekeningen bij dat men geen grote wonderen van mag verwachten. Iedere vermindering van bezuinigingsoperaties die pril herstel in de knop kan breken is meegenomen, ook al is het effect miniem. “Een mild plusje” zoals Charles van Marrewijk het samenvat. Anderen zijn weer veel stelliger, en geven, zoals Bas Jacobs, dit beleid de kwalificatie “onzinnig procyclisch” mee. Maar misschien valt het oordeel van economen nog het beste samen te vatten met de conclusie van Mathijs Bouman die de kans dat er een positief effect van dit soort beleid uitgaan zeer gering acht: “Maar ik laat me graag verrassen.”

Het gebod van Blanchard

Het dilemma waarmee het kabinet worstelt is uiteraard niet eenvoudig. Conjunctuurbeleid draait om het maken van  inschattingen van de klappen die de economie treffen: zijn dit nu tijdelijke of permanente schokken? De kunst is om bezuinigingen te bedenken (en vooral te timen) die de economische groei niet neerhalen, en tegelijkertijd moet de snel gestegen staatsschuld in de hand worden gehouden (Lukkezen en Teulings, 2103). Kortom, de korte en lange termijn belangen strijden om de aandacht in Den Haag. In 2003-2005 was de staatsschuldquote nog 52 % van het bbp, in 2012 bedroeg deze quote 71% en de komende jaren zal volgens het CPB dit cijfer alleen nog maar gestaag stijgen. Wat is wijsheid?

Binnen Europa bestaat de verplichting om ieder jaar 1/20-ste van het schuldniveau boven de 60% weg te werken, dus het terugdringen van de staatsschuld is wel zaak ook al bevindt een land zich midden in de crisis. Dit inzicht wordt ook benadrukt door de IMF-topman Blanchard die in 2010 de inzichten van de ‘high brow’ macro-economie en openbare financiën voldoende ‘low brow’ maakte door lessen van fiscale aanpassing in crisistijd te verpakken in tien geboden (Blanchard, 2010). Een van die geboden, betreffende de staatsschuld (gebod no. 3), hebben wij vertaald naar de huidige situatie en voorgelegd aan het panel. De stelling luidde: “Het kabinet biedt met zijn huidige begrotingsbeleid uitzicht op een structurele daling van de staatsschuldquote tot beneden het niveau van voor de crisis.” 

Figuur 2: Meningen ten aanzien van perspectief van staatsschuldreductie op lange termijn

Het kabinet biedt met zijn huidige begrotingsbeleid uitzicht op een structurele daling van de staatsschuldquote tot beneden het niveau van voor de crisis.

Resultaat (gewogen voor kennis expert)
Resultaat (gewogen voor kennis expert).

> volledige uitslag Me Judice Economenpanel

Als men de uitkomsten bekijkt (figuur 2) dan is snel duidelijk dat de economen wellicht nog positief zijn over het vieren van de teugels, maar dat de financiële prudentie van het kabinet op dit punt weinig goedkeuring kan rekenen. Slechts 1 op de vijf economen is positief dat de staatsschuld op termijn substantieel wordt verlaagd maar de ruime meerderheid (54 procent) denkt dat de maatregelen die het kabinet heeft genomen tot dusver niet dat perspectief bieden. Wat vooral ontbreekt is “een overtuigende visie op een structureel beleid” (Elmer Sterken), hoewel menigeen daar tegenover stelt dat de hervormingen op het terrein van hypotheekrenteaftrek en pensioenen hun vruchten wel kunnen afwerpen. Maar de meeste economen kijken met een nuchter oog naar de overheidsfinanciën en de staat van de economie en concluderen toch veelal dat dit perspectief ontbreekt. Of zoals Bas Jacobs het stelt: “Staatsschuldreductie in een balansrecessie is vrijwel onmogelijk. Banken en huishoudens herstellen balansen, pensioenfondsen herstellen vermogens.”

Sobere leefregels van Brussel

Het begrotingskader waarbinnen eurolidstaten bewegen is afhankelijk van afspraken die ooit gemaakt zijn in Maastricht, waarvan toen al door economen als Buiter werd gezegd dat dit meer met ‘voodoo’ dan met gezond economisch verstand had te maken. Niettemin zijn de kaders vastgelegd in het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) dat zelfs al in het beginjaren van de EMU met de voeten werd getreden, maar nu middenin de Grote Recessie is er bijna niemand die zich aan de strikte begrotingsregels kan houden. Uiteraard bestaat er binnen het SGP ruimte om enigszins anticyclisch begrotingsbeleid te voeren (Buti en Carnot, 2013), dus de vraag is of die ruimte niet sterk uitgebreid moet worden. Om het sentiment op dit terrein te meten werd gevraagd naar de houdbaarheid van het Europese begrotingspact, en wel middels twee stellingen die de perspectieven van stabiliteit, respectievelijk groei benaderen van het pact, te weten:

Stelling 3: “Voor de stabiliteit van de eurozone is het van belang dat alle lidstaten onverminderd vast blijven houden aan de afgesproken 3%- tekortnorm.”

Stelling 4: “Voor de economische groeiperspectieven van de eurozone op middellange termijn is het van belang dat de tekortnorm veel meer ruimte moet bieden voor anticyclisch begrotingsbeleid.”

In de onderstaande figuur 3 komt de consensus van economen redelijk eenduidig tot uitdrukking: een ruime meerderheid (meer dan 60%) van de economen vindt het vasthouden van de 3% tekortnorm niet verstandig met het oog op de stabiliteit van de eurozone; en eenzelfde ruime meerderheid vindt dat het huidige begrotingspact meer ruimte moet bieden voor anticyclische begrotingsmaatregelen. 

Figuur 3: Meningen ten aanzien van houdbaarheid Stabiliteits- en Groeipact

Stelling 3

Voor de stabiliteit van de eurozone is het van belang dat alle lidstaten onverminderd vast blijven houden aan de afgesproken 3%- tekortnorm.

Stelling 4

Voor de economische groeiperspectieven van de eurozone op middellange termijn is het van belang dat de tekortnorm veel meer ruimte moet bieden voor anticyclisch begrotingsbeleid.

Resultaat (gewogen voor kennis expert)
Resultaat (gewogen voor kennis expert)
Resultaat (gewogen voor kennis expert)
Resultaat (gewogen voor kennis expert)

> volledige uitslag Me Judice Economenpanel

Die consensus wordt nog groter als men de individuele meningen beluistert. De 3%-tekortnorm wordt over het algemeen als arbitrair bestempeld. "Door onverminderd vast te houden aan de 3%-tekortnorm wordt de recessie alleen maar verder verergerd," aldus Sylvester Eijffinger. Wat de meeste economen echter wel terug wil zien in het begrotingsbeleid zijn discipline en hervormingen die de economische groei kunnen stimuleren binnen Europa. Of zoals Rick van der Ploeg het onder woorden brengt “Belangrijker is dat er iets wordt gedaan aan de onevenwichtigheden binnen Europa en aan de geleidelijke herkapitalisatie van banken. In Zuid-Europa dreigt het gevaar van zombiebanken.”

En ten aanzien van de vraag of het begrotingsbeleid meer ruimte moet bieden voor anticyclisch beleid zijn ook de meeste economen wel positief gestemd, maar worden er veelal kanttekeningen geplaatst dat een dergelijk beleid ook de nodige discipline met zich meebrengt. Het is juist in goede tijden dat men overschotten moet kweken. Hoewel de meeste economen voor een keynesiaans geïnspireerd beleid zijn is het ook goed om de andere en nuchtere kant van het spectrum van economen aan het woord te laten. Zoals Jan van Ours opmerkt over een activistisch beleid: “Met zulke grote tekorten heeft zelfs het nadenken over anticyclisch beleid geen zin.”

Conclusies

Keynes is back of zoals Bernard van Praag in zijn commentaar deftig uitdrukte: “Keynes redivivus”. Dat is de conclusie die men kan trekken door een blik te werpen op de Me Judice Economenpeiling. In grote mate lijkt die conclusie gerechtvaardigd, hoewel dit de diversiteit van kanttekeningen toch ook weer te kort doet. De lessen van het naïeve keynesianisme van de jaren zestig en zeventig lijken te zijn geleerd. Voor de bühne lijken Keynesiaanse recepten eenvoudig en krachtig, maar het draait wel degelijk ook om de impliciete veronderstellingen die verdwijnen in de kleine lettertjes van een dergelijk beleid. Het is verleidelijk om begrotingsbeleid in krachtige oneliners te vertalen en dat is ook een kwaliteit waar economen als Krugman het patent op hebben. Onlangs kwam hij op zijn veelgelezen blogsite onder de titel ‘Very ernstig people’ nog Coen Teulings tegemoet en steunde hij hem in zijn pleidooi om de economie niet kapot te bezuinigen. Hij concludeert in zijn stuk dan ook:

“Despite writing about all this stuff for years, I’m still amazed not just by the way policy makers threw basic macroeconomics out the window, but by the absolute unanimity of the turn to austerity. After all, the critics weren’t exactly invisible or inaudible; how could everyone serious be so sure that prominent macroeconomists were all wrong, and bureaucrats with no predictive track record were right?”

Zijn conclusie wordt door deze peiling onderschreven waarin de kracht van een zeer sobere overheid wordt afgewezen die blind aan de 3%-tekortnorm vasthoudt. Hoewel het altijd aardig is om naar Krugman te luisteren is het ook nuttig om naar de nuchterheid en diversiteit van meningen uit de Hollandse polder te luisteren.

Referenties

Blanchard, O., 2010, Ten commandments for fiscal adjustment in advanced economies , 24 juni 2010, IMF.

Buti, M. en N. Carnot, 2013, The debate on fiscal policy in Europe: beyond the austerity myth, EFCIN Economic Brief, issue 20, March 2013.

Krugman, P., 2013, Very Ernstig People, Blog ´The Conscience of a Liberal´, 1 april 2013.

Lukkezen, J. en C.N. Teulings, 2013, Stabliserend begrotingsbeleid – Conjunctureel tegensturen/structureel meeveren, 24 april 2013, CPB Achtergronddocument, Den Haag.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik