Back

Artikel

Home

Maak burger eigenaar van maatschappelijke ondernemingen

21 dec 2013
Onderwerpen: Publieke sector

De regering heeft zijn mond vol over de participatiesamenleving, maar gaat dat begrip echt leven? Volgens Gradus en Van Leeuwen heeft de regering een verkeerd beeld van burgerschap en zal haar bemoeizucht verstikkend uitwerken. Hun oplossing: laat burgers initiatieven ontwikkelen en maak ze eigenaar van al die maatschappelijke onderneming in zorg, onderwijs en wonen.

Klassieke burgers

Wie om zich heen kijkt ziet een stortvloed aan particuliere initiatieven. Steeds meer mondige en beter opgeleide burgers gaan zelf wel aan de knoppen zitten als iets hen niet bevalt of als ze eenvoudigweg vanuit hun idealen willen bijdragen aan de samenleving, aan iets dat groter is dan henzelf. Van Resto VanHarte tot de Thomashuizen, van Buurtzorg Nederland tot een broodfonds voor zzp’ers: overal zie je dit soort initiatieven. De politiek verwart die burgers echter nog steeds met individualisten, die veiligheid en zekerheid willen. En dit kabinet voert de participatiesamenleving ten tonele als er bezuinigingen moeten worden doorgevoerd. Maar in de klassieke betekenis gaat burgerschap juist in eerste instantie om zelf verantwoordelijkheid te dragen voor de eigen omgeving en om het weerstaan van overheidsmacht.

Regel- en bemoeizucht overheid

Uit de geschiedenis blijkt wel hoe waardevol het eigen initiatief van burgers in het maatschappelijke domein altijd al is geweest. In het begin van de twintigste eeuw zagen we op lokaal niveau veel kleine initiatieven, die aansloten bij concrete noden. Nu deze kleine organisaties zijn getransformeerd in grootschalige en soms bureaucratische molochen is de overheid vooral bezig met aanscherping van governance en regelgeving om ze daarmee onder politieke controle te brengen. Ook de afgelopen maanden zien we daarvan voorbeelden. Minister Opstelten stuurt een brief waarin hij aansprakelijkheid van toezichthouders aanscherpt en aankondigt dat in de sectorwetgeving een voorziening komt om de belangrijkste bestuursbesluiten door de raad van toezicht te laten goedkeuren (zie Ministerie V&J (2013)). Minister Dijsselbloem kondigt de verplichting aan voor instellingen die een publiek belang dienen om een in control statement te laten opstellen over het financieel beheer en naleving van alle sectorcodes (zie Ministerie van Financiën (2013)). Minister Bussemaker wil de toezichthouders in het onderwijs ontslaan en benoemen en tot slot brengt Minister Blok het toezicht op de corporatiesector weer binnen de muren van het departement (zie Gradus (2013)).

Heilloze weg

Naar onze mening is deze aanscherping een heilloze weg. Een echte participatiesamenleving zorgt ervoor dat burgers weer eigenaar kunnen zijn van de maatschappelijke ondernemingen in de zorg, het onderwijs en de corporatiesector. De echte inspiratie en creativiteit moeten van onderen komen, van burgers zelf en hun ondernemingen.

Spontane orde

Dit inzicht vormde ook het uitgangspunt in het wetsvoorstel van het kabinet-Balkenende IV om de rechtsvorm van een maatschappelijke onderneming in te voeren. Bij de invulling van semipublieke taken zou zo veel mogelijk ruimte gelaten worden voor maatschappelijke betrokkenheid en initiatief. Het vervolg mag als bekend worden verondersteld: dit wetsvoorstel kon rekenen op onvoldoende parlementaire steun en werd in 2013 ingetrokken (voor een kritiek op dit wetsvoorstel zie onder meer Allers (2009)). Dit laat onverlet dat de achterliggende gedachte bij dit wetsvoorstel nog ongemeend actueel is. Naast de vele maatschappelijke initiatieven klonk de noodzaak om actieve burgers ruimte te geven ook door in recente adviezen van de ROB en de WRR.

Daarom is dit concept van de vitale samenleving uitgewerkt in een korte studie van het WI voor het CDA, die als doel heeft om de maatschappelijke onderneming weer in de samenleving te verankeren. We doen dit langs drie lijnen.

1. Recht om de overheid uit te dagen

In het dagelijkse beheer moet er naar Engels voorbeeld meer ruimte komen voor burgers die samen een deel van die beheeractiviteiten willen uitvoeren. In het VK heeft een groep burgers, gemeenschap of een social enterprise, die denkt dat ze een publieke dienstverlening beter (zelf) kan organiseren, heeft het recht de gemeente uit te dagen (‘challengen’). Een ‘right to challenge’ op Nederlandse leest geschoeid, kan ertoe leiden dat nieuwe maatschappelijke initiatieven en de gevestigde maatschappelijke ondernemingen met elkaar verbonden raken.

2. Lokale betrokkenheid

Daarnaast moet bij het vaststellen van de de maatschappelijke meerwaarde van dergelijke initiatieven, de lokale gemeenschap weer in positie worden gebracht. Dat kan door de eis te stellen dat maatschappelijke ondernemingen in hun besturingsmodel de legitimatie van hun beleid door de lokale gemeenschap waarborgen. In de dagelijkse praktijk zien we al enkele voorbeelden daarvan. Sommige corporaties kiezen voor een maatschappijraad die het bestuur adviseert over maatschappelijke thema’s, andere kiezen ervoor om de relatie met de stakeholders onder te brengen bij het bestuur.

3. Wettelijke status maatschappelijke onderneming

Deze studie eindigt met een pleidooi voor een wet op de maatschappelijke onderneming. Daarbij wordt een aantal uitgangspunten in acht genomen, zoals subsidiariteit en soevereiniteit, vertrouwen en nabijheid. Een wettelijke regeling die en met open normen werkt. Binnen dat wettelijke kader kunnen de maatschappelijke ondernemingen in samenspraak met de lokale betrokken inhoud geven aan de eisen met betrekking tot legitimatie, zelforganisatie en goed bestuur.

De wet regelt niet hoe dat moet gebeuren maar brengt de gemeenschap in positie om zeggenschap uit te oefenen op de maatschappelijke meerwaarde en om ruimte op te eisen voor vormen van zelfbeheer en zelforganisatie. De wet verschaft de mens en zijn gemeenschap weer de rechten die teloor waren gegaan met de ontwikkeling van de maatschappelijke ondernemingen onder de dominante invloed van staat en markt. Met de wet op de maatschappelijke onderneming wordt inhoud gegeven aan een radicale keuze voor de samenleving.

* Dit artikel is in verkorte vorm verschenen in het Financieele Dagblad van 21 december 2013.

Referenties:

Allers, M. (2009). “Wetsvoorstel maatschappelijke ondernemingen ontbeert realiteitszin”, Me Judice, 24 augustus 2009.

Gradus, R. (2013). “Bemoeizucht van dit kabinet”, NRC Handelsblad, 2 mei.

Minister van Veiligheid&Justitie (2013). Aansprakelijkheid van bestuurders en toezichthouders in semipublieke sectoren, brief aan TK november 2013: nr. 435758

Minister van Financiën (2013). Financieel beheer en financieel toezicht bij instellingen die een publiek belang dienen, brief aan TK november 2013: BZ/2013/M648.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik