Back

Artikel

Home

Maak beoordeling van kredietwaardigheid een publieke taak

24 okt 2008
Onderwerpen: Corporate governance, Financiële markten
Het beoordelingsysteem van kredietwaardigheid van banken en financiële producten moet op de schop. De belangenverstrengeling van commerciële ‘rating agencies’ is te groot. Er is maar één manier om dit vermijden en wel door één onafhankelijke publieke ‘rating agency’ (PRA) op te richten, waardoor de geloofwaardigheid van een beoordeling vergroot wordt en - dat indien de PRA zijn werk goed doet - private ‘rating agencies’ van de markt verdrijft.

Terwijl de ogen nu gericht zijn op de maatregelen die de verschillende overheden nemen om hun banksystemen overeind te houden, lijkt de aandacht voor de oorzaken van de huidige crisis enigszins te verslappen. In de woorden van Wouter Bos is het noodzakelijk eerst de brand te blussen alvorens op zoek te gaan naar de oorzaken van de brand. Hier zit natuurlijk een kern van waarheid in, maar we kunnen beiden doen. In ieder geval moet de huidige situatie aangegrepen worden om een aantal structurele verbeteringen in het financiële systeem aan te brengen, want als dat nu niet gebeurt dan zal dat ook achterwege blijven wanneer de markten weer hersteld zijn. Het betreft onder andere verbeteringen in het toezicht en in de samenwerking tussen landen bij grensoverschrijdende problemen in de financiële sector. In dit rijtje past ook een verandering van het systeem van kredietwaardigheidbeoordeling.

Belangenverstrengeling 'rating agencies'

Eén van de oorzaken van de huidige malaise is de rol die de credit rating agencies, zoals bijvoorbeeld Moody’s en Standard and Poor’s, hebben gespeeld. Dit zijn instellingen die de kredietwaardigheid en risico’s van financiële instellingen en hun producten beoordelen. De rating agencies konden echter vaak niet eens de risico’s van de producten die ze moesten beoordelen juist in schatten. Ze hebben vooral de kans onderschat dat negatieve risico’s in de volle breedte van financiële sector kunnen optreden. Zo is de verzekering tegen bepaalde risico’s van een product weinig waard als de verzekeraar zelf dreigt om te vallen. De vraag is in hoeverre dit had kunnen worden voorzien en dus in welke mate dit de beoordelaars valt aan te rekenen. De huidige situatie geeft hen hopelijk een les in voorzichtigheid. Wat in ieder geval wel kwalijk is, is de belangenverstrengeling in hun activiteiten.(1) Rating agencies zijn commerciële instellingen die worden betaald door de bedrijven waarvan ze de kredietwaardigheid moeten beoordelen. Hiervoor worden grote bedragen betaald die al gauw in de tonnen lopen. Rating agencies hebben dus groot belang bij een goede relatie met hun opdrachtgevers en deze wordt niet bevorderd door de klant (of hun producten) een lage beoordeling te geven. Dit is vooral niet het geval wanneer de rating agencies nota bene helpen bij het ontwerpen van de financiële instrumenten die ze dan later zelf moeten beoordelen.

Richt één publieke kredietbeoordelaar op

Er is maar één manier om deze kwalijke vorm van belangenverstrengeling te vermijden en dat is door de beoordeling van de kredietwaardigheid een zaak van de publieke sector te maken. Er kan simpelweg een publieke rating agency (PRA) opgericht worden. Financiële instellingen die zichzelf of hun producten beoordeeld willen zien kunnen dit laten doen door de PRA. De PRA kan uit algemene belastingmiddelen gefinancierd worden of door een extra belasting te heffen op financiële instellingen die zich hier vestigen en nieuwe producten op de markt brengen. Cruciaal is echter dat de PRA geen winstoogmerk heeft en dus ook geen belang heeft bij het verlenen van een te gunstige beoordeling.

Bij voorkeur zou de PRA echter op Europees niveau moeten worden opgezet. Immers de beoordeling van een financieel product of een instelling is een publiek goed, waarvan financiële marktpartijen in andere landen ook profiteren. Daarnaast is het onwaarschijnlijk dat landen afzonderlijk voldoende financiële talenten bijeen kunnen brengen om dit zelfstandig te doen. Financieel talent is zeer duur en het betalen van marktconforme salarissen is onvermijdelijk. Het opzetten van een PRA zal dus niet goedkoop zijn, maar dit valt in het niet bij de kosten van verkeerde kredietwaardigheidbeoordelingen. Een Europese PRA zou idealiter ondergebracht moeten worden bij een European Financial Services Authority (EFSA), die uniforme toezichtregels oplegt in de Europese Unie en die eindverantwoordelijk wordt voor al het financiële toezicht in Europa. Sylvester Eijffinger en ikzelf (2008a, 2008b) hebben hier in het recente verleden sterk voor gepleit. De EFSA is bekend met de situaties van de individuele financiële instellingen en deze informatie kan gebruikt worden bij het verschaffen van officiële kredietwaardigheidbeoordelingen.

Tot slot

Moeten de huidige rating agencies gedwongen worden hun activiteiten te staken? Nee, zij zullen vanzelf verdwijnen als de PRA zijn werk goed doet. De onafhankelijkheid van de PRA betekent dat zijn beoordelingen betrouwbaarder zijn dan die van de commerciële rating agencies en dus dat die beoordelingen langzaam maar zeker de leidraad gaan vormen voor de beslissingen van beleggingsinstellingen.

Een andere belangrijke vraag is of er een verplichting moet zijn voor instellingen of producten om een beoordeling van de PRA te krijgen. Dit is een vraag die lastiger is te beantwoorden. Het opleggen van deze verplichting zal moeilijk zijn omdat producten via markten buiten Europa verhandeld kunnen worden. Het niet hebben van een beoordeling zal echter een negatief teken zijn en het bestaan van zo een product bemoeilijken. Instellingen voor zover ze officieel op Europees grondgebied gevestigd zijn zouden echter onder deze verplichting gesteld kunnen worden.

Voetnoten:

(1) Zie, bijvoorbeeld, NRC Handelsblad (2008), Iedereen kreeg gunstige beoordeling, 23 oktober; en New York Times (2008), Triple-A failure, 27 april. Al voordat de huidige crisis toesloeg werd gewezen op deze problematiek – zie Partnoy (2006), Assessing the current oversight and operations of credit agencies, Hearings before the United States Senate Committee on Banking, Housing, and Urban Affairs, 7 maart.

Referenties:

Beetsma, R. en S. Eijffinger (2008a), Kredietcrisis kan leerschool zijn, NRC Handelsblad, 28 mei 2008.

Beetsma, R. en S. Eijffinger (2008b), Pleidooi voor herstructurering Europese financiële toezicht, Economisch Statistische Berichten, 19 september 2008, Dossier 93 (4543S).

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik