Back

Artikel

Home

Liever een beunhaas dan een angsthaas

19 sep 2012
Onderwerpen: Economisch denken
Boekomslag “The Fable of The Bees” Zonder beunhazen resulteert economische stagnatie, stelt Bert Tieben. Als economisch gedrag vooral geleid wordt door de angst voor een negatief moreel oordeel van anderen, dan is dat het einde van alle economische dynamiek. Het is nu populair om te schelden op inhalige bankiers en andere grootverdieners, maar Bernard Mandeville liet in zijn parabel Fable of the Bees (1705) al zien dat zij onlosmakelijk onderdeel zijn van een dynamische economie.

Inhalige bankiers

Ger Groot beklaagt zich (NRC Handelsblad 26 augustus) over de beunhaaseconomie. Het is het bekende pleidooi tegen de inhaligheid van de bankiers en andere grootverdieners. Maar de beunhaas is niet alleen inhalig, hij is ook een prutser. Hij verstaat zijn vak niet en verstuurt desondanks hoge rekeningen die door de argeloze consument ongezien worden betaald. De vakman van weleer is als gevolg van het casinokapitalisme ver te zoeken. De markt is de speelplaats van de beunhaaseconomie.

De filosoof legt de vinger op de zere plek en de economen hebben het maar te slikken. We hebben de ziel van de economie verkocht aan de duivel door invoering van het Angelsaksische marktdictaat. Zaken als het ‘verenigd continent’ en het openbaar aanbesteden van publieke diensten hebben volgens Groot voorheen solide structuren in het economische verkeer afgebroken. Economisch darwinisme in alle hoeken en krochten van de samenleving met als gevolg dat schilders, bankiers, telefoonbedrijven en koffiejuffrouwen de burger nog louter knollen voor citroenen verkopen. Bepaald niet het paradijs dat de markteconomen ons hebben voorgespiegeld. Excuses lijken hier op zijn plaats.

Fable of the Bees

Het verbaast me dat Groot niet verwijst naar zijn beroemde voorganger, de van oorsprong Nederlandse arts/filosoof Bernard Mandeville (1670-1733). Zijn cynisme doet onmiddellijk denken aan Mandeville’s Fable of the Bees (1705), ‘De morrende korf of Eerlijk geworden schurken’. Mandeville’s satire is niets anders dan een parabel voor alles wat rot is in de samenleving. De miljoenen die geen ander doel hebben dan het najagen van ‘lust en ijdelheid’ met breed verspreide corruptie tot gevolg.

De schurken uit de Fabel zijn ook voor de moderne lezer zeer herkenbaar. Wat denkt u van de advocaat die voor elke kwade zaak de wet naspeurt gelijk een inbreker die zijn werkveld verkent? De arts die zijn reputatie en inkomen een stuk hoger waardeert dan de gezondheid van zijn patiënten. Politici verkopen de noodzaak van ‘kleine pensioenen’ maar leven er zelf goed van, de staat een soort pinautomaat voor eigen gerief. Zelfs Vrouwe Justitie is aangetast door de geest van de corruptie. Haar weegschaal is niet in balans, maar door het gewicht van een gouden beloning vooral hellend in de richting van hen met rijkdom en macht. De gedachten gaan onwillekeurig even naar de heren Kalbfleisch en Westenberg die als oud-magistraten voor de rechtbank staan voor machtsmisbruik inzake de vastgoedzaak bij Schiphol. Beunhazen? Het is erger, we praten hier over hele en halve criminelen.

Wat een rotwereld, hoor je Ger Groot verzuchten. Het verschil is dat de ‘morrende korf’ voor Groot de werkelijkheid weerspiegelt, Mandeville schetst een groteske karikatuur met een moraal: de samenleving corrupt tot in de haarvaten, maar de hele korf een paradijs. Pardon? Promoot Mandeville ondanks alle ellende de kapitalistische heilstaat? Het antwoord is ja. Stel dat al die schurken nu eens op slag eerlijke werkbijen worden? Mandeville neemt enige ruimte om de gevolgen te schetsen.

Prijzen weerspiegelen nu eerlijk de kosten en worden meteen een stuk lager. Dat is fijn voor de consument maar de keerzijde is het verdampen van winst. Minder winst is minder koopkracht, en die staat toch al onder druk doordat ook de publieke dienaar nu steekpenningen weigert en eerlijk leeft van zijn salaris. Overal in de korf verdwijnen de extraatjes met vraaguitval en overproductie tot gevolg. Inhaligheid is moreel gezien slecht maar levert werk op voor kleermakers, dienstknechten, parfumeurs, koks en dames van lichte zeden, die op hun beurt weer bakkers, timmerlui enzovoort nodig hebben. De armen hebben het in de morrende korf beter dan de rijken in de eerlijke wereld. Aldus verdedigt Mandeville de stelling dat particuliere zonden het algemeen profijt bevorderen. Alleen een ‘gek’ probeert de schurken uit de morrende korf te verjagen.

Nu is Ger Groot bepaald geen gek, maar zijn stuk straalt wel een behoorlijk stuk naïviteit uit. Iedere dienstverlener wordt in de vrije markt een beunhaas, maar de leverancier die de overheid al ‘decennia lang’ van goederen en voorziet moeten we vooral blijven vertrouwen. Tuurlijk, net zoals de Amsterdammer het GVB vertrouwt waar een kwart van het personeel al eens ‘onvindbaar’ bleek en zwendelpraktijken van hoog tot laag in de organisatie voortduren. Het doet denken aan bepaalde zuidelijke landen waar de overheid uitmuntende ervaringen heeft met het decennialang koesteren van dezelfde toeleveranciers. De kapitalistische heilstaat is een utopie, maar dat geldt evenzeer voor de planeconomie waar de overheidsdienaar vergaand beslist over vraag en aanbod. De index van meest corrupte landen in de wereld is perfect gecorreleerd met het lijstje dictaturen, landen waar de almacht van de opperbureaucraat de tucht van de markt volledig heeft uitgeschakeld.

Angsthazen

Zonder beunhazen geen marktdynamiek. Zo laat de les van Mandeville zich wellicht het best vertalen naar moderne tijden. Adam Smith, vaak gezien als de vader van het kapitalisme, reageerde op Mandeville door de mens met een angstig dier te vergelijken. Corrumperend gedrag vindt hij niet bij de mens passen, die zich uit angst voor afwijzing graag aan de mening van anderen spiegelt. Dat zou een corrigerend mechanisme moeten opleveren waarin de scherpe kantjes van het winstbejag worden weggeslepen. Maar de angst creëert ook economische stagnatie. Wie zijn nek uitsteekt loopt het risico op een morele veroordeling door zijn medeburgers waar het artikel van Groot een prachtige illustratie van is. Je zal in het huidige tijdsgewricht maar bankier zijn. In deze angsthaaseconomie is het devies stil zitten en niets doen.

Dat kan best een gelukkige wereld zijn zonder Gordon Gekko’s en andere graaiers, maar de keerzijde is minder consumptie en daardoor minder productie, minder werkgelegenheid, minder innovatie en waarschijnlijk meer armoede. De keuze is een wereld met rottigheid en flink wat potentie voor economische welvaart, die competente politici prima kunnen herverdelen, of een angsthaaseconomie met wellicht iets minder rottigheid en een flink stuk welvaartsverlies. Groot kiest voor het laatste. Geef mij maar de dynamiek van de beunhaaseconomie. De economische wetenschap geeft ons voldoende instrumenten om marktfalen – waar beunhazerij slechts een voorbeeld van is – ten minste voor een deel te beteugelen. Adam Smith zou overigens stellen dat we geen keuze hebben. De drang naar winst en handel zit in ons bloed en overvleugelt met gemak de wens van een rustiger leven.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik