Back

Artikel

Home

Lagere promotievergoeding is ongewenste bezuiniging op universiteiten

1 dec 2014
Onderwerpen: Onderwijs en wetenschap
promotie Verlaging van de vergoeding voor een succesvol afgeronde promotie, waar het kabinet op lijkt aan te sturen, is niets meer en niets minder dan de zoveelste bezuiniging op het hoger onderwijs - maar dan wel een met zeer ongewenste neveneffecten. Dit stelt de Amsterdamse hoogleraar economie Roel Beetsma. De genoemde reden voor de ingreep - de vergoeding zou de kwaliteit van proefschriften doen verwateren - is uit de lucht gegrepen.

Nieuwe beleidsplannen

Het kabinet is van plan te breken met het oude wetenschapsbestel waarin aantallen publicaties en proefschriften maatgevend zijn voor carrières en onderzoeksfinanciering. Onder het mom van kwaliteitsverhoging moet ook de bonus van ruim 90.000 euro per promotie op de schop, omdat deze een perverse prikkel zou geven tot het afleveren van veel proefschriften die onder de maat zijn. Tenslotte wil het kabinet dat kennisvalorisatie een grotere rol gaat spelen in het onderzoek.

Kennelijk denkt het kabinet, ingefluisterd door haar Haagse ambtenaren, dat het één grote bende is op de universiteiten en dat iedereen daar zomaar een bul kan afhalen. Niets is minder waar. Natuurlijk verschijnen er af en toe zwakke proefschriften, maar de meeste proefschriften voldoen wel degelijk aan de standaarden. Sterker, ik durf de stelling aan dat in ieder geval in mijn gebied de gemiddelde kwaliteit van de proefschriften in de afgelopen twintig jaar is toegenomen, doordat steeds meer proefschriften worden geschreven als een verzameling artikelen die uiteindelijk in internationale tijdschriften moeten verschijnen waar ze streng beoordeeld worden, en doordat steeds meer promovendi eerst een research master volgen waarin ze een stevige theoretische en methodologische basis krijgen.

Vergoedingen bij elkaar schrapen

In zoverre er een prikkel is tot het afleveren van zoveel mogelijk proefschriften, dan kan die niet los worden gezien van het jarenlange beleid van opeenvolgende kabinetten om te bezuinigen op de uitgaven aan het hoger onderwijs, waar over een periode van enkele decennia de inkomsten per student ongeveer gehalveerd zijn. Uitgaven aan hoger onderwijs zijn ondergeschikt gemaakt aan andere politieke prioriteiten. Het gevolg is dat hogere onderwijs instellingen met kunst en vliegwerk moeten proberen om steeds grotere aantallen studenten te bedienen, om zodoende hun broek op te houden.

Minder promovendi

Zolang niet helder is wat de kabinetsplannen op het vlak van promotiebeleid exact inhouden, is het moeilijk te zeggen wat de precieze gevolgen ervan zijn. Wanneer de promotiebonus verkleind of uiteindelijk zelfs afgeschaft wordt zonder dat daar gerichte compenserende financiering tegenover komt, dan zal het aantal promovendi drastisch omlaag gaan. Immers, het opleiden en begeleiden van promovendi is een kostbare zaak en de promotiebonus helpt om deze kosten (slechts) gedeeltelijk te dekken. Een forse daling van het aantal promovendi zou desastreus zijn voor de Nederlandse wetenschapsbedrijving en breder voor de Nederlandse economie. Promovendi zijn de “lifeline” voor de universitaire gemeenschap. Om een wetenschappelijke omgeving levend te houden en tot goede resultaten te komen, is een regelmatige instroom van jong bloed noodzakelijk. Promovendi voorzien ook in de toekomstige behoefte aan wetenschappelijk personeel in het hoger onderwijs. Verder, in een economie die steeds meer gericht is op het produceren van goederen en diensten met een grote kennisinhoud is een toename van het aantal hoogopgeleide onderzoekers onontbeerlijk. Veelal is het hebben van een master onvoldoende om aan het benodigde niveau te voldoen. Tijdens het schrijven van een proefschrift en de vaak daaraan voorafgaande research master maakt een onderzoeker zich het kritische beoordelingsvermogen en de vaardigheden eigen die nodig zijn om succesvol te werken aan nieuwe ontwikkelingen.

Kwaliteit ondanks bezuinigingen

Er zijn zonder twijfel nog tal van mogelijkheden voor hogere onderwijsinstellingen om de kwaliteit van hun werk te vergroten en hun rol bij het oplossen van maatschappelijke problemen te versterken. Maar feit is dat de kwaliteit van het onderzoek en het maatschappelijk bewustzijn van onderzoekers in de afgelopen decennia gemiddeld zijn toegenomen, ondanks de steeds krapper wordende financiering. Als het kabinet wil dat hogere deze instellingen hun werk nog beter gaan doen om daarmee een extra bijdrage aan de toekomstige economische groei te leveren, dan zal het bereid moeten zijn om extra geld in het hoger onderwijs te steken, desnoods ten koste van andere uitgaven die politiek beter liggen. Verschuiving van middelen waardoor het aantal promovendi fors daalt heeft vooral negatieve effecten.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik