Back

Artikel

Home

Lage prijzen een zegen voor de economie

15 jan 2015
Onderwerpen: Monetair beleid

Onlangs kon de Eurostat melden dat voor er sprake is van deflatie in de eurozone, waarbij een grote rol is toegedeeld aan de lage olieprijs. Maar is deflatie van dit moment nu een goede of een slechte zaak? Heleen Mees weegt en wikt de argumenten en komt tot de conclusie dat per saldo de dalende prijzen een zegen voor de economie zijn omdat het besteedbaar inkomen wordt vergroot en langs die weg de vraag kan stimuleren.

De wereldeconomie was in 2014 was in veel opzichten het spiegelbeeld van de wereldeconomie in 2007. In 2007 smoorden de stijgende olieprijzen (vanaf $63 per vat in januari 2007 naar $144 in juni 2008) de reële lonen, drukten de consumptieve bestedingen, en leidden tot een stijging van de werkloosheid. Vanaf dat moment vielen de dominostenen snel, want de stijgende werkloosheid resulteerde in grotere betalingsachterstanden op hypotheekschulden, die beïnvloeden op hun beurt de huizenprijzen, wat weer tot meer wanbetalingen leidde en een nog verdere daling van de consumentenbestedingen. In augustus 2008, een maand voor de val van de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers, was de omzet van de detailhandel in de Verenigde Staten in reële termen al 5 procent gedaald ten opzichte van juli 2007. Na de ondergang van Lehman Brothers daalde die detailhandelomzet nog eens met 7,5 procent. 

In de tweede helft van 2014 gebeurde precies het tegenovergestelde. De snelle daling van de olieprijzen kwam voor de meeste marktdeelnemers als een verrassing. De prijs van een vat olie bedraagt inmiddels minder dan de helft van de prijs in juni 2014. In de Verenigde Staten kost benzine inmiddels minder dan 3 dollar per gallon, in olierijke staten als Texas zelfs minder dan 2 dollar per gallon (oftewel 50 dollarcent per liter), waardoor Amerikaanse consumenten honderden miljoenen dollars per dag besparen. De aldus bespaarde dollars hebben niettemin hun weg naar de reële economie alweer gevonden. De groei van de Amerikaanse economie in het derde kwartaal kwam uit op 5 procent, voor een belangrijk deel gedreven door de consumentenbestedingen. Het consumentenvertrouwen in de Verenigde Staten is nu op het hoogste niveau sinds januari 2007.

De afgelopen jaren hebben economen, waaronder Paul Krugman, gepleit voor hogere inflatie als uitweg uit de crisis. Maar de ervaring van 2007 laat zien dat geldontwaarding niet de panacee is zoals sommige economen beweren. Met de nominale rente op of in de buurt van nul procent, zien zij inflatie als een manier om de reële rente tot beneden nul procent te verlagen en aldus de ‘zero lower bound’ te omzeilen. Onderzoek van Olivier Blanchard en Larry Summers (1993) toont echter aan dat niet de kosten van kapitaal (rente) maar de effectieve vraag de bedrijfsinvesteringen aanjagen. Een lagere reële rente zal dus niets doen om de economie te stimuleren als tegelijkertijd de reële lonen dalen. Zoals Europese Centrale Bank president Mario Draghi tijdens een van zijn persconferenties droogjes opmerkte, het voordeel van lage inflatie is dat je meer kunt kopen.

Hoewel het algemene prijsniveau in de eurozone in de laatste maand van 2014 is gedaald, is het risico dat de economieën in de eurozone in een deflatoire spiraal terecht komen gering. Daarvan zou sprake zijn als consumenten aankopen gaan uitstellen in de verwachting dat prijzen nog verder zullen dalen, waardoor de prijzen nog verder dalen. Maar een daling van de olieprijs heeft dat risico nauwelijks. Weinig automobilisten zullen een autorit uitstellen omdat benzine over een maand misschien nog goedkoper is. Integendeel. De lage benzineprijs lijkt eerder een reden om erop uit te trekken of om een nieuwe auto te kopen. Bovendien zijn nominale lonen neerwaarts rigide, waardoor de daling van de olieprijs zich een op een in extra koopkracht vertaalt.

Wel zal als gevolg van de prijsdaling de waarde van schulden in reële termen stijgen, net als de rente die daarover verschuldigd is. De door de ECB aangekondigde aankoop van (staats)obligaties kan op dat punt uitkomst bieden. In de eerste plaats leidt de aankoop tot een verlaging van de nominale en dus ook de reële rente. Als de ECB bovendien zou beloven om geen inlossing van de schuldpapieren te vorderen, dan wordt feitelijk een deel van de schulden geherstructureerd waardoor de reële waarde per saldo daalt in plaats van stijgt. Een herstructurering van schulden had overigens al veel eerder moeten gebeuren.

Ook als de ECB geen streep zet door een deel van de schulden van de europeriferie, dan is de daling van de olieprijs voor de desbetreffende landen nog steeds een plus vanwege de extra economische groei die wordt gegenereerd waardoor als gevolg van het noemereffect de staatsschuldquote daalt. De grote verliezers van de olieprijsdaling zijn natuurlijk de olieproducerende landen, Rusland voorop. Maar dat is slechts een kwestie van herverdelende rechtvaardigheid.

* Dit artikel verscheen eerder in de Volkskrant van 14 januari 2015.

Referentie:

Blanchard, Olivier, Changyong Rhee, and Lawrence Summers.1993. The stock market, profit and investment, Quarterly Journal of EconomicsVol. 108, no. 1 (February 1993): 115-136.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik