Back

Artikel

Home

Kleine, simpele nutsbanken zijn een droom van Bos

16 jun 2009
Onderwerpen: Financiële markten
Klein maar fijn, dat is hoe minister Bos de banken graag ziet. Dat blijft een droom, stelt Ewald Engelen. De crisis roept de consolidatiegolf geen halt toe: kleine banken blijven prooi voor overnames. Kleine banken hoeven ook niet te rekenen op investeringen van de Nederlandse pensioenfondsen: die stropen de wereld af op zoek naar betere rendementen.

Kast vol medicijnen tegen volgende kredietcrisis

Nu het ergste stof is neergedaald, verschuift de aandacht langzaam naar de toekomst van het financiële stelsel. In de discussies zijn drie soorten voorstellen te horen. Allereerst dat er meer supranationale coördinatie moet komen. Daarnaast dat er meer aandacht moet komen voor het belang van deugden als prudentie, zelfbeheersing en matigheid door de introductie van nieuwe beloningssystemen, andere werving en selectie, en door bankiers te toetsen en te binden aan professionele codes. Tenslotte dat banken van de toekomst op de leest van het nutsbedrijf geschoeid moet worden.

Elk van deze voorstellen wijst een andere oorzaak aan voor de excessen van de afgelopen jaren. Wie meer internationale coördinatie tussen toezichthouders bepleit, zegt dat gebrekkig toezicht de oorzaak is en dat dichten van de kloof tussen het nationale mandaat van de toezichthouder en het internationale speelveld van het bankwezen de weg is naar een crisisbestendig financieel stelsel. Wie meent dat morele herbewapening het antwoord is, zegt dat niet het systeem ziek is, maar dat de crisis is terug te voeren op ongebreidelde hebzucht en schuilt de oplossing dus in heropvoeding. Wie, tenslotte, meent dat nutsbanken het antwoord zijn, legt de oorzaak bij de omvang, complexiteit en ondoorzichtigheid van multinationale financiële instellingen, waardoor de veenbrand van de crisis zich te lang aan het zicht kon onttrekken.

Beter toezicht mooie wens, maar slimste mensen werken elders

Op al deze lessen valt af te dingen. Het heeft inderdaad aan coördinatie geschort. Pijnlijk bleek dat bij het dreigend faillissement van Fortis: hoewel de Belgische en Nederlandse overheden met de Benelux aan de wieg hebben gestaan van de Europese Unie, bleek in de laatste week van september 2008 dat het nationale hemd nader was dan de internationale rok. Geen zinnig mens bestrijdt dan ook dat meer grensoverschrijdende samenwerking tussen toezichthouders gewenst is. De vraag is echter of dat genoeg is. De relatie tussen toezichthouder en bankier heeft nog het meeste weg van een wapenwedloop tussen haai en zeehond. De beste juristen en fiscalisten zijn per definitie in bancaire dienst, al was het maar omdat ze het meeste betalen, wat betekent dat toezichthouders ook in de toekomst aan het kortste eind zullen trekken.

Moraalridders vergalopperen zich

Minder overtuigend is de zaak van de moraalridders. Hoewel timide bankiers een zeldzame diersoort zijn, is het aantal gevallen van klip en klare fraude opmerkelijk gering gebleven. De zelfverrijking van de afgelopen jaren bewoog zich kennelijk binnen de bandbreedte van het juridisch betamelijke. Wie met bankiers praat, merkt bovendien dat hebzucht niet eens de voornaamste drijfveer is. Belangrijker is de verslaving aan de adrenaline van ‘deal-making’ en het succesvol bespelen van de markt. Ten slotte vooronderstelt het verhaal van schuld en boete dat bankiers willens en wetens een wereld hebben gecreëerd waarin zij naar hartenlust konden graaien. Dat is een schromelijk overschatting van hun handigheid. Net als wij, zijn ook de feestvarkens van het hypothekenbal uiteindelijk meer ‘slachtoffer’ van hun omgeving dan makers van het eigen lot.

Groot en complex lijkt het probleem, maar is het niet

Zo op het eerste gezicht hebben de voorstanders van nutsbanken de sterkste papieren. Volgens hen zijn het de omvang en reikwijdte van het hedendaagse bankbedrijf die het financiële stelsel zo kwetsbaar hebben gemaakt. Als gevolg van een decennialang consolidatieproces zijn banken simpelweg te groot geworden voor adequaat bestuur, te complex voor effectief risicobeheer en te nauw met elkaar verweven geraakt voor een simpel bankroet. Door banken te dwingen zich weer primair op hun klanten te richten, niet-bancaire activiteiten af te stoten en hun geografische spreiding te verkleinen, ontstaan instellingen die niet langer te groot, te complex of te verbonden zijn.

Hoewel het onmiskenbaar is dat banken (en niet hedge fondsen of private equity fondsen!) zich in het oog van de financiële orkaan bevonden, is het om twee redenen twijfelachtig of groot en complex het probleem is. Ten eerste is de besmettingshaard niet de complexe onderhandse derivatenmarkt geweest, maar simpele hypotheekproducten die werden verkocht aan minvermogende huishoudens die gokten op stijgende huizenprijzen. De derivatenmarkt fungeerde slechts als transporteur van besmetting. Verder is het maar de vraag of een landschap van kleine, simpele banken de taakuitoefening van de toezichthouder zal vergemakkelijken. Nationale bancaire stelsels verschillen sterk in de mate van consolidatie, segmentering en fragmentatie. Stelsels waarin functies als bankieren, verzekeren, beleggen, sparen en lenen wettelijk zijn gescheiden, zijn tevens stelsels met een lage mate van consolidatie. Duitsland en de VS zijn voorbeelden van economieën met vele duizenden banken, die verschillende marktsegmenten bedienen en verschillende toezichthouders hebben. Het hoeft geen betoog dat dit niet bevorderlijk is voor de transparantie van het stelsel en de effectiviteit van het toezicht.

Ook kleine en simpele banken vielen om

De Duitse ervaring leert dat klein en simpel ook geen waarborg is tegen risicovol investeringsgedrag, noch een garantie voor effectief risicomanagement. Het eerste continentale slachtoffer van de kredietcrisis was IKB, een kleine Duitse middenstandsbank die begin augustus 2007 voor een bedrag van 3,5 miljard euro gered moest worden, omdat ze haar balans had volgestouwd met onverkoopbare hypotheekproducten. Een paar weken later vielen twee regionale staatsbanken in Westfalen en Saksen om. Ondanks een weinig geconsolideerd bankenstelsel dat voornamelijk bestaat uit simpele nutsbanken heeft de Duitse overheid rond vier procent van het Bruto Nationaal Product in haar banken moeten pompen, vergelijkbaar met de VS en meer dan in het VK, Zwitserland en Nederland, economieën met een veel internationaler bankwezen dan Duitsland.

Maakt grootte plotseling niet meer uit?

Ten tweede impliceert het pleidooi voor klein en simpel een scherpe breuk met de omvangsfetish van de afgelopen decennia. ‘Size matters’ heeft jarenlang het strategische denken over het bankwezen bepaalt. In een context van toenemende internationalisering hebben staten in een soort haasje-over de een na de ander de bestaande wettelijke restricties op sectoroverschrijdende fusies afgeschaft. Het intrekken van de Glass-Steagal Act door Clinton in 1999, die investeringsbanken van commerciële banken scheidde, is daar een laat voorbeeld van. De beslissing van DNB in 1990 om fusies tussen banken en verzekeraars toe te staan, is daar een vroeg voorbeeld van. Hiermee anticipeerde DNB op de Europese consolidatieslag die door de introductie van de Europese Monetaire Unie en de euro in gang zou worden gezet. Daarnaast heeft DNB een cruciale rol gespeeld bij de fusie van ABN en AMRO in 1991. Om het nadeel van een kleine thuismarkt te compenseren, ondersteunde DNB namelijk actief de vorming van nationale kampioenen. Een streven dat tot voor kort werd gedeeld door brede lagen van de Nederlandse elite, zoals de parlementaire krokodillentranen over de afgeketste fusie tussen ING en ABN AMRO begin 2007 demonstreren.

Consolidatiegolf zet door

Wie pleit voor simpele, kleine, nationale banken gaat er vanuit dat de crisis deze consolidatiegolf een halt heeft toegeroepen. Dat is twijfelachtig. Alleen wanneer alle lidstaten het model van nutsbankieren omarmen is dat mogelijk. De kans daarop is echter klein, zeker in het licht van de vele staaltjes van financieel patriottisme die de crisis heeft laten zien. Waarschijnlijker is dus dat de combinatie van klein, simpel en beursgenoteerd in het buitenland gezien wordt als een verkapte uitnodiging tot het doen van overnames. Na het echec van ABN AMRO kan dat niet de bedoeling zijn.

Pensioenfondsen niet happig op kleine, Nederlandse banken

Uniek aan het bankenplan van Bos, tenslotte, is de oproep aan Nederlandse pensioenfondsen om bancaire grootaandeelhouders te worden en uit te groeien tot bakens van stabiliteit in een oceaan van vluchtigheid. Ook dit is een radicale breuk met het verleden. Vluchtend voor een schraperige overheid die eind jaren 80 haar begerige oog steeds vaker lieten vallen op de vetpotten van de publieke pensioenfondsen, zijn ABP, Zorg & Welzijn en het Spoorwegpensioenfonds Nederland meer en meer gaan mijden. Vrijwel alle aandelenbeleggingen van Nederlandse pensioenfondsen zijn momenteel in het buitenland belegd. Het merendeel daarvan wordt beheerd door buitenlandse beheerders als State Street, Pimco, Blackrock, Barclays en Goldman Sachs. Naar het zich laat aanzien zullen deze zich weinig gelegen laten liggen aan het patriottisme van Bos en zullen ze toekomstig rendement, zoals het een goed vermogensbeheerder betaamt, zwaarder laten wegen. De Nederlandse pensioenfondsen zijn door de crisis hard geraakt en moeten alle zeilen bijzetten om de verliezen van 2008 en 2009 goed te maken, al was het maar om het geslonken vertrouwen van de achterban te herstellen. Een verplichting om kapitaal te steken in kleine, simpele banken met matige rendementen kunnen ze missen als kiespijn.

Maar ook de andere aanname onder Bos’ bankenplan is invalide. Pensioenfondsen zijn allang geen stabiele lange termijn beleggers meer. Het gemiddelde fonds ververst zijn aandelenportefeuille in pakweg een jaar. Dat is inherent aan de beleggingsstrategie die zij voeren, namelijk het volgen van de beursindex wat constante aan- en verkopen vereist. Dit verklaart ook het lakse aandeelhoudersgedrag van pensioenfondsen; zij nemen zelden de plichten waar die bij aandeelhouderschap horen. Pensioenfondsen zo gek krijgen om dat ter meerdere eer en glorie van de nutsbank wel te doen zal een flinke dobber worden.

* Dit artikel is in langere vorm tevens verschenen in De Groene Amsterdammer

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik