Back

Artikel

Home

Kind met werkende ouders doet het prima op school

8 dec 2011
Onderwerpen: Arbeidsmarkt
Mevrouw op een bakfiets met twee kinderen Jonge kinderen met een werkende moeder scoren even goed of zelfs beter op de CITO-toets dan kinderen van wie de moeder niet werkt. Dat blijkt uit onderzoek van Annemarie Nelen, Andries De Grip en Didier Fouarge. Een even goede of betere toetsscore van kinderen met werkende moeder komt niet doordat deze moeders hoger opgeleid zijn of omdat de vader meer of minder werkt. De oproep van minister Van Bijsterveldt aan ouders om meer tijd aan de kinderen te besteden en misschien maar eens wat minder te werken is in het perspectief van schoolprestaties uit de lucht gegrepen.

Betrokkenheid ouders

Minister Van Bijsterveldt verraste vriend en vijand met haar pleidooi voor ouders om meer betrokkenheid te tonen bij de school van hun kinderen. Zo gaf de minister aan het belangrijk te vinden dat ouders hun kinderen voorlezen en dat zij gedurende bijvoorbeeld de zomervakantie de kennis van hun kinderen op peil zouden moeten houden. De minister stelde dat ouders meer prioriteit aan hun kinderen en school moeten geven, en dat een gevolg hiervan kan zijn dat ouders minder gaan werken.
Sommigen verwijten de minister dat ze hiermee ouders probeert in te zetten om de gevolgen van bezuinigingen in het onderwijs op te vangen. Het plan is in ieder geval niet bepaald consistent met de in 2007 tijdens de Participatietop gemaakte afspraken tussen overheid, werkgevers en werknemers om het aantal gewerkte uren van werkende moeders te verhogen. Los daarvan kan men zich afvragen of kinderen inderdaad beter op school presteren wanneer hun ouders een rijk scala aan ouder-kind activiteiten aanbieden. Uit ons onderzoek naar de ontwikkeling van kinderen uit groep twee van de basisschool blijkt van niet.

Kind met werkende moeder doet het beter

Wij hebben gekeken naar het verband tussen de CITO scores voor ‘taal voor kleuters’ en ‘ordenen’ van kinderen in groep twee van de basisschool en het aantal uren dat de moeder werkt. Uit het onderzoek blijkt dat er geen aantoonbaar verband is tussen de score op de taaltoets en het aantal uren dat de moeder werkt. Meer of minder werken is dus niet van invloed op de taalprestaties vankleuters. De toets voor het kunnen ordenen blijkt wel gerelateerd te zijn aan de werkstatus van de moeder: meisjes scoren het beste op deze toets als de moeder een deeltijdbaan heeft (minimaal 12 en maximaal 32 uur per week), terwijl jongens het beste scoren als hun moeder voltijds werkt. In beide gevallen hebben we rekening gehouden met het opleidingsniveau van beide ouders en de omvang van de werkweek van de vader.

Werken betekent niet minder tijd voor kind

In de uren waarop zij niet werken, kunnen ouders veel stimulerende activiteiten ondernemen met hun kind. Denk daarbij aan voorlezen, samen tekenen, praten over school, samen naar het museum gaan, en dergelijke. Het doen van meer stimulerende gezamenlijke activiteiten is, wanneer rekening wordt gehouden met het opleidingsniveau van de ouders, positief gecorreleerd met de taalprestatie van kleuters, maar niet met de testscore voor ordenen. Er blijkt echter geen verband te zijn tussen het aantal gewerkte uren van ouders en het aantal activiteiten die ouders gezamenlijk met hun kind ondernemen. Hetzelfde resultaat is al eerder gevonden in een Amerikaanse studie. Die studie liet zien dat ouders die veel uren werken minder tijd besteden aan slapen en aan het huishouden, maar dat zij evenveel tijd met hun kinderen doorbrengen als ouders die minder uren werken of niet werken.
Dit wil natuurlijk niet zeggen dat het aantal stimulerende activiteiten dat ouders met hun kind ondernemen geen effect heeft op de prestatie of het welbevinden van kinderen. Het suggereert eerder dat ouders van jonge schoolgaande kinderen nu een goede balans hebben weten te vinden tussen werk en gezamenlijke activiteiten. Wanneer ouders meer verschillende activiteiten ondernemen met hun kind dan ze nu al doen, zal dit niet leiden tot betere leerprestaties. Bovendien blijkt uit ons onderzoek dat een kortere werkweek van ouders niet leidt tot een groter aantal ouder-kind activiteiten. Het lijkt dan ook niet wenselijk dat de overheid zich gaat mengen in de opvoedingsopvattingen van ouders.

Referenties

Bianchi, S. (2000): “Maternal Employment and Time with Children: Dramatic Change or Surprising Continuity?”, Demography. 37(4), 401-414.
Nelen, A., A. De Grip, D. Fouarge (te verschijnen): “The Relation Between Maternal Working Hours, Parental Time Investments, and Child Outcomes”. Maastricht University: ROA Research Memorandum.
Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik