Back

Artikel

Home

Kapitalistische liberale democratie is een van meerdere bestemmingen

16 sep 2014
Onderwerpen: Economisch denken, Filosofie en economie
brug De ontwikkeling in veel delen van de wereld naar een kapitalistische liberale democratie is de uitkomst van een samenspel van krachten waar we weinig invloed op hebben. Daarmee is dit systeem niet werkelijk democratisch, stelt Bart Nooteboom in een beschouwing aan de hand van recente artikelen van onder meer Francis Fukuyama.

Einde van de geschiedenis?

Wat Francis Fukuyama bedoelde met zijn claim van ‘het einde der geschiedenis’ was dat de rivaliteit tussen politieke ideologieën voorbij is, met de kapitalistische liberale democratie als het enig overgebleven levensvatbare systeem.

Daar is nogal wat kritiek op gekomen. Wat te zeggen van de opkomst van islamitisch fundamentalisme, en de claim van IS om een kalifaat te vestigen in het Midden Oosten en verder? Wat te zeggen van de opkomst van autoritaire regimes, zoals in China, Rusland, en Turkije, die ruimte geven aan kapitalistische markten maar niet aan liberale vrijheden? Zij bieden ‘groei zonder democratie en vooruitgang zonder vrijheid’, zoals dat recent genoemd werd in de New York Review of Books. En wat te zeggen van de populistische rebellie in West-Europese democratieën?

In een recent artikel erkende Fukuyama deze tegenvallers, maar hij herhaalde zijn claim dat desondanks uiteindelijk de kapitalistische liberale democratie onvermijdelijk zal overwinnen. Het valt natuurlijk nooit te bewijzen dat iets niet zal plaats vinden, maar wat zijn de theoretische en empirische argumenten? Fukuyama claimt, en dat is plausibel, lijkt mij, dat op langere termijn de IS niet zal slagen in zijn gewelddadige vernietiging van vrijheid. Hij claimt ook dat China, Rusland en Turkije op zullen lopen tegen het fenomeen dat de middenklassen bij toenemende welvaart vrijheid zullen eisen, met de liberale democratie als de onvermijdelijke uitkomst. Dat is minder vanzelfsprekend. Middenklassen zouden er voor kunnen kiezen om zich om te laten kopen met welvaart en privileges. Vrijheid kan worden geofferd, zelfs met een zekere graagte, aan een gevoel van nationalistische eenheid.

Democratisch tekort

Fukuyama wijst op de opstanden tegen autoritaire regimes en corruptie in bijvoorbeeld Egypte en Turkije. Ja, maar die zijn bijna alle weggeëbd, op een zijspoor gezet of onderdrukt. Als tegenvoorbeelden, tegen de kapitalistische liberale democratie, geef ik de straatprotesten in Griekenland en Spanje tegen de ontsporing van financiële markten en democratische instituties, de protesten van de ‘Occupy’ beweging, en wijdverspreide demonstraties tegen kapitalistische mondialisering. Die protesten lijken ook te zijn verdampt, opgelost, onderdrukt of op een zijspoor gezet. Bewijst dit dat de protestbewegingen misleid waren, en bevestigt het de triomf van kapitalistische liberale democratie? Nee: evenmin als de verwaaide protesten in autoritaire staten de superioriteit daarvan bewijzen.

Westerse kapitalistische democratieën tonen een onvermogen om de teugelloze verovering van alles door markten, excessen van hebzucht, extremen van ongelijkheid in inkomen en rijkdom, de politieke macht van geld, een cultuur van egoïsme en narcisme, en zelfbevrediging van populisme in te tomen. Dit versterkt het zelfvertrouwen, de acceptatie en de verspreiding van autoritaire regimes over de wereld, die zich presenteren als ‘bolwerken tegen westers individualisme’.

De pluriformiteit van mening en invloed in een democratie geeft het potentiële voordeel van tijdige onderkenning van imperfecties, met correctie van fouten en excessen, in contrast met het monomane in stand houden van wanen van perfectie in autoritaire visie en regie, dat vroeg of laat vervalt in rampzalige ineenstorting. Democratie moet dan nu wel zijn vermogen om tijdig te corrigeren bewijzen, en zijn dwalingen corrigeren, in een drastische herziening van aan de ene kant excessen van de welvaartsstaat en bureaucratisch ontwerp, en aan de andere kant excessen van marktideologie, met de toenemende ongelijkheid van macht, inkomen en rijkdom. Conservatieven en progressieven moeten elkaar hierin kunnen vinden, de ene hierin en de ander daarin. Als onze democratie hierin faalt, zal het zelf vroeg of laat vervallen in rampzalige ineenstorting, en zal het tonen niet beter te zijn dan autoritaire regimes. Het is echter de vraag of verandering van ons systeem van binnenuit mogelijk is.

Systeemtragedie

Michel Foucault liet zien hoe instituties onafwendbare macht uitoefenen (hij besprak gevangenissen, ziekenhuizen en gestichten). Hij liet zien hoe culturele systemen geïnternaliseerd worden, hoe zowel degenen die macht uitoefenen als degenen die het ondergaan het gaan zien als vanzelfsprekend.

In zijn recente boek La société des égaux herinnerde Pierre Rosanvallon aan de paradox van Bossuet: In de Westerse samenleving klagen mensen over de gevolgen (marktfalen, financiële crises, toenemende ongelijkheid van rijkdom, belastingontduiking, misbruik van sociale voorzieningen, lobbying en het buigen van regels door en voor grote ondernemingen) van oorzaken waar zij zelf deel van uitmaken, in een cultuur van individuele zelfrealisatie, narcisme, en ieder voor zich, die iedereen zich eigen heeft gemaakt. De burgerlijke pot verwijt de kapitalistische ketel. Dit verklaart waarom ondanks hun onvrede mensen niet in opstand komen. Ideologisch heeft verzet geen poot om op te staan. Het socialisme is zichzelf in dat vacuüm ook kwijt geraakt.

We leven onder wat ik noem systeemtragedie. Door de verwevenheid van handelen in een complex systeem van economie en samenleving gebeuren er dingen die niemand aan zag komen en niemand bedoelde of wil, in een anoniem samenspel van krachten waar de schuld moeilijk af te schuiven is op individuen. Er zijn op verschillende niveaus prisoners dilemmas: men wil wel anders maar kan zich dat alleen permitteren als anderen dat ook doen. Iedereen zegt dat en raakt in die omarming verstard.

Neem de financiële sector. Om niet in carrières het onderspit te delven, en aangemoedigd door bonussen, spelen medewerkers van banken het spel mee van slim winst maken met het afschuiven van risico op de samenleving, banken moeten wel mee onder druk van aandeelhouders en arbeidsmarkten, en regeringen willen niet met al te draconische maatregelen de banksector het land uitjagen.

Hoe te veranderen?

Hoe kan dan verandering tot stand komen? In West Europa had de generatie 1968 idealen voor verandering. Zij vond geen weg om die te realiseren buiten het systeem, en liet zich coöpteren in het systeem, met de bedoeling om in een ‘lange mars door de instituties’ de verandering tot stand te brengen. Zij faalde, en met het lamme excuus dat ze opliepen tegen de systeemtragedie, nestelde zij zich er in om er van te profiteren, en leverde zij de nu verguisde managers en financiers die het systeem consolideerden.

De Occupy beweging weigerde om door deelname als politieke partij in die val van coöptatie te trappen, en raakte daardoor op een zijspoor buiten het politieke proces, en maakte daarmee zichzelf irrelevant als machtsfactor. Afgezien van een wegebbend symbolisch effect hebben ze geen blijvende, structurele invloed. Ze is verdampt.

Wat nu? Als het onmogelijk is het systeem van binnenuit te veranderen, en vreedzaam protest van buiten geen effect heeft, moeten we dan wachten tot een revolutie uitbarst? Misschien krijgt Fukuyama gelijk en trekt de kapitalistische liberale democratie aan het langste eind, maar dan niet uit verdienste maar uit de onmogelijkheid tot verandering, waarmee zij zich als democratie diskwalificeert. Of winnen de autoritaire regimes meer terrein?

* Dit stuk is ontleend aan artikelen uit de blog http://philosophyonthemove.blogspot.nl

Referenties

Ignatieff, Michael, 2014, Are the Authoritarians Winning?, New York Review of Books, 61 (12), p. 53.

Fukuyama, Francis, 2014, At the end of history still stands democracy, Wall Street Journal, 6 juni 2014.

Rosanvallon, Pierre, 2011, La société des égaux, Paris: Editions Seuil.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik