Back

Artikel

Home

Jongeren minder positief over financiële toekomst

23 aug 2011
Onderwerpen: Macro-economische politiek
Ondanks het vele negatieve economische nieuws zijn Nederlandse huishoudens in totaliteit niet negatiever geworden over hun financiële vooruitzichten – in ieder geval niet tot begin deze zomer. Maar consumenten tot 45 jaar worden duidelijk minder positief en de ouderen juist weer wat meer. Dat is het opvallende resultaat van een enquete onder een representatieve groep van 2.500 Nederlanders die vier keer per jaar wordt uitgevoerd.

Economische tegenwind

De afgelopen maanden hebben bol gestaan van de kabinetsplannen die Nederlandse consumenten direct aangaan. Het pensioenakkoord, kinderopvangtoeslag, persoonsgebonden budget, langstudeerdersboete, en zo meer. Lang niet al deze plannen zijn definitief of hebben hun definitieve vorm gekregen. Daarmee is van veel maatregelen niet meteen duidelijk hoe dit de huishoudportemonnee van consumenten zal gaan beïnvloeden.

Maar ongeacht het voorlopige karakter van veel plannen roepen ze emoties op bij consumenten. Als gevolg van nieuws en opinie over op handen zijnde maatregelen voelen ze zich meer onzeker en angstig of juist blij of optimistisch over de financiële toekomst van hun huishouden. En deze emoties hebben hun weerslag op hun aankoopplannen en aankopen in de komende tijd. Daarmee beïnvloeden economische emoties de conjunctuur en zijn ze een relevant gegeven voor beleidsmakers. Maar hoe zijn deze emoties van consumenten over de economie en over hun persoonlijke financiële situatie op dit moment?

Enquête

Sinds 2009 voert Tilburg University een grootschalig onderzoek uit om de emoties van consumenten direct en specifiek te meten en om de effecten op gedrag te volgen in de tijd: TILCOM. De Tilburg Consumer Outlook Monitor (TILCOM) wordt vier keer per jaar uitgevoerd bij een landelijk representatieve steekproef van ongeveer 2.500 Nederlanders. Hen wordt gevraagd naar de mate waarin zij vijftien emoties (zoals angst, zekerheid, woede en trots) ervaren als zij zich voorstellen hoe de financiële situatie van hun huishouden eruit ziet in de komende twaalf maanden. Op basis hiervan wordt de zogenoemde Ecomotion-index samengesteld die per respondent het netto-verschil aangeeft tussen de positieve en negatieve emoties die consumenten ervaren. Een waarde van -100 weerspiegelt dat de consument alleen negatieve en geen positieve emoties ervaart bij de gedachte aan de eigen financiële toekomst, bij een waarde van 100 ervaart de consument uitsluitend positieve en geen negatieve emoties. En aan de steekproef wordt gevraagd naar hun aankoopplannen en -gedrag zoals voor een auto, duurzame consumptiegoederen, en vakanties.

Ontwikkelingen

De Ecomotion-index is in juni 2011 uitgekomen op 34,9 (Figuur 1). Dat betekent dat Nederlanders gemiddeld meer positieve dan negatieve gevoelens ervaren als ze denken aan hun financiële toekomst (index groter dan 0), en wel bijna 35% meer positief dan negatief. Wel daalde de index sinds het vorige kwartaal (maart 2011), met 0,5 punt. Vanaf een dieptepunt van 27,1 tijdens de eerste meting in het derde kwartaal van 2009 is de Ecomotion-index omhoog gekrabbeld naar een voorlopige top in dit voorjaar van 35,5. De conjunctuur leek zich te gaan herstellen. Maar in het tweede kwartaal van dit jaar is er een dip opgetreden. Nederlanders hadden een minder positief gevoel dan in het eerste kwartaal van 2011.

Figuur 1: ‘Ecomotion’-index

fig1

Op het eerste oog lijkt de afvlakking en lichte daling van de consumentenemoties nogal mee te vallen. Maar onder de oppervlakte is er meer aan de hand, vooral als we naar generatieverschillen kijken. Immers, de daling komt volledig van de jongeren.

Generatieverschillen

De Ecomotion-index laat al sinds het start van TILCOM een badkuipcurve (ook wel U-vorm) zien: hoog aan de randen en laag in het midden. Het is belangrijk om na te gaan hoe hoog de randen van de badkuip zijn zijn en hoe laag het midden, en waar dat lage midden dan zit.

De blauwe lijn in Figuur 2 laat zien hoe de leeftijdsgroepen tot 45 jaar in maart 2011 het meest positief waren en duidelijk positiever dan de ouderen. Die blauwe lijn vertoont een soort badkuip-curve met hoge randen en een dal in het midden. Opvallend is hoe deze curve verschuift. De rode lijn in Figuur 2 laat zien dat consumenten tot 45 jaar tussen maart en juni van 2011 aanzienlijk minder positief over de economie worden. Bij de ouderen (45 en ouder) is er sprake van stabilisatie of juist een stijging (Figuur 2). De 65-plussers lieten de grootste stijging zien, van 33,5 in maart naar 38,9 in juni. De economische stemming is vooral onder consumenten tot 45 jaar verslechterd.

In het afgelopen kwartaal (tussen maart en juni) is de bodem van de badkuip verschoven. Waar de groep tussen 44 en 54 jaar al een jaar lang het laagst scoorde op de emotie index, is dat nu de groep tussen 35 en 44 jaar. Het gaat hier om de zogenaamde jonge gezinnen, 62% van de huishoudens met een huishoudhoofd tussen 35 en 44 jaar heeft kinderen, ruim de helft (54%) heeft kinderen onder 12 jaar.

Het is goed om te weten dat deze badkuip niet wordt waargenomen bij conjunctuurmaatstaven zoals het consumentenvertrouwen en koopbereidheid. Daar nemen de scores af met de leeftijd. De emoties van consumenten laten een ander beeld zien.

Figuur 2: ‘Ecomotion’-index naar leeftijd

fig2

Emoties en aankoopplannen

De economische emoties die consumenten ervaren, hangen samen met hun financiële armslag. Daarbij verwacht 16,1% van de Nederlandse huishoudens dat zij het komend jaar regelmatig moeite zullen hebben om rond te komen, dat is bijna 3% meer dan in maart (13,2%). Binnen alle leeftijdsgroepen steeg dit percentage, maar de leeftijdsgroep tussen 35 en 44 jaar kende de grootste toename (+5,3%). Binnen de middengroepen, tussen 35 en 54 jaar, is het percentage huishoudens dat financiële tekorten verwacht het grootst; het gaat om bijna één op de vijf huishoudens. Dit zijn enerzijds gezinnen met een hypotheek en thuiswonende of studerende kinderen, maar anderzijds is het de werkende generatie in de groei of zelfs op de top van hun carrière.

Economische emoties hebben hun weerslag op aankoopplannen. Op dit moment zien we dat de kans op aankoop van huizen, auto’s, interieur en apparatuur op het laagste punt is sinds met de TILCOM-metingen is begonnen. De kabinetsmaatregelen om de “verhuisbelasting” te verlagen kunnen een tijdelijke impuls op aankopen van huizen hebben, maar of ze een breder uitstralingseffect naar andere categorieën veroorzaken is de vraag.

Of emoties al dan niet terecht zijn is niet relevant, ze zullen hun weerslag hebben op de economische realiteit. Dus zelfs als ouders niet minder gaan werken als gevolg van een verlaging van de kinderopvangtoeslag (zie Jongen, 2011), kunnen de maatregelen wel degelijk hun consumptie en consumptieplannen beïnvloeden als zij er emotioneel door worden geraakt. Het is voor beleidsmakers belangrijk jonge gezinnen op de rails te houden, niet alleen electoraal, maar ook economisch.

Referenties

Ecomotion-Index, 2011, TILCOM/Universiteit Tilburg.

Jongen, E., 2011, “Bezuiniging op kinderopvangtoeslag blijft zonder grote gevolgen”, Me Judice, 21 juni 2011.

Yabar, J., R. Pieters en D. Stapel, 2011, “The postponement hypothesis: The Effect of Economic Uncertainty on Consumers´ Spending Inaction”, TIBER working paper.

Bron foto: Flickr.

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik