Back

Artikel

Home

Idee van ‘focus en massa’ deugt niet

16 sep 2010
Onderwerpen: Onderwijs en wetenschap
Het idee van focus en massa in wetenschappelijk onderzoek speelt een belangrijke rol in discussies over wetenschapsbeleid, in stukken van het (voormalige) Innovatieplatform, KNAW, NWO, VNO-NCW et cetera. Het is een slecht idee. Het is niet nodig, het heeft averechtse effecten en het werkt niet.

Het basisidee

De gedachte is als volgt. Er wordt op verschillende plaatsen door verschillende groepen onderzoekers geconcurreerd op hetzelfde terrein van onderzoek. Dat is verspillend, en daarom moet onderzoek op elk terrein worden geconcentreerd in een of twee centra met de beste prestaties, en als er elders nog onderzoek op dat terrein plaatsvindt wordt het vanuit die centra geleid. Dat klinkt heel plausibel en intuïtief helemaal juist, maar dat is ten onrechte. De ironie is hier overigens dat waar op andere terreinen volgens de marktideologie concurrentie per definitie goed geacht wordt, het hier als per definitie slecht gezien wordt.

Onnodig

Ten eerste is focus en massa niet nodig. Als men onderzoeksgelden stuurt naar de instelling waar het onderzoek goed presteert, waar dat ook is en waarover het ook gaat zoals in toenemende mate al het geval is dan wordt het doel van doelmatige toedeling van middelen vanzelf bereikt.

Contraproductief

Ten tweede werkt het averechts. De achterliggende gedachte is dat concentratie, het vermijden van concurrentie en bundeling in centra van maximale schaal doelmatig is. Dat is niet of slechts beperkt het geval.

Waar men elders, bijvoorbeeld in het onderwijs, de negatieve effecten van schaalvergroting nu onderkent, ziet men die in het onderzoek kennelijk nog niet. Het is de vraag in hoeverre in onderzoek positieve schaaleffecten optreden. Soms is dat het geval, bijvoorbeeld voor de efficiënte benutting van laboratoria met alles wat daar aan apparatuur, installaties en assistentie aan vastzit moet er een voldoende aantal onderzoekers werkzaam zijn. Voor de gedrags- en maatschappijwetenschappen gaat dat niet op. Het relevante aantal onderzoekers is ook niet het aantal dat op een bepaald gebied op een bepaalde plek in Nederland zit. Onderzoek is internationaal. Het gaat er om hoe goed Nederlandse onderzoekers ingebed zijn in internationale netwerken van onderzoekers overal.

Het voornaamste punt hier is echter dat efficiënt onderzoek niet is zoals efficiënte productie van, zeg, tafels. Onderzoek werkt niet volgens een voorbeeld of een model dat men uit wil voeren, zoals bij een tafel. Men weet dus niet van te voren waar men uitkomt. Onderzoek is een gok op basis van hypothese. Belangrijk is dan dat er voldoende diversiteit is van uitgangspunten, theoretische kaders en visies met de daaruit voortvloeiende hypothesen. Anders leg je al je eieren in een enkel mandje. Kortom, diversiteit is nodig, en in die zin dus wel degelijk concurrentie. Daarbij komt dat concurrentie prikkelt tot inspanning om ergens de eerste mee te zijn.

Samenwerking helpt ook. Onderzoekers verkennen de beste mate en vorm van samenwerking om in de concurrentie voorop te lopen. Die samenwerking moet je vooral niet centraal plannen. Laat onderzoekers naar congressen gaan en het loopt vanzelf.

Onwerkbaar idee

Hiermee kom ik op het derde punt: focus en massa werkt niet. Ten eerste laten onderzoekers zich gelukkig niet plannen. Het idee dat iemand vanuit een expertisecentrum al het onderzoek elders op een bepaald gebied voorschrijft, is ridicuul. Het gaat geheel in tegen de terechte mentaliteit van de onderzoeker om zelf en met zelfgekozen collega’s met complementaire competenties, ook op andere plekken, onderwerp, hypothese en aanpak te selecteren. Onderling vertrouwen in elkaars competentie en inzet is cruciaal. Dat valt niet op te leggen.

Bij de recente opening van het academisch jaar op de Universiteit van Tilburg werd na een toespraak, waarin de gedachte van focus en massa werd omarmd, een tweede prijs voor het beste proefschrift toegekend aan een onderzoek dat onder focus en massa nooit in Tilburg plaats had mogen vinden.

* Dit artikel verscheen eerder in het Financieel Dagblad van 16 september 2010

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik